Alleen mannen maken balletten voor twaalfde Scapino workshop

Gezelschap: Scapino Ballet Rotterdam. Voorstelling: Jonge Choreografen Programma met werken van Rob Barendsma, Miquel de Jong, Serge Rampal, Keith-Derrick Randolph, Eytan Sivak, Rinus Sprong, Ted Stoffer, Thom Stuart, Michiel Verkoren, Sjoerd Vreugdenhil. Gezien: 11/9 Koninklijk Conservatorium, Den Haag. Verder nog te zien: 12/9 Lantaren, Rotterdam; 13/9 De Kleine Komedie, Amsterdam.

De choreografische workshop van het Scapino Ballet Rotterdam functioneert al twaalf jaar. Traditiegetrouw vinden er ook enkele openbare presentaties plaats. Zo kunnen de choreografen in spe hun werk toetsen aan de reacties van het publiek. Een leerzame ervaring gevoegd bij het vaderlijke woord van Ed Wubbe - waarnemend artistiek leider - die het project begeleidt.

Vroeger was het aantal mannelijke en vrouwelijke deelnemers in redelijk evenwicht. Vorig jaar deden echter nog maar twee choreografes mee. Jammer, want er was kwaliteit bij de vrouwen, zoals blijkt uit het succes van bij voorbeeld Paula Vink, Tamara Roso of Kirsten Debrock.

Deze keer meldden zich alleen mannen. Van die tien realiseerden er vijf reeds eerder dansstukken in de workshop. Je verwacht dat meer ervaring een beter resultaat oplevert, maar dat geldt niet voor allen. Zo lijkt Come Out van Tom Stuart inderhaast gemaakt. Een gemakzuchtig geval, waarin de aankleding - zilverkleurige jassen met felrode onderkleding - en de belichting meer aandacht kregen dan de choreografie. Die bestaat uit repetetieve bewegingen, in strakke patronen uitgevoerd. Aandoenlijk onbeholpen solo's doorbreken de mechanische structuur van dit saaie dansstuk.

Keith-Derrick Randolph vond zijn onderwerp in Genesis 1.27. In The Adam Concept geeft hij vier religieuze interpretaties van het Scheppingsverhaal. Ondanks de inzet van vier krachtige trommelaars en een expressionistisch gedanste Eva, blijft het een zoekplaatje waarin alleen de elementen erotiek en doodsdrift zijn te herkennen.

De Weduwe van Michiel Verkoren bevat een paar mooie spinachtige bewegingscombinaties die doen denken aan Cellorganics (1983) van Wubbe. Rob Barendsma maakte met Ah! Perfido een onduidelijke compositie, gebaseerd op een cirkel, driehoek en vierkant. Wapenfeit van Rinus Sprong is een harde, stug uitgevoerde pas de deux die later opgenomen zal worden in een groter werk.

Bij de debutanten valt vooral de solo Comment l'Asperine sait-elle ou est la Douleur op van Sjoerd Vreugdenhil. Een spannende choreografie met een wisselende energiestroom. Gemaakte voor en gedreven gedanst door Sacha Steenks, die door de emotionele kleuring van de beweging diepte geeft aan het verhalende element. Eclipse de Lune van Serge Rampal wordt gekenmerkt door een steeds doorstromende beweging. Dit onbezorgde ruimtelijke gebruik geeft de juiste vaart aan zijn speelse choreografie.

Ted Stoffer maakte Walking the Rhythm, een duet en een trio met groot aangezette bewegingen, een ballet dat wordt ontsierd door een naïef slot. Eytan Sivak kon zich blijkbaar niet losweken van Ohad Naharins invloed bij het maken van Eggshells. Een kommer-en-kwelverhaal voor vier zich onbegrepen voelende mensen. Tot slot past het kinderlijke Yo Que Sé van Miquel de Jong meer bij Scapino-oude-stijl, die reeds jaren is begraven.