Republieken GOS kloppen aan bij Raad van Europa

ISTANBUL, 11 SEPT. Na de voormalige Oostblokstaten kloppen nu ook de voormalige Sovjet-republieken bij de Raad van Europa op de deur.

Dat is de reden dat de 27 lidstaten van de Raad van Europa in Istanbul een speciale zitting wijden aan de vraag hoe de relaties met de landen, verenigd in het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) en Georgië, er in de toekomst uit moet zien.

De algemeen secretaris van de Raad van Europa, Catherine Lalumière en de Turkse minister van buitenlandse zaken, Hikmet Çetin, brachten in juli samen al een bezoek aan de Oekraïne, Georgië, Kazachstan, Kirgizië en Oezbekistan. Hun bevindingen over de politieke ontwikkelingen in deze staten staan, samen met de informatie die de twaalf voormalige Sovjet-republieken zelf op de top in Istanbul ter sprake brengen, centraal in de besprekingen.

Het is een thema dat Turkije, dat tot november roulerend voorzitter is van de ministerraad van de Raad van Europa, na aan het hart ligt. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie bood het land een gouden kans om zich te ontwikkelen tot een regionale macht. Als eerste werden de historische, religieuze en taalkundige banden met de Centraal-Aziatische republieken aangehaald, terwijl in juni tevens met de landen rondom de Zwarte Zee een economisch samenwerkingverdrag werd getekend, dat in de toekomst het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en mensen in deze regio moet regelen.

De landen in de Kaukasus en de Centraal-Aziatische republieken zien Turkije als een brug om hun politieke en economische wensen bij Europa op tafel te leggen. Een rol die Turkije met enige gretigheid op zich heeft genomen. Niet dat er in Istanbul nu meteen knopen zullen worden doorgehakt over de toekomstige rol van de Raad van Europa, waarvan Bulgarije enkele maanden geleden als jongste, 27ste lidstaat werd verwelkomd.

De vraag die eerst nog beantwoord moet worden, is: hoe groot is Europa eigenlijk? En vervolgens: welke landen kunnen volledig lid worden en met welke landen moeten de relaties op een andere manier, wellicht als geassocieerd lid, worden geregeld? Met andere woorden: welke staten behoren niet alleen geografsich, maar ook in cultureel opzicht tot Europa?

Lalumière gaf daar gisteren op een persconferentie na afloop van een eerste dag van besprekingen in Istanbul evenmin definitief uitsluitsel over. Ook al voegde zij daar meteen aan toe dat als de GOS-landen en Georgië de principes van de Raad van Europa onderschrijven, het van uitzonderlijk belang is voor de stabiliteit in de regio. “Een ontwikkeling”, zo benadrukte Lalumière, “die zeker ook in het belang is van het huidige Europa.”

De Nederlandse minister van buitenlandse zaken, Hans van den Broek, meende dat in principe geen enkele voormalige Sovjet-republiek van samenwerking met de Raad van Europa moet worden uitgesloten. “Alleen”, zo verzuchtte ook hij, “welke landen moeten volledig lid worden en met welke landen moet de samenwerking op een andere manier worden geregeld?”

Niettemin heeft de Russische federatie, met zijn 145 miljoen inwoners de wens al te kennen gegeven lid te willen worden van de Raad van Europa, terwijl er in Straatsburg eveneens verzoeken liggen van Armenië, Azerbajdzjan, Wit-Rusland, Moldavië en de Oekraïne om met de parlementaire Assemblee mee te mogen doen. Een stap die uiteindelijk moet resulteren in het volledige lidmaatschap. Lalumière liet doorschemeren dat over bij voorbeeld Rusland, Moldavië en de Oekraïne weinig twijfels bestaan, omdat deze republieken niet alleen geografisch maar ook in cultureel opzicht Europese landen zijn. Over de Kaukasus-landen, Armenië, Azerbajdzjan en Georgië wordt al getwijfeld, terwijl de animo om de islamitische Centraal-Aziatische republieken tot Europa toe te laten in Straatsburg nog niet groot is. Ook al bestaat de behoefte om deze landen zijdelings bij de Raad van Europa te betrekken, gezien de banden die deze nieuwe naties hebben met Turkije, dat zijn positie van voorzitter van de ministerraad van Europa, volledig wenst uit te buiten.