Column

Ouderwets

Als Mart Smeets voor de honderdste keer Vitas tegen het Arnhemse Vitesse zegt denk ik tegenwoordig alleen nog maar: komiek, doe iets aan je repertoire.

Voorlopig mag hij het weer vier jaar zeggen, want ik las vanochtend in de krant dat de NOS de miljoenenslag van RTL 4 heeft gewonnen. En eigenlijk is dat wel goed. Mart en Kees achter de balie, Evert en Eddy voor de middenmoters, Hugo voor de degradantjes en Theo voor het echte werk. Elke week de onvermijdelijke gast aan wie je ziet dat thuis de video snort en de hele familie nerveus meebibbert.

Ik moet er toch niet aan denken dat we voortaan zouden moeten afstemmen op RTL 4. Dit is bij ons thuis toch al een moeilijk vindbaar station en Barend en Van Dorp zijn aardige jongens, maar ze moeten niet vlak voor Keek op de Week. Dan wordt het pijnlijk. Het blijft Nederland nu ook bespaard dat papa Kraay de misdaden van zijn zoon Hans van commentaar moet voorzien.

“Daar haalt hij Silooy open op een manier die we bij ons thuis niet eens van hem kennen en zo direct zal hij Bergkamp helemaal verrot schoppen. Dennis weet dat nog niet, maar dat heeft hij ons vanochtend aan het ontbijt beloofd. En daar gaat Roy kermend tegen de vlakte, terwijl hij daar vanochtend nog zo lovend over sprak. Vreemd. En als het goed is, neemt nu de fijnbesnaarde Barendse Wim Jonk op de korrel. De bedoeling is de achillespees te rafelen.”

Zeventien miljoen wordt er betaald en of dat veel is laat ik in het midden. Studio Sport is nou eenmaal het onbetaalbare uurtje op de zondagavond. Toen het vroeger nog Sport in Beeld heette, Bob Spaak er nog de scepter zwaaide, collega Kuiphof Tsjindval introduceerde en Koen Verhoeff alle reportages afsloot met: “Resumerend kunnen we stellen...”, was het programma bij ons onderwerp van vele ruzies. Mijn moeder, die de hele zaterdag voor tien Van 't Hekjes had staan koken, vond het een vernedering als de hele familie om precies zeven uur van tafel snelde en voor de buis ging liggen. Mijn vader steunde haar en verbood ons een keer het diner te onderbreken. Hij had het duidelijk gesteld: er werd die avond niet gekeken. Dus om precies zeven uur zei mijn broer: “We gaan niet kijken”. En de rest viel hem bij.

“Schijnt trouwens wel een schitterende kopbal te zijn geweest van Keizer, maar ja, die kunnen we nou eenmaal niet zien”, sprak mijn andere broer zuigend. Hier moet bij dat vader Van 't Hek een blinde Keizer-fan was. Mijn andere broer keek opzichtig op zijn horloge met de woorden: “Sjakie zal die tweede er nu wel ingeschopt hebben”.

“Ik denk dat die derde al afgekeurd is. De radio zei trouwens dat het geen buitenspel was”, wreef ik wat zout in de open wonde.

“Ga in godsnaam allemaal kijken”, riep mijn vader om vier over zeven en we lagen al plat op ons buik voor de televisie. Hij bleef solidair bij moeder aan tafel, maar ze hield van hem en zei zacht: “Ga toch ook lekker kijken, joh”. En weg was hij.

Later hebben we het een paar keer opgelost door ná Sport in Beeld te gaan eten, maar dan was de familie weer te dronken. De tussenoplossing was dat we alleen voetballen keken en dan gingen eten. Paarden, motorcross, veldrijden en basketbal gingen toch aan ons voorbij. En daar zijn we nog altijd trots op.

Maar nu blijft alles dus bij het oude en dat is ook eigenlijk wel goed. Bepaalde rituelen moet je nou eenmaal niet veranderen. Dus zondagavond geen Jur Raatjes, maar ouderwets Mart: “Dan gaan we nu kijken naar een lekkere samenvatting van RKC-Vitas”. Hij moet ook maar geen Vitesse zeggen, anders raak ik zo in de war.