De babyfabriek (3)

In De babyfabriek toont Michèle de Waard beelden uit de "Reageerbuisbizz' die wij, als hulpverleners bij geboorteregeling en IVF, maar al te goed kennen. De cliënt voelt een diepe behoefte aan een kind en wil dan ook ver gaan om die wens vervuld te krijgen (ook letterlijk: medical shopping). Voor buitenstaanders en hulpverleners lijkt dit streven buiten proporties.

Waarom gaat men zo ver? Een bioloog zou misschien opmerken dat deze mensen gefrustreerd raken in het enige objectieve doel van ons leven op aarde: het doorgeven van de genen. Meer voor de hand ligt een zaak waarover bij de aanvang zelden gesproken wordt omdat het falen van de behandeling, zowel bij de cliënt als de hulpverlener, geen geliefd onderwerp van gesprek vormt. Maar als het werkelijk niet lukt een kind te krijgen, dan wil de cliënt niet het kwellende gevoel hebben dat er kansen zijn onthouden of dat deze door eigen nalatigheid zijn gemist. Om te kunnen stoppen moet eerst alles gedaan worden wat er aan gedaan kan worden. Van hogerhand afgedwongen stoppen na drie pogingen (waarvoor geen medische basis bestaat) genereert frustraties. Bovendien zorgt die dreiging er al tijdens de behandeling voor dat elke poging een buitensporig gewicht krijgt en ervaren wordt als een "life-event'. De verwerking van de achtereenvolgende mislukkingen stelt de verhouding met de partner op de proef en gaandeweg kan het verlangen naar een kind ontaarden in een obsessie. Onder die omstandigheden blijft de cliënt zoeken, blijft zelfs het begin van acceptatie van kinderloosheid uit. Laat staan dat een verwerkings- c.q. rouwproces zijn beslag zou kunnen krijgen. Een soms levenslange lijdensweg, zoals blijkt uit het artikel.

Langzamerhand wordt duidelijk dat op een aantal gebieden een hoge prijs betaald moet worden voor de combinatie centrale sturing met medicalisatie. Zo moet een IVF-centrum, om zijn vergunning te behouden, gemiddeld per behandelingspoging (cyclus) een bepaald percentage zwangerschappen tot stand brengen. De kans per cyclus kan verhoogd worden door vrouwen boven de 39 jaar uit te sluiten, hormonaal veel eicellen te laten doorgroeien en veel bevruchte eicellen terug te plaatsen. Inderdaad een - overigens matig doeltreffende - babyfabriek, die de aan deze aanpak inherente meerlingen en bijwerkingen genereert.

Zou het anders kunnen? Hulpverlening die de problematiek serieus neemt moet behalve met medische ook rekening houden met de maatschappelijke en individuele aspecten. Plaats, setting, methode en hulpverleners dienen daarop gericht te zijn. Veelal zal het ook met kunstmatige voortplantingstechnieken niet lukken een kind te krijgen. Daarom moet bij het begin van de behandeling overeengekomen worden dat er ook sprake van succes is als tenslotte een obsessie en "medical shopping' kan worden voorkomen. Centrale sturing met algemene regels en filosofisch paternalisme staan bij dit streven snel in de weg. Gegeven de maatschappelijke aspecten en het feit dat het geen zieke mensen betreft lijkt de ziekenhuis-setting niet de meest geschikte, nog afgezien van de ervaring dat bij deze "bizz' big beslist niet beautiful is.

Ook ten aanzien van de verschillende behandelmethoden en kansen moet er gelegenheid zijn voor het afwegen van de voor- en nadelen door de persoon zelf. Dan kan de cliënt bijvoorbeeld verkiezen de hormonale overstimulatie, die nu aan vrijwel iedereen wordt opgelegd, achterwege te laten, vooral omdat deze praktijk eerder ingegeven is door economische denkbeelden (opbrengst per cyclus), dan door medische noodzaak. Louise Brown, de eerste reageerbuisbaby, werd immers verwekt in een "natuurlijke' cyclus.

Bij de openheid, noodzakelijk voor een goede afloop, past ook dat de cliënt in de gelegenheid wordt gesteld de theoretische en praktische mogelijkheden die de moderne kunstmatige voortplantingstechnieken bieden, in zijn overwegingen te betrekken. Dat zaad- en (bevruchte) eicellen, ingebracht in een ander lichaam, niet worden afgestoten, heeft de mogelijkheden aanzienlijk verruimd. Indien de eigen cellen ontbreken of niet goed genoeg zijn kunnen deze veel voorkomende cellen worden "geleend', evenals baarmoeders. Ook na de overgang. Wat heeft dit nog met geneeskunde te maken, vraagt in het artikel de orgaanspecialist zich af. Even veel of weinig als het gebruikelijke voorschrijven van de pil en het aanvullen van hormonen na de overgang, zou ik zeggen. Het is een vorm van medische hulp op maatschappelijk gebied waarbij volledige en juiste voorlichting op zijn plaats is. Vrees voor een U vraagt en wij draaien-houding lijkt mij ongegrond, gezien de ervaring in Nederland met abortus en KI.

Een andere aanpak, waarbij verantwoordelijkheden worden verlegd, betekent ook dat de cliënt een daarbij passend aandeel in de advies- en behandelingskosten neemt. De praktijk leert dat deze heel goed zijn prioriteiten kan bepalen, mits daartoe in de gelegenheid gesteld. Ook als het hoofddoel, een kind, dan niet kan worden verwezenlijkt, weet de cliënt dat wroeging achteraf over mogelijk verzuimde kansen niet zal opkomen, omdat gedaan is wat redelijkerwijs mogelijk was onder de omstandigheden. Het verdriet is daarbij niet plotsklaps weg, maar de weg voor een verwerkingsproces behoeft niet geblokkeerd te zijn door frustraties. Indien dan begeleiding bij dit rouwproces noodzakelijk is, wordt er geen uitzichtloze zaak op het bordje van de huisarts gedeponeerd.