Zuiver

Karl komt uit Zwaben en dáár zijn alle Duitsers het over eens: die uit Zwaben hebben een accent. Maar het kan ook aan het verhaal zelf gelegen hebben, zo liefdevol verteld, dat het even duurde eer ik begreep dat met Jutta en Katja geen dochtertjes werden bedoeld maar steenmarters. Ze waren als wezen aan hem toevertrouwd en hadden een jaar lang in en om zijn huis geleefd, fanatiek en vindingrijk, katten in het kwadraat.

Afgelopen zomer kozen ze de vrijheid, Katja eerst en daarna Jutta, of andersom. De laatste was nog een paar keer 's nachts teruggeweest. Ze klom door het kelderraam, ging naar boven en krabde aan de slaapkamerdeur tot Karl een praatje kwam maken. En aldus bemoedigd vertrok ze weer.

Ze krabde aan de slaapkamerdeur... ik geloof best dat zulk gedrag kan worden beschreven in nuchtere, ethologische termen, maar doen die recht aan de gevoelens van het dier? In ieder geval niet aan de mijne, die samenvloeiden tot een weemoedig soort afgunst.

Een steenmarter, in tweestrijd tussen de vertrouwde maar onvolmaakte stem van een mens en de vreemde maar onweerstaanbare stem van de wildernis - ja, hoe bebouwd, geasfalteerd, bekabeld de wereld ook mag zijn, voor háár is het de wildernis.

Afscheid: onbegrepen, ongewild, onvermijdelijk, zonder opsmuk, zonder bijsmaak, het zuivere afscheid.