Noodhulp

Willem van de Put reageert in zijn ingezonden brief (NRC Handelsblad, 11 augustus) op enkele zinnen uit een lang gesprek over het verschil tussen noodhulp en structurele hulp en welke rol Artsen zonder Grenzen (AZG) daarin heeft. Daarbij nam ik Cambodja als voorbeeld. Omdat in het interview de nadere nuancering is weggevallen, doe ik dat alsnog, omdat ik door Van der Put beschuldigd word dat ik “weiger te spreken over wat er wel gebeurt”.

Bij mijn bezoek aan Tuk Meas in Cambodja was ik onder de indruk van het enthousiasme van de mensen die daar voor AZG werken. Zij vertelden mij zelf over hun problemen en mijn gegevens op hun eigen verklaringen gebaseerd en op het dagboek (dat ik mocht fotokopiëren) van de Amerikaanse arts die daar voor AZG werkt. De analyse van het functioneren van AZG op dat niveau is daarop gebaseerd. De aanwezigheid van een buitenlandse arts blijkt de oorzaak te zijn dat heel andere mensen zich bij die dokter melden dan degenen die Van de Put opsomt.

Iedere organisatie in Cambodja wil zich bezighouden met het bestrijden van tbc en malaria, want dat zijn de belangrijkste ziekten. AZG is niet bepaald uniek dat zij dergelijke aandoeningen bovenaan hun lijstje te plaatsen. Er is ook al tientallen jaren ervaring daarmee bij allerlei internationale organisaties. Aanwezigheid van 37 mensen met tbc in een ziekenhuisje dat een gebied verzorgt waar enkele duizenden mensen deze ziekte hebben, is dan ook geen enkele prestatie. De staf van AZG in Tuk Meas klaagde ook juist dat ze zo graag werkelijk iets wilden ondernemen om de mensen met tbc en malaria in de dorpen te bereiken, maar niet wisten hoe.

Daar zit nu juist het verschil: wat men wil en wat men kan. Als je hulp op wilt zetten voor mensen met tbc of malaria dan moet je structureel werken, de plaatselijke bevolking volledig erbij betrekken en bestaande structuren gebruiken.

Structureel ontwikkelingswerk is moeilijk en tijdrovend en niets voor avonturiers, die zich zelf centraal zien bij het oplossen van problemen in landen als Cambodja. Daarom vind ik dat organisaties die hun sporen in de noodhulp verdiend hebben zich daartoe ook moeten beperken.