Groeten uit Bitche

Vakantiebelevenissen (2) De herfst is in aantocht, de vakanties zijn achter de rug. Deze week de tweede en laatste aflevering vakantieherinneringen. Aan de grens, in de trein en in het Franse hotel leeft Europa. Europa, in de zomer van 1992.

Europarlementariërs, die over de Autoroute heen en weer razen tussen Luxemburg en Straatsburg, passeren voorbij Schengen aan hun linkerhand een vergeten stukje Frankrijk, ingeklemd tussen de Vogezen en de Palts. Administratief behoort het Pays de Bitche eerder tot Lotharingen dan tot de Elzas. De bevolking spreekt er een sterk op Luxemburgs gelijkend dialect, dat meer met Duits dan met Frans te maken heeft, al werd het gebied al in 1648 bij Frankrijk gevoegd. Gedenkstenen die herinneren aan drie eeuwen Frans bewind gaan voor het gemak voorbij aan die kleine onderbrekingen tussen 1871 en 1918 en van 1940 tot 1944, toen Elzas-Lotharingen een administratieve eenheid van het Duitse Rijk vormde.

De dorpjes maken een Duitse indruk: de kerk, vaak protestants, staat zelden midden in de kern, maar een beetje opzij. En de supermarkt sluit er op zaterdag al om vijf uur. Een van de streekbewoners, die tegen elke Nederlandse toerist automatisch in het Duits begint, meent dat de Luxemburgers, Saarlanders, Oost-Lotharingers en Elzassers eigenlijk een volk vormen. Van een fanatiek nationalisme of separatisme is echter geen sprake. Wie in deze streek opgroeide, kent maar al te goed de gruwelverhalen over de drie oorlogen, die bijna geen familie ongeschonden lieten. De Frans-Duitse oorlog van 1870 spreekt hier nog steeds het meest tot de verbeelding, door de heldensagen rond de slag bij Wissembourg en het beleg van Bitche. Het heuvellandschap wemelt van de ruïnes van burchten, die deze belangrijke grens eeuwenlang verdedigden, als de breuklijn van Europa. Een van de bunkers uit de Maginot-linie, die uiteindelijk in de Tweede Wereldoorlog geen dienst hoefde te doen, omdat de Duitsers gewoon omliepen via België naar Verdun, doet met zijn stelsel van ondergrondse gangen nu dienst als toeristische attractie. De meeste indruk maakt echter de citadel van Bitche, een moloch van wel een kilometer lengte, die hoog uitsteekt boven het slaperige garnizoensstadje. De soldaten vormen de belangrijkste bron van inkomsten voor de lokale economie, die overigens leeft van het toerisme, de kristalindustrie en een zonnebrillenfabriek. Men ziet er regelmatig militairen met volle bepakking in ganzepas over een landweggetje marcheren. Af en toe scheurt een militaire vrachtauto met een rood kruis langs, die natuurlijk vast oefent voor vredestichtende dienstverlening in Sarajevo.

Hoe vaak je deze zomer ook de Frans-Duitse grens passeert, douaniers zijn er niet meer te bekennen. Het zomerfestival van Bitche staat volledig in het teken van Europa, met een optocht in nationale klederdrachten en een openluchtmaaltijd, waar gerechten uit twaalf landen opgediend worden. Het klank- en lichtspel bij de citadel refereert eerst aan jaren van kruitdamp en bloedvergieten en eindigt met het hijsen van de grootste blauwe vlag met een cirkel van gele sterren, die ik ooit gezien heb.

Als ergens in Frankrijk de regering bij het Maastricht-referendum op een gerieflijke meerderheid zal kunnen rekenen, is dat in het Pays de Bitche. Honderd kilometer verderop, in Straatsburg, heeft de middenstand ook niet te klagen over de Europese eenwording. Pal naast het Palais de l'Europe, in het schilderachtige park van de Orangerie, ligt een heel leger van ordehandhavers verscholen tussen de struiken. Een kolonie van ooievaars staat er op een been en begint op onverklaarbare momenten collectief met de bek te klepperen. Vreemd toch dat nog geen enkele politieke tekenaar de voor de hand liggende vergelijking met het Europarlement uitgebuit heeft.