LIEFDESBRIEVEN VAN EINSTEIN

Albert Einstein en Mileva Maric. The Love Letters door Jurgen Renn, Robert Schulmann (red.), en Shawn Smith (vert.) 107 blz., Princeton University Press 1992, f 36,40 ISBN 0 691 08760 1

In 1987 verscheen bij de Princeton University Press het eerste deel van de Collected Papers of Albert Einstein. Hierin waren onder andere 51 brieven opgenomen die hij en zijn toekomstige (eerste) vrouw Mileva Maric in de vijf jaar voor hun huwelijk (tussen 1897 en 1902) hadden uitgewisseld. Deze brieven waren na een lange strijd met de erven-Einstein pas één jaar voor hun verschijnen in de Collected Papers boven water gekomen. De reden daarvan bleek toen in een artikel in Physics Today werd gewezen op een aantal opvallende zinsneden van de jonge Einstein. Zo schrijft hij in een brief gedateerd 27 maart 1901: ""Ik zal zo gelukkig en trots zijn wannneer we weer samen zijn en ons werk inzake de relatieve beweging tot een succesvol einde kunnen brengen!'' Deze passage is interessant wanneer we bedenken dat Einstein in 1905, zijn annus mirabilis, in het gezaghebbende tijdschrift Annalen der Physik de drie artikelen publiceerde waarmee hij definitief zijn faam verwierf. Die artikelen bevatten de speciale relativiteitstheorie en een verklaring voor het foto-elektrisch effect. Zij verschenen echter alleen onder zijn eigen naam.

Voor wie het "bewijsmateriaal' allemaal eens wil nalezen zijn zojuist alle bewaard gebleven brieven die Einstein en Maric uitwisselden in een Engelse vertaling gepubliceerd. Buiten de al eerder verschenen brieven zijn nog drie andere opgenomen, die dateren van vlak na hun huwelijk. Zij werpen echter geen nieuw licht op de zaak. Einstein was in augustus 1900 als Fachlehrer afgestudeerd aan de Eidgenossische Technische Hochschule (ETH) in Zürich. Tijdens zijn studie had hij Maric leren kennen, zijn enige vrouwelijke jaargenote, die minder succesvol was en voor datzelfde examen zakte. In de daaropvolgende maanden verbleef Einstein herhaaldelijk buiten Zürich, soms vanwege een kortstondige betrekking als leraar, en dan weer bij familie in Italië. Maric werkte ondertussen hard aan haar herexamen, waarvoor ze in 1901 zakte. De meeste brieven dateren uit deze periode.

Naast het feit dat de briefwisseling zoals die nu is overgeleverd, nogal onevenwichtig is - er zijn er slechts elf van haar hand - valt op dat Maric nauwelijks wetenschappelijke onderwerpen ter sprake brengt. Dat kan er op duiden dat Einstein de brieven waarin ze dat wel heeft gedaan, en die dus mogelijk een ander licht werpen op het ontstaan van een aantal van "zijn' theorieën, heeft vernietigd. Uit Einsteins eigen brieven wordt wel duidelijk dat Maric ten tijde van de briefwisseling op voet van gelijkheid kon debatteren met haar geliefde. Hij refereert herhaaldelijk aan gezamenlijk te publiceren artikelen en theorieën ""...I came up with a wonderful idea that allows one to apply our theory of molecular forces to gases as well''. Even later heeft hij het opnieuw over ""our paper''. En juist in dit geval weten we zeker dat dit artikel in 1901 alleen onder Einsteins naam is verschenen!

Is alle opwinding over het vermeende mede-auteurschap van Maric nu terecht of niet? In 1990 werd er over deze vraag ook al heftig gediscussieerd, al bleek uit een latere brief van Maric aan een vriendin, waarin ze het heeft over een artikel dat ""Albert over natuurkunde heeft geschreven dat waarschijnlijk spoedig zal worden gepubliceerd in Annalen der Physik'', dat er eigenlijk sprake was van een storm in een glas water. Verder lijkt het argument dat Einstein het totale geldbedrag behorend bij de Nobelprijs, die hij in 1921 ontving, ""uit schuldgevoel'' aan Maric zou hebben geschonken ook wat vergezocht. Deze regeling maakte eenvoudigweg deel uit van de echtscheidingsprocedure in februari 1919, toen het al wel vaststond dat Einstein de Nobelprijs niet meer kon ontgaan. Ook Abraham Pais maakt hiervan melding in zijn schitterende biografie Subtle is the Lord.

Afgezien van deze kwestie geven de nu bijeengebrachte brieven een aardig beeld van de opbloeiende liefde tussen twee jonge mensen. De brieven tonen ons een Einstein zoals die ons tot nu toe onbekend was: verliefd op zijn medestudente, dat hij bereid was zijn ouders te trotseren, die zeer tegen de relatie waren gekant vanwege de lage sociale klasse waaruit Maric voortkwam. Hier lezen we hoe de man die we kennen als het genie met zijn warrige haardos zijn ""lieve kleine knoedeltje'' zegt te willen overladen met tedere kusjes ""over je hele lichaam, waar je mij dat ook maar toestaat''.