Japanners willen Azië als werkplaats inrichten

Volgende maand reist de Japanse keizer naar China. Een historische gebeurtenis met niet alleen een politieke maar ook economische dimensie. De Japanse economische invloed in de hele Aziatische regio neemt nog altijd toe. Als het aan de Japanners ligt wordt Azië een Japanse "werkplaats' voor de thuismarkt en de markten elders in de wereld. Het eerste deel van een serie.

TOKIO, 12 SEPT. Twintig jaar geleden probeerde president Nixon het tijdens zijn opzienbarende bezoek aan Peking: China openbreken voor Amerika's industrie. Maar Amerika kwam met zijn rooskleurige verwachtingen bedrogen uit. Het Go West van de toen nog oppermachtige industriële natie mondde uit in een armzalige onderneming. De westgrens werd nooit verlegd. Komende oktober moet de Japanse keizer het met zijn pacificerende bezoek wel zien te bereiken: het pad in China verder effenen voor Japans popelende economische macht.

Japan is al jaren bezig diep in Azië te penetreren. Het is er de grootste investeerder. Het verstrekt, niet het minst uit eigenbelang, de meeste ontwikkelingshulp. Het stuurt er deze herfst voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog soldaten naar toe - naar Cambodja, in het kader van de VN-vredesmissie. Vorig jaar verdrong Azië voor het eerst sinds de oorlog Amerika van zijn plaats als Japans grootste klant.

Maar de concurrentie om de markten in Azië wordt feller. In Thailand moest Nippon Steel een joint venture sluiten met Europese bedrijven voor de bouw van een fabriek van roestvrij staal. Westerse bedrijven als het Britse cosmeticabedrijf Body Shop en de Amerikaanse fast-foodketen TGI Friday breiden in Zuidoost-Azië snel uit, dank zij de groeiende middenklasse in landen als Maleisië, Thailand en Singapore.

Japan doet in de service-industrie wel mee, het heeft met zijn totale buitenlandse investeringen in Azië nog steeds de leiding, maar het gaat niet meer zo hard als voorheen. Bij grote infrastructurele projecten verliest Japan het van het Westen. Een order voor twee miljoen telefoonlijnen in Thailand is niet aan de Japanse telecommunicatiegigant NTT gegund, ondanks intensief lobbyen, maar aan het Amerikaanse Nynex. Het almaar sterker wordende Taiwan heeft met zijn personal computers zelfs de aanval geopend op de Japanse thuismarkt.

Twee jaar geleden waren de Japanse investeringen in Azië over hun hoogtepunt heen. Een paar cijfers. In 1989 bereikten de investeringen hun top met 8,23 miljard dollar, nadat ze in 1984 nog maar 1,63 miljard dollar hadden bedragen. Maar in 1990 vielen ze terug tot 7,05 miljard en vorig jaar verder tot 5,94 miljard dollar. En optimisten verwachten dat ze voor de rest van de eeuw op dat niveau blijven staan.

De grote golf is voorbij, beamen analisten in Singapore. Ze hopen dat Japan zijn investeringen weer zal opvoeren zodra de Japanse economie aantrekt. Ze rekenen er op dat Japan dan de dienstensector in Azië als doelwit zal kiezen. Tot nu toe heeft Japan, veel meer dan in Europa en in de VS, grotendeels geïnvesteerd in Aziës industriële produktie.

Japan doet momenteel eigenlijk niet anders dan zijn investeringsstroom verleggen van het Westen naar Azië, zeggen waarnemers in Tokio. De feiten lijken hen gelijk te geven. Hitachi kondigde onlangs aan zijn grootste fabriek in de VS nog dit jaar te sluiten en de produktie van videorecorders te concentreren in Maleisië. Japanse banken zijn begonnen hun leningen uit het Westen terug te trekken en ze voor een deel weer uit te zetten in Azië. Dit boekjaar zou het al gaan om een bedrag van drie miljard dollar uit het Westen. De banken denken op lange termijn, zegt een Japanse bankier, en willen uitbreiden in Azië om Japans groeiende industrie er van dienst te zijn. Anderen menen dat Japanse banken naarstig op zoek zijn naar nieuw kapitaal om hun verzwakte balans te versterken, en in Azië een hoger rendement kunnen behalen.

Feit is dat de Japanse investeringen in het Westen de laatste jaren slechter scoren dan die in Azië. De totale directe investeringen in het door recessie-verschijnselen geplaagde Amerika leverde Japan in 1990 zelfs een verlies op van 1,52 miljard dollar op een omzet van 302,1 miljard dollar. In Europa steeg de winst (vóór belastingen) nog met 43,2 procent tot 1,23 miljard op een omzet van 233,3 miljard dollar. In Azië werd veruit het hoogste rendement behaald: een stijging van de winst met 57,6 procent tot 2,3 miljard op een omzet van 116 miljard dollar.

Daarbij hebben kelderende aandelenkoersen Japanse bedrijven behoedzamer gemaakt en de concentratie op landen in Azië versneld ten opzichte van die op het Westen. Dat ook in Azië de Japanse investeringen niettemin teruglopen, achten sommige waarnemers overigens gunstig voor de overbelaste infrastructuur in die landen. Deze zou nu meer lucht krijgen.

Achter Japans investeringen in Azië gaat volgens waarnemers een revolutionair concept schuil dat van Azië Japans werkplaats moet maken voor de markten in Amerika, Europa en in Japan zelf. Daarbij gaat het om niet minder dan de "Azianisering' van Japans economie. Niet langer fungeren de grote industriecentra van Tokio/Yokohama, Nagoya en Kobe/Osaka, met hun netwerk van toeleveranciers voor onderdelen en materialen rondom assemblagebedrijven, als de zenuwcentra van Japans economie.

Dat is verleden tijd, toen Japan nog een exportgeleide economie was. Japan is nu hard bezig voor zichzelf een "grenzeloze' wereldeconomie te maken, met Azië als uitvalsbasis. Daartoe begonnen aan het eind van de jaren tachtig Japanse concerns als Matsushita, Hitachi, Omron, Fukijira Densen en Sony operationele hoofdkantoren op te zetten in Singapore of Hongkong, in ruil voor aantrekkelijke belastingfaciliteiten gedurende tien jaar. Hoofdkantoren die fungeren als hub voor de mondiale activiteiten op het gebied van produktie, marketing en verkoop van de concerns.

Sony bij voorbeeld heeft vijftien vestigingen in Azië, verspreid over Taiwan, Zuid-Korea, Thailand, Maleisië, Indonesië en Singapore. In Singapore had Sony sinds 1982 een regionaal distributiecentrum voor onderdelen. In 1987 werd dit Sony's operationele hoofdkwartier, sinds 1991 Sony International Singapore (Sonis) geheten.

Het centrum heeft twee grote taken, het vergaart onderdelen in Azië en distribueert die onder de Sony-fabrieken in Azië en de rest van de wereld en het distribueert uit Azië eindprodukten voor de markten in Amerika, Europa en Japan. Via het informatie-zenuwcentrum van Sonis worden de distributiefuncties geleid, waarbij het on line in contact staat met bijna alle Sony-organisaties in de wereld. Voor het transport maakt Sonis gebruik van een uitgekiend gecomputeriseerd netwerk dat een continue stroom van onderdelen en produkten bestuurt om de levertijd zo kort en de voorraden zo klein mogelijk te houden. Via een apart financieel systeem worden de nadelige gevolgen van wisselkoersfluctuaties zo beperkt mogelijk gehouden.

Andere grote Japanse concerns hebben al soortgelijke systemen of zijn bezig die op te zetten. Het moet Japan een nieuwe voorsprong bezorgen op de concurrentie uit het Westen zowel als uit Azië zelf en de Japanse bedrijven gereedmaken voor de volgende gevechtsronde om de wereldmarkten.

Dat neemt niet weg dat Japanse bedrijven nu nog volop worden geconfronteerd met de ineenstorting van de bubble-economie en de verzwakte positie van zijn financiële sector. Maar in Japan is het denken op lange termijn zo ingesleten dat in de hoofdkantoren van de grote concerns de plannen voor de komende tien jaar al lang zijn getrokken. Daarin past ook China. Nadat Japans investeringen in Azië waren verlegd van de nieuwe industrielanden als Taiwan, Hongkong en Zuid-Korea naar de Asean-landen (Brunei, Indonesië, Maleisië, Filippijnen, Thailand en Singapore), staat China nu bovenaan als investeringsdoelwit - hoewel nog steeds een van de armste landen van Azië.

In de eerste drie maanden van dit jaar namen Japans investeringen toe met 318 procent tot 460 miljoen dollar. Japan mikt, zoals bijna overal in Azië, op de grondstoffen en de lage lonen en het rekent daarbij op een snelle groei van de consumentenmarkt. In de zuidelijke provincies van China gaan de Japanse video's, cassetterecorders, airco's en huishoudelijke apparaten al als hete broodjes over de toonbank. NEC, Sanyo, Sharp hebben hun investeringsprogramma's opgevoerd. China wil zijn telefoonlijnen uitbreiden van 11 miljoen nu tot 65 miljoen in 2000, en een concern als NEC ziet het land als een goudmijn. China maakt kans straks Japans tweede handelspartner te worden, na Amerika, zeggen ze op het ministerie van internationale handel en industrie in Tokio.

Japan voelt daarbij de hete adem in de nek van landen als Zuid-Korea. Zuid-Korea knoopte twee weken geleden, één dag voor Tokio het bezoek van de keizer bekendmaakte, diplomatieke betrekkingen met China aan. Zowel Japan als Zuid-Korea vreest voor de pas opgerichte Nafta, het handelsblok waartoe Amerika, Canada en Mexico vorige maand besloten. Beide zien China als een verzekeringspolis tegen een mogelijk vijandig Westen. Beide ook hebben het door Amerika getorpedeerde plan van de Maleisische premier om de Asean uit te breiden tot hun landen niet echt opgegeven. Japan ziet zichzelf in zo'n Aziatisch handelsblok als natuurlijk leider, hoewel bureaucraten in Tokio dat niet hardop zullen zeggen.

Japan zal zijn aandacht wellicht nog meer op China willen concentreren, nu Ruslands president, Boris Jeltsin, deze week Tokio compleet verraste met de afgelasting van zijn staatsbezoek, dat zondag zou beginnen. Het beeld van Rusland als onbetrouwbare buur is weer bevestigd, zei een boze, jonge diplomaat gisteren op het ministerie van buitenlandse zaken in Tokio. Met China valt tenminste zaken te doen.

Maar Japan, wiens diplomatie nooit anders dan in het teken staat van zijn economie, draagt in Azië als geen ander land zijn verleden mee. Veel Aziaten koesteren ambivalente gevoelens jegen de rijke, overmachtige buur, wiens bnp tien keer zo groot is als dat van de hele Asean tesamen. Het discrimineert gastarbeiders uit Azië ten opzichte van die van Japanse afkomst uit Latijns Amerika. Er is geen Japanse droom, geen Vrijheidsbeeld in Yokohama, we weten dat we niet worden geaccepteerd, schrijft Rey Ventura, een jonge Filippijnse gastarbeider over zijn illegale Japanse belevenissen in zijn pas verschenen Underground in Japan. Ventura verdeelt de wereld in twee categorieën: verwelkomers en muuroptrekkers. Officieel Amerika behoort tot de eerste, officieel Japan tot de tweede categorie. Toch neemt hij het op voor de Japanners, houdt hij van hun eerlijkheid, hun gastvrijheid, hun gevoel voor nationalisme. “Meer en meer zien we Japan als deel van onze toekomst.”