Kinderen brengen trots mijnen naar politie Cambodja

SIEM REAP, 12 SEPT. Hij heeft zijn Cambodjaanse cursisten klaar staan om mijnen te ruimen, maar nu is er weer een gebrek aan kader dat de leiding neemt bij de expedities in het veld. Luitenant-ter-zee J. Vos zegt dat er in Cambodja drie miljoen mijnen liggen. Een team dat hij heeft opgeleid doet één week over het uitkammen van een terrein van één hectare.

In betwiste gebieden worden nog steeds mijnen gelegd. Soms bepalen dorpshoofden voor de nacht op de toegangswegen mijnen te leggen om overvallen te voorkomen. Zes maanden lang heeft Vos met een kleine groep instructeurs Cambodjaanse mijnenruimers geïnstrueerd.

“De ex-soldaten zijn leergierig en als na een paar uur onderwijs blijkt dat zij niets in hun schriftje hebben opgeschreven, dan is het duidelijk dat zij analfabeet zijn. Geen nood. 's Avonds wordt de lesstof nog eens doorgenomen en samen met de andere cursisten werken ze dan aan de kleine opdrachten die zij van ons meekrijgen. De volgende morgen blijkt dat zij het begrepen hebben en de cursus kunnen bijhouden”, aldus Vos.

Over enkele dagen neemt een Nieuw-Zeelands team het werk van de Nederlanders over. De Cambodjanen komen graag naar deze school, want het uitkammen van de landbouwgronden betaalt goed. Na zes maanden hebben de mannen vaak zeshonderd dollar verdiend. Dat is hier een kapitaal bedrag. Een aantal verlaat dan het team om een eigen winkeltje te beginnen. Zij kunnen investeren in een fietsenreparatiebedrijf, een garage of een constructiewerkplaatsje.

In totaal zijn hier in Siem Reap tweehonderd man opgeleid. Soms was er na een cursus ineens een ex-militair verdwenen. Vos neemt aan dat hij terugging naar zijn onderdeel, de Rode Khmer, om verslag te doen van zijn cursus.

Als de kleine ploegen door de akkers trekken, loopt eerst een ex-soldaat voorop die moet zien of er geen draden zijn gespannen om de mijnen af te laten gaan. Dan volgen een paar man met detectoren en ten slotte wordt met een grote schroevendraaier de grond omgewoeld om de mijn naar boven te halen en te demonteren.

Aan bossen beginnen de teams niet. “Die bossen liggen zo hardstikke vol dat er geen beginnen aan is. Vergeet niet, eerst werden hier mijnen gelegd tegen het regime van Lon Nol. Toen mijnen tegen de Vietnamezen en ten slotte mijnen tegen elkaar. Dat laatste gebeurt nog. Je vindt ze uit de hele wereld. Uit China en Vietnam, uit Korea en de oude Sovjet-Unie en dicht bij huis uit Italië”, zegt Vos.

Naast de teams om mijnen te ruimen, worden ook Cambodjanen opgeleid om de bevolking te instrueren hoe met mijnen om te gaan. Zij trekken naar de dorpen en op een plein of in een pagode worden instructievideo's vertoond. Nu, in de natte tijd, komen in de velden en op de wegen veel mijnen bloot te liggen door de zware regenval. Kinderen brengen met trots de gele, groene en zwarte explosieven naar de lokale politie of de soldaten van UNTAC (het VN-leger). Soms ontploffen de mijnen in hun handen. De video's zijn heel realistisch. Geamputeerde Cambodjanen vertellen hun verhaal. Soms krijgen slachtoffers die een prothese hebben gekregen, een tweede keer een ongeluk. De dorpsbewoners reageren nauwelijks op de bloederige beelden. De komst van de instructieploeg met hun video's betekent een middagje ontspanning.

In het begin waren er veel moeilijkheden over de betaling van de Cambodjaanse mijnopruimers. Nu is er weer een probleem om voldoende kader te vinden om met de teams op pad te gaan. Franse genisten zijn bezig om ladingen bij bruggen weg te halen, waarover bijna dagelijks transporten komen met vluchtelingen die vanuit Thailand gerepatrieerd worden. Aan milities die wapens hebben ingeleverd wordt gevraagd waar mijnenvelden zijn en overal worden nu kleine rode bordjes opgehangen om de bevolking te waarschuwen.

Nu een groot deel van de milities gedemobiliseerd wordt, is het voor de leiding van de mijninstructieteams moeilijker om cursisten te vinden. Hun betaling is goed en bij het vertrek naar het veld komen er nauwelijks ongelukken voor.

De Nederlandse instructeurs die met drie teams hier werken, lijden niet onder het feit dat het werk zeer moeilijk is en er telkens nieuwe tegenvallers zijn. De teams die zij hebben opgeleid, verstaan hun vak. Dat is in die paar maanden tijd al heel wat. Met de onbegonnen taak om drie miljoen mijnen te ruimen is, zo menen zij, tenminste een begin gemaakt.