Zweedse variant van bubble-economie is uiteengespat; Speculatie van tweede helft jaren tachtig doet financiële instellingen das om

STOCKHOLM, 11 SEPT. Volgens een anekdote onder Zweedse bankiers kreeg zelfs die ene melkboer uit Stockholm zonder veel plichtplegingen 25 miljoen kronen van Nordbanken los om in onroerend goed te steken. Een postzegelverzamelaar die zijn postzegels als onderpand aanbood, ontving een paar miljoen zonder dat de bank zijn postzegels ooit heeft gezien. Sterke verhalen? “Er zijn gevallen bekend dat niet eens naar de eigendomspapieren van het onderpand werd geïnformeerd”, zegt prof. Staffan Viotti van de Stockholmse Handelshogeschool.

Al sinds een jaar ziet de ene na de andere bank en verzekeraar in Zweden (en de rest van Scandinavië) zich geconfronteerd met vele miljarden aan oninbare kredieten. De Zweedse variant van de "bubble'-economie is uiteengespat. Vooral speculatie in commercieel onroerend goed in de tweede helft van de jaren tachtig doet financiële instellingen de das om. Sinds 1990 zijn de prijzen van commercieel onroerend goed in Zweden met de helft gedaald.

Eergisteren kondigde Gota Bank aan dat in 1992 zo'n 8 miljard kronen (2,4 miljard gulden) aan slechte leningen moeten worden afgeschreven. De vierde bank van Zweden voorziet voor dit jaar een netto verlies van 4 miljard kronen. De Zweedse regering onderhandelt nu met de verzekeringsmaatschappij Trygg-Hansa, eigenaar van Gota Bank, over de vorm van steunmaatregelen. Op dezelfde dag was de handel in aandelen van Trygg-Hansa en Skandia (een andere verzekeraar) stopgezet, nadat hun dochter Svenska Kredit alle betalingen had gestaakt wegens gebrek aan liquiditeiten. Net als andere verzekeraars heeft Svenska Kredit te veel slechte bankkredieten verzekerd, waardoor het premie-inkomen tekortschiet.

Dat de onheilstijdingen samenvallen met de spectaculaire daggeldrenteverhoging door de Riksbank is grotendeels toeval, al is het hogere renteniveau natuurlijk niet bevorderlijk voor de prijzen van onroerend goed.

De condities voor een economische "zeepbel' waren waarschijnlijk nergens zo gunstig als in Scandinavië, door de combinatie van een beschermde binnenlandse markt, hoge marginale belastingen, wat lenen aantrekkelijk maakt, en een hoge inflatie.

De speculatiegolf in Zweden begon in 1985 na de deregulering van het bank- en verzekeringswezen. Voordien waren de banken verplicht het grootste deel van hun middelen in risicoloze staatsobligaties te beleggen. “De bankiers waren eigenlijk meer ambtenaren die slechts geld doorsluisden”, aldus prof. Viotti. Nu storten de grote commerciële banken, kleine spaarbanken en financieringsmaatschappijen zich op kredietverlening in de onroerend goed sector. Viotti: “De bankiers bleven "ambtenaren'. Ze dachten dat beleggen in onroerend goed net zo risicoloos was, omdat de prijzen voortdurend stegen”.

De werkelijkheid werd anders toen de Zweede regering de koers verlegde naar een echte vrije markteconomie. Door een strikt monetair beleid werd de inflatie van dubbele cijfers teruggebracht tot nauwelijks 2 procent. Bovendien zijn in Zweden de marginale belastingtarieven en de rente-aftrek verlaagd, wat geld lenen onaantrekkelijk maakt. Gevolg: de ineenstorting van de onroerend goedprijzen. De waarde van onderpanden smelt weg, waardoor kredietnemers niet meer aan hun verplichtingen kunnen voldoen.

Buitenlanders in Stockholm verbazen zich over de gebrekkige kennis van kredietbeoordeling bij Zweeds bankpersoneel. Een deskundige: “Kredietverlening aan de industriële sector is in Zweden nog steeds een zaak van persoonlijke relaties. En voor de rest kochten de banken overheidspapier.” Wat daarnaast nog aan kredieten werd verschaft, stond (tot 1985) onder strikt toezicht van de Riksbank. “Wij schreven de precieze krediethoeveelheden en zelfs de rentepercentages voor”, aldus een functionaris van de Riksbank.

De crisis trof het eerst de financieringsmaatschappijen, ooit door de banken zelf opgericht om de regulering te ontwijken. Zij zijn actief in de ricicovolle marges, vooral verstrekking van tophypotheken. Van de 600 maatschappijen hebben er 300 het loodje gelegd. Daarna kwamen de ongeveer honderd spaarbanken in moeilijkheden. Zelfs de kleintjes hebben zich soms in enorme onroerend-goedtransacties begeven. Een snelle fusie moet volgens de Zweedse overheid voorkomen dat particuliere spaarders de dupe worden.

Een paar cijfers. Volgens Zweedse bankdeskundigen bedraagt het totaal aan slechte leningen momenteel 100 miljard kronen, waarvan 80 procent voor rekening van de onroerend goed sector. De banken doen niet geheimzinnig over hun kredietverliezen. In 1990 bedroeg het totaal aan kredietverliezen 11,6 miljard kronen. Per saldo maakten de banken toch een winst van 13,5 miljard kronen door andere inkomsten (onder andere rentemarge). Dit verklaart volgens Zweedse deskundigen dat de onafhankelijke toezichthouder voor banken en verzekeraars aanvankelijk weinig in de gaten had. De drie grootste banken van Zweden Nordbanken, Handelsbanken en SE Banken zijn samen bijna even groot als ABN Amro. Vorig jaar liepen de kredietverliezen tot 36,4 miljard kronen op. De banken boekten ook per saldo een negatief resultaat, waardoor ineens opviel dat er sprake is van een acute kredietcrisis. Dit jaar zullen de kredietverliezen tot zeker boven de 40 miljard kronen oplopen. Bij Handelsbanken staat ruim 7 procent van de kredieten als "slecht' te boek. Bij andere moet dat meer zijn, want Handelsbanken is de enige in Zweden die nog winst maakt. Dat laatste is volgens bankanalisten in Stockholm geen toeval omdat de Handelsbanken bekend staat als een conservatief beleggende bank met adequaat personeel.

De situatie bij Nordbanken (staatspostbank) illustreert dat de Zweedse overheid ook zelf schuld is aan de problemen. “Zij stimuleerde dat Nordbanken zijn activiteiten sterk uitbreidde om haar rijp te maken voor privatisering”, aldus de functionaris van de Riksbank. Dat bezorgde Nordbanken in Zweedse bankkringen het predicaat "notoir roekeloos'. De overheid heeft nu de slechte leningen van Nordbanken in een aparte poot ondergebracht. Buitenlandse banken, die in Zweden overigens nog weinig actief zijn, zouden voor het "gezonde' deel belangstelling hebben, met name vanwege het uitgebreide kantorennet van Nordbanken.

Volgens onofficiële cijfers heeft de Zweedse overheid tot nu toe ruim 30 miljard kronen gereserveerd om de crisis van de financiële instellingen af te wenden. Dat is bijna de helft van het overheidstekort in het afgelopen fiscale jaar. Het is niet duidelijk hoeveel hiervan eventueel als lening wordt verstrekt. Binnen- en buitenlandse deskundigen zijn er van overtuigd dat het land net als de valutacrisis ook de kredietcrisis aankan. Hun belangrijkste argument is dat Zweden een sterke economische basis heeft. Dit is een duidelijk verschil met Finland, waar de financiële instellingen in een diepere crisis zijn geraakt.

“De winstcapaciteit van de banken in Zweden ligt door die sterke economische basis op zo'n 35 miljard kronen per jaar. Bij een totaal aan slechte kredieten van 100 miljard kronen, kan de crisis in een paar jaar achter de rug zijn”, aldus een deskundige. Dat een van de grote Zweedse banken daadwerkelijk failliet zou gaan, wordt in Stockholm uitgesloten. De regering zou dat voorkomen, omdat anders het vertrouwen van de internationale financiële markten verloren gaat. “Ik denk dat we de kredietcrisis over vier jaar achter de rug hebben”, aldus een hoge functionaris van de Riksbank.