Psychiater Kuiper strooit begaafd met levenswijsheden

Een psychiater ontleed, Ned.3, 23.00-23.45 uur.

De psychiater die toch zelf gek werd. Zo raakte prof.dr.P.C. Kuiper bekend nadat hij het boek "Ver Heen' over ontstaan, beloop en genezing van zijn eerste depressie schreef.

Kuiper is sprekend vrijer en kernachtiger dan schrijvend. In zijn boek overheerst de ouderwetse hoogleraar en zorgvuldige docent die voor de eeuwigheid schrijft. Maar de 73-jarige, die inmiddels ook zijn tweede depressieve periode heeft doorgemaakt en ter voorkoming van meer een onderhoudsdosering anti-depressiva slikt, beschouwt de tv wellicht als een vluchtiger medium. Kuiper spreekt vrijuit over de psychiatrie, over depressies - ook over de zijne - over zijn verleden en ouders, maar niet over zichzelf. Hij strooit verbaal begaafd met levenswijsheden. Waarschijnlijk het resultaat van een filosofiestudie en van jarenlange ervaring in de behandelkamer, achter de dubbele deur reagerend op een wanhopige patiënt.

Dokter, wat is de zin van het leven?

“Aan degene die lijdt een hand toesteken. Kijk eens om je heen. De zin van het leven zie je in het gezicht van de andere mensen.”

Dokter, wat is de basis van het leven?

“Als ik een filosofie zou schrijven zou ik van het lijden uitgaan. Je goed voelen kan bedrieglijk zijn, maar als je lijdt ben je daar zeker van. Je voelt je gelukkiger als je het lijden aandurft. Dat is een paradox, maar het is wel zo.”

Soms lijkt Kuiper een dominee, maar zijn uitspraken betreffen de mens, ze reiken nooit tot god, wat altijd zo ontmoedigend is aan dominees. Eenmaal zoekt hij hulp van een hogere macht - om nog eens een kwartiertje met zijn vader te kunnen praten.

Kuiper werd geboren met een vader van 55 jaar die ernstig leed onder de dood van het enige kind dat het echtpaar eerder had, een dochtertje. Kuiper heeft zich - achteraf geanalyseerd - altijd een vervangingskind gevoeld. “Ik had geen contact met mijn vader en ging erg close met mijn moeder om, niet altijd op een gezonde manier. Het was een klassieke oedipale situatie. Met schuldgevoel ben ik uiteindelijk mijn eigen weg ingeslagen.”

Waar dat in zijn privéleven toe heeft geleid wil Kuiper niet kwijt. Niet in zijn boek, ook niet voor de tv. Alleen zijn vrouw wordt op een voetstuk geplaatst. “Veel journalisten hebben me erover aangesproken. Hoe ging het nu verder met die en die. Hebben jullie nog contact gehad? Maar is het zo vreselijk interessant of ik met A, B of C naar bed ben geweest? Ik heb in het boek precies geschreven wat ik kwijt wil. Ik vind het waarlijk wel genoeg.”

Het verlegen, enig en eenzaam kind bracht het maatschappelijk tot hoogleraar (“Als je verlegen bent is het makkelijk als je hoogleraar wordt. Dan geeft je vanzelf uitstraling. Misschien wilde ik daarom wel altijd hoogleraar worden.”) in de psychiatrie (“Het is natuurlijk niet de beste basis om psychiatrie te gaan doen.”). Niettemin werd Kuiper “met glans en gemak de beste psychiater die in Europa leeft.” Achter die branie-achtige uitspraken, waarmee hij vijanden maakte, verborg hij naar eigen zeggen zijn verlegenheid.

Of hij misschien een narcist is, vraagt de interviewster, geheel overbodig.

“Ja, maar dat is zo'n platgetreden kwalificatie. Vergeef me mijn kritiek.” Wel narcist, wel een zeer goed psychiater, maar geen topgenie zoals Cézanne, Michelangelo, Bach of Mozart: “Bij het begin van een Mozart-aria weet je onmiddellijk: dàt is het. Het is helemaal niet erg dat je dat zelf niet kan. Zoals een vlo niet op de Monte Rosa kan springen. Zoals je geen boom kunt laten groeien.”

Kuiper praat of hij bij zichzelf, bij een knappe psychiater in therapie is. Maar het is allemaal zo ontwapenend sympathiek en bestrooid met elementaire levenswijsheden dat het alleen dankzij Kuiper een zeer bezienswaardig interview wordt. Vragen, omgeving en cameravoering zijn in orde maar doen er weinig toe. Die pratende mond, droog door de medicijnen, daar kijk je naar. Precies zoals hij het zelf wil. Een narcist heeft applaus nodig, en deze verdient het.

    • Wim Köhler