De reorganisatie van de politie is een moeizaam gevecht

DEN HAAG, 12 SEPT. Volgend jaar moeten de versnipperde en door stammenstrijd geteisterde korpsen van rijks- en gemeentepolitie zijn omgebouwd tot een goed geöliede organisatie van 25 regiokorpsen en een korps landelijke diensten. Waarschijnlijk is echter dat die reorganisatie niet voor 1994 zijn formele beslag krijgt. Vooral ook omdat een groot aantal potentiële knelpunten, die aanvankelijk waren weggemoffeld, weer opduiken nu de reorganisatie van de tekentafel komt.

Deze week bleek dat het ministerie van financiën al maandenlang gewikkeld is in een moeizaam gevecht met Binnenlandse Zaken en Justitie over de manier waarop de overdracht van de huidige politiebureaus aan de nieuwe regiokorpsen moet worden geregeld. Financiën wil dat de regiokorpsen zich in de schulden steken en voor hun bureaus betalen terwijl Justitie en Binnenlandse Zaken die overdracht zonder betaling willen laten gebeuren. En passant kan Financiën met de geschatte opbrengst van die operatie, 2,5 miljard, een deel van de staatsschuld dempen. Maar Binnenlandse Zaken en Justitie vrezen dat deze transactie grote vertragingen voor het proces van reorganisatie oplevert omdat de politiebureaus, voor zij verkocht kunnen worden, eerst moeten worden getaxeerd. Een vergelijkbare operatie met gebouwen in het HBO duurt al drie jaar zonder dat oplossingen in zicht zijn.

Tegelijkertijd doemde afgelopen week het probleem op van de "aanrijtijden' van de politie in de plattelandsregio's. De voorzitter van club van korpsbeheerders, burgemeester Hermans van Zwolle, vroeg met kracht aandacht voor de gevolgen van de onderbezetting van de korpsen daar. Er is een landelijke verschuiving gaande van de politiesterkte van plattelandsgebieden naar de steden. Het gevolg is dat er in bepaalde delen van het land soms nog maar zo weinig agenten paraat zijn dat bij calamiteiten de politie pas ter plekke is als de brandweer de slangen al weer oprolt.

Ondertussen hebben de vakbonden dinsdag het overleg met Binnenlandse Zaken opgeschort over het sociale kader van de politiereorganisatie omdat te weinig agenten straks in aanmerking zullen komen voor salarisverbetering. Hierover hadden de bonden maart 1991 een convenant gesloten met het departement. Nu blijkt echter dat die afspraak waardeloos is omdat de regiokorpsen zelf bepalen hoe zij hun formatie samenstellen.

Bij deze onderwerpen gaat het vooral om de herverdeling van geld. Het heeft er alle schijn van dat de politieministers Dales en Hirsch Ballin die kwesties hebben onderschat. Eerdere pogingen om de politie op provinciale schaal te organiseren, mislukten in 1984 om financiële redenen.

De felste discussies over het politiebestel gingen voor het zomerreces over de meer principiële kwestie van de herverdeling van de macht over de Sterke Arm. Wie krijgt het voor het zeggen: de gemeenteraad, de burgemeester, de superburgemeester van de centrumgemeente die is aangewezen als korpsbeheerder, de hoofd-officier van justitie of de korpschef? Wat is daarbij de rol van regionale burgemeesterscolleges die de korpsen moeten "besturen', en op welke wijze houdt het centrale gezag (Binnenlandse Zaken en Justitie) het geheel aan de teugel?

Uit de schriftelijke behandeling van de politiewet blijkt dat de politieke partijen in de Tweede Kamer de machtskwestie niet vergeten zijn. Het CDA is voor de krachtige korpschef. PvdA, VVD en D66 ijveren voor meer zeggenschap voor bestuurders op lokaal niveau. De fractie van D66 maakt zich daarnaast onverminderd zorgen over de manier waarop deze reorganisatie zijn beslag krijgt. Er is voor gekozen niet eerst een nieuwe politiewet te maken waarna verandering van het bestel volgt. Reorganisatie en proces van wetgeving zouden gelijk opgaan. Maar het wordt steeds duidelijker dat de wetgeving ver achterloopt bij de ontwikkelingen. Dat kan er toe leiden dat de Tweede Kamer bij de uiteindelijke behandeling van de politiewet nauwelijks meer de kans zal krijgen om bij te sturen waar zaken ondeugdelijk zijn geregeld.

Eerder is onder meer door de Amsterdamse hoofdcommissaris Nordholt opgemerkt dat de vergadercircuits over deze kwesties almaar uitdijen. De deelnemers lopen rond met dubbele en driedubbele attaché-koffers gevuld met belangwekkende stukken. Maar ondertussen blijkt de animo onder de "dienders' om zich met volle kracht in te zetten voor de handhaving van de openbare orde of de bestrijding van de criminaliteit, in een rampzalig tempo af te nemen. Gisteren werd bekend dat een kwart van de politiemensen op uitvoerend niveau zoekt naar ander werk. Daar kan tegenin gebracht worden dat het betreffende onderzoek slechts een momentopname was. Nu de onzekerheid over het toekomstige politiebestel afneemt, zou het misschien wel weer beter kunnen gaan met de motivatie.

Maar recente misdaadstatistieken geven in ieder geval aan dat het ophelderingspercentage in een beperkt aantal jaren is gedaald van 41 tot twintig procent. Het zou mensen op het idee kunnen brengen om niet alleen het proces van wetgeving en reorganisatie te synchroniseren maar om ook tegelijkertijd maar te beginnen met een parlementaire enquête naar het falen van de operatie.