Rotterdam wil geen atoomonderzeeërs meer in de Eemshaven

ROTTERDAM, 11 SEPT. Rotterdam wil dat Amerikaanse atoomonderzeeërs in de toekomst niet meer in de Eemshaven aanleggen. De gemeente dringt erop aan dat de duikboten niet verder de Nieuwe Waterweg opvaren dan de Maasvlakte. Rotterdam heeft onlangs de Koninklijke Marine verzocht de marine van de Verenigde Staten daarvan in kennis te stellen.

Tot nu toe legden de onderzeeërs gemiddeld viermaal per jaar aan bij het ECT-terrein bij Rotterdam-Zuid, dat ook door het Amerikaanse leger werd gebruikt voor overslag van materieel bij de operatie Desert Storm. Rotterdam geldt als uitwijkhaven wanneer het getij aanleggen bij marinehaven Den Helder bemoeilijkt.

W. den Boef, beleidsambtenaar Openbare Orde en Veiligheid bij de Rotterdamse gemeente: “Als er iets op een onderzeeër gebeurt, kun je hem vanaf de Maasvlakte direct de zee op slepen. Vanuit de Eemshaven moet je eerst zo'n dertig kilometer langs dichtbevolkte gebieden.” Een woordvoerder van het Rotterdamse Havenbedrijf acht het risico van aanvaringen onderweg erg klein. “Maar niets is onmogelijk.”

Volgens een woordvoerder van de Koninklijke Marine gaat het om onderzeeërs van de Los Angeles-klasse, met nuclaire voortstuwing. “Het zijn zogeheten "aanvalsonderzeeërs', die niet zijn uitgerust met zware, ballistische raketten. Maar we vragen ze niet wat er in hun torpedobuis zit.” Volgens de woordvoerder bezoeken de kernonderzeeërs Rotterdam al langer dan tien jaar voor “recreatieve doeleinden” en het inslaan van proviand.

Momenteel ontwikkelen het ministerie van Binnenlandse Zaken en VROM voor de haven van Rotterdam een rampenplan in het kader van het zogeheten PKOB, Project Kernongevallen Bestrijding. Een woordvoerder van het ministerie van VROM zegt dat men op een rapportage van het ministerie van defensie wacht, waarin wordt uitgezocht welke maatregelen de havens in de Verenigde Staten nemen bij het aanmeren van atoomonderzeeërs. Pas dan zal het ministerie een standpunt innemen over een nieuwe aanlegplaats.