De babyfabriek (1)

Michèle de Waard schrijft onder de schreeuwende kop De Babyfabriek een artikel in het Zaterdags Bijvoegsel van 29 augustus over de vraag: Waar ligt de ethische grens bij reageerbuisbevruchting?

Om een goede discussie over de genoemde ethische grens te kunnen voeren moeten erg veel extremen belicht worden. In het artikel worden de uitersten gemeengoed. Het lijkt mij onaanvaardbaar dat reageerbuisbevruchting beoordeeld wordt op grond van deze uitersten.

Om een goede discussie te kunnen voeren is een objectieve weergave nodig van alle aspecten die te maken hebben met deze ethische grens en dat is in dit artikel zeker niet het geval. Er wordt gesproken over handel in vruchtbaarheid; de medische technologie stelt geen enkele beperking meer ten aanzien van het krijgen van kinderen; de IVF-behandeling is voor allen een lange lijdensweg; IVF is een dure behandelmethode met bescheiden succes; IVF is een luxe; een pretpakket in de basisvoorziening van de gezondheidszorg en tot slot wordt duidelijk gemaakt dat (echt)paren met vruchtbaarheidsproblemen zich moeten bedenken dat het leven zonder kinderen nog niet zo slecht is; neem bijvoorbeeld een hond! Alsof een hond en een baby uitwisselbaar zijn! Is dit een discussie over de ethische grens?

Misschien is het goed om even wat feiten te noemen.

Kinderloosheid is een medisch probleem van een grote groep mensen, ca. tien procent van de Nederlandse echtparen. Een baby op bestelling aanvragen, zoals het artikel veronderstelt, is verre van de werkelijkheid verwijderd. Een eigen kind kan door geen enkele behandeling of regeling gegarandeerd worden.

Waar wel elke Nederlander een grondwettelijk recht op heeft is een medische behandeling, zoals reageerbuisbevruchting. Dat is reeds jaren in Nederland vastgesteld. In zoverre hebben vrouwen die kinderen willen, recht op medische hulp bij deze wens en dit betekent dat IVF een basisvoorziening zou moeten zijn in de gezondheidszorg in plaats van een onderdeel van een "pretpakket'.

In het artikel wordt IVF een dure behandeling genoemd met een bescheiden succespercentage, maar zij is een relatief goedkope behandeling, zeker vergeleken met andere infertiliteitsbehandelingen. De huidige resultaten van de techniek benaderen de "natuurlijke situatie'. Van alle vrouwen die een IVF-behandeling ondergaan is 38 procent na drie cycli zwanger. Deze grote groep vrouwen zouden zonder de huidige medische voorzieningen ongewenst kinderloos blijven.

In het artikel wordt continu gehamerd op het feit dat medische behandelingen bij (echt)paren met vruchtbaarheidsproblemen een lange lijdensweg vormen. Het is erg belangrijk om deze groep voor de aanvang van medische behandelingen grondig voor te lichten zodat het paar zelf een zorgvuldige afweging kan maken. Hier zet onze vereniging, de NVRB, zich actief voor in. Het is echter van essentieel belang dat de uiteindelijke afweging bij het paar zelf ligt en niet bij andere belangengroeperingen.

Het voorbeeld dat ethica Heleen Dupuis aanhaalt over een getrouwde vrouw met drie kinderen die zich laat steriliseren, hierna scheidt van haar man, met haar nieuwe man de sterilisatie zonder succes ongedaan wil laten maken, haar toevlucht zoekt tot IVF, een drieling verwacht, twee van de drie vruchtjes laat aborteren en zwanger wordt van een kind, is ver gezocht. Voor de discussie om de ethische grens te bepalen is dit een correct voorbeeld, maar het gevaar bestaat dat op grond van dit voorbeeld de gehele techniek van reageerbuisbevruchting onderuit wordt gehaald . Helaas moeten wij constateren dat dit maar al te vaak ten onrechte gebeurt.

Ook wordt de suggestie gewekt dat alles mogelijk is. De werkelijkheid is echter dat de meeste IVF-klinieken een leeftijd van 40 jaar voor de vrouw als maximum stellen, het aantal terug te plaatsen bevruchte cellen in alle gevallen beperkt tot maximaal vier, maar dit in de praktijk beperkt tot een lager aantal, afhankelijk van de kwaliteit van de bevruchte eicellen. Overigens worden alle stappen vam de medische behandeling zorgvuldig met de patiënt overlegd en beslissingen worden in overleg genomen. Op deze manier wordt de kans op bijvoorbeeld ongewenste meerlingen tot een minimum beperkt.

De discussie over de ethische grens dient in een breder kader gevoerd te worden. Niet alleen uitersten moeten belicht worden, maar ook geheel andere argumenten: hoe werkt de natuur en hoever willen we gaan bij het benaderen van de natuur, maar ook welk draagvlak bestaat er binnen de Nederlandse samenleving voor deze behandeling en de mensen die deze ondergaan.