Lenen geeft benen, wie spaart krijgt vaart (1)

Een lezer uit Oostburg in Zeeuws Vlaanderen, tussen Zuidzande en Waterlandkerkje, schrijft: "Wilt u iets uitleggen over het aflossen van schulden in het algemeen.

Vele collega's van mij, eveneens vrije beroepers, krijgen van hun accountant advies om zo weinig mogelijk af te lossen en zo veel mogelijk schulden te maken. Ik ben echter van plan om mijn schulden snel af te lossen, met name de hypotheek, en realiseer me dan iets meer belasting te moeten betalen. Weliswaar compenseert de fiscus van iedere betaalde gulden aan rente 60 cent, i.b. tarief 60 procent, maar 40 cent komt toch voor mijn rekening.'

Het lenen van geld, met of zonder zekerheid, is niet meer weg te denken uit de samenleving. Stel je voor dat het niet meer mag: mensen kunnen dan pas een huis of auto kopen als ze het volledige aankoopbedrag gespaard hebben. Het bedrijfsleven en de overheid kunnen niet meer zo snel nieuwe activiteiten ter hand nemen. Dat werkt allemaal bijzonder verlammend op de economie. Daarom: lenen geeft benen.

Wat is de keerzijde? De verleiding om harder te lopen dan goed is voor je financiële conditie. Een consumenten-organisatie in de Verenigde Staten, waar lenen door het publiek begin deze eeuw op gang kwam, waarschuwt kredietkaart verslaafden met deze variatie op een tekst van de anti-rook beweging op een sticker: Overuse can be dangerous to your wealth.

Wie spaart, en niet tegelijk leent, staat anders in het leven, zeggen spaarprofeten. Een spaarder die jong begint en doorzet, zal snel zijn toekomst in eigen hand kunnen houden, omdat hij of zij door de kracht van rente-op-rente minder opzij hoeft te leggen dan degene die het geld in de zak voelt branden en het wegleggen alsmaar uitstelt. Dus: lenen geeft benen, maar wie spaart krijgt meer vaart.

Wie leent moet natuurlijk formeel beloven het geleende bedrag terug te betalen en als zekerheid ook iets van waarde afstaan, zoals een huis of een spaarpolis. Een paar trouwe blauwe ogen of een goede reputatie voldoen niet meer als onderpand. Als het gaat om geringe bedragen in verhouding tot de jaarlijkse inkomsten, neemt de uitlener het risico van wanbetaling voor eigen rekening.

Iemand die voor zichzelf werkt en zijn zaken laat behartigen door een accountant die adviseert om veel schulden te maken en weinig af te lossen, moet zo'n raadgever eens vragen of hij iets van persoonlijke financiële planning weet. Een planner bekijkt immers alle zaken van een cliënt als één geheel en zal zich niet blindstaren op fiscale en inflatore (schulden worden minder door geldontwaarding) voordelen.

Je moet de risico's die effect kunnen hebben op een vermogen (alle bezittingen en schulden) één voor één nalopen. Wat gebeurt er als? De beoefenaar van een druk beklant vrij beroep lijkt een fruitmachine, een one armed bandit, die steeds weer een prijs uitwerpt als je er aan trekt. Een knots van een zekerheid voor uitleners van geld.

Maar uit welke gleuf komt het geld voor rente en aflossing als de gokkast voorgoed stilstaat? Een overlijdensverzekering? Dat ligt voor de hand. Weten al die stoere schuldenaren of de last gedekt is door zo'n verzekering? En wanneer de inkomsten fors teruglopen door langdurige arbeidsongeschiktheid of onenigheid tussen collega's? Wat blijft er over van het vermogen als je samen besluit te gaan scheiden? Is het verstandig om in die onaangename gevallen beladen met schulden te zijn?

Tot slot een voorbeeld om aan te geven dat zelfs een geringe extra aflossing op den duur veel oplevert. Uitleners zien dat niet zo. Een lening met een rente hoger dan de marktrente zien zij liever doorlopen en daarom is de aflossing als regel in de voorwaarden vastgelegd.

Stel: een hypotheek met een looptijd van dertig jaar van 150 duizend gulden tegen een rente van 10 procent. Maandelijks bedraagt het vaste bedrag aan rente en aflossing circa 1.300 gulden. In die dertig jaar betaalt de lener 150 duizend aan aflossing en ongeveer 325 duizend gulden rente. Los je, direct vanaf het begin, iedere maand 100 gulden extra af, dan daalt de in totaal betaalde rente met iets meer dan een ton naar 215 duizend en is de hypotheek ruim acht jaar eerder afgelost.

Dit voorbeeld houdt geen rekening met de belastingaftrek van 60 procent. Doe je dat wel, dan bedraagt het rente-voordeel toch nog bijna 45 duizend gulden. Conclusie: extra aflossen loont fiscaal gezien, mits de voorwaarden geen boete opleggen. (wordt vervolgd)