Nederlandse gevangenissen zo lek als een mandje

Met de regelmaat van de klok worden wij geconfronteerd met - soms wel zeer spectaculaire - ontsnappingen uit onze penitentiaire inrichtingen. Het is opvallend hoe daarbij van de zijde van justitie en de directies van die inrichtingen ter verklaring van die ontsnappingen gronden worden aangevoerd die bij een volgende ontsnapping alweer worden ontkracht.

Toen, vooral in de eerste periode, die ontsnappingen plaatshadden uit verouderde gevangenissen en Huizen van Bewaring, werden die uitbraken toegeschreven aan de gebrekkige "gebouwelijke situatie', die een goede beveiliging in de weg staat.

Kort na deze verklaring, onder andere na een ontsnapping uit het verbouwde Huis van Bewaring aan de Havenstraat te Amsterdam, deed zich een spectaculaire ontsnapping voor uit de spiksplinternieuwe gevangenis de Marwei te Leeuwarden. Een gevaarlijke crimineel uit de drugswereld wist zich in vrijheid te stellen via een helikopter die op de luchtplaats landde tijdens het luchten. Na de landing stapte de crimineel in, steeg de helikopter op en cirkelde, alvorens in westelijke richting te vertrekken, nog kort om het gevangeniscomplex heen. De Marwei was pas geopend en de officiële verklaring voor deze spectaculaire ontsnapping luidde dat het een nieuwbouw-gevangenis betrof, die nog met kinderziekten kampt, waaronder een nog niet goed op elkaar ingespeeld personeel.

Bezien we de reeks van spectaculaire ontsnappingen van de afgelopen twee jaren, dan moet worden geconstateerd dat die ontsnappingen zich hebben voorgedaan uit zowel oude als moderne, zeer goed beveiligde gevangenissen: zoals de Bijlmerbajes, de Marwei en Zwaag te Hoorn. Het ligt dus voor de hand die ontsnappingen niet langer te relateren aan de gebouwelijke situatie of een niet goed op elkaar ingespeeld zijn van het personeel (al kunnen deze omstandigheden als bijkomende factoren meespelen), maar te zoeken naar wezenlijker oorzaken.

Die moeten mijns inziens gezocht worden in de breuk die al in de jaren vijftig is ontstaan in het denken over zin en doel van de gevangenisstraf en wat daaruit is voortgevloeid als de meest wenselijke bejegening van gedetineerden. In de moderne opvatting is toch de kern van de gevangenisstraf de vrijheidsbeneming als zodanig die, bijzondere omstandigheden daargelaten, niet door aanvullende maatregelen moet worden verzwaard. Die vrijheidsbeneming moet bovendien volgens de Beginselenwet Gevangeniswezen ook nog dienstbaar worden gemaakt aan de terugkeer van de gedetineerde in de maatschappij.

Als gevolg van deze opvatting is binnen onze gevangenissen in de loop der jaren bij de bejegening van de gedetineerden het accent verschoven van "bewaking' naar "begeleiding'. Aan het type van de "rasbewaker', steeds alert op ontsnappingsmogelijkheden en begiftigd met een gezonde dosis wantrouwen jegens de gedetineerde medemens - de oude, vertrouwde cipier - bestond langzamerhand geen behoefte meer.

Hij is in bijna alle inrichtingen vervangen door de "agogisch gevormde penitentiaire inrichtingswerker', die meer oog heeft voor de maatschappelijke omstandigheden van de in de knel geraakte medemens, dan voor zoiets banaals als "sleutelbeveiliging'.

Het valt niet te ontkennen dat het deze omslag in de bejegening van de gedetineerde en de daarbij aangepaste bouw van onze gevangenissen is geweest, die Nederland wereldwijd de naam en faam heeft bezorgd over een zeer humaan gevangeniswezen te beschikken.

Door de veelvuldige ontsnappingen komt helaas nu ook de twijfelachtige reputatie erbij, namelijk (zoals een ontsnapte cliënt het in een brief aan mij, uit het buitenland geschreven, uitdrukte), “dat de Nederlandse gevangenissen zo lek zijn als een mandje”.

Elke vernieuwing vraagt nu eenmaal een prijs en het wordt tijd dat het publiek wordt duidelijk gemaakt dat bepaalde ontsnappingen nu eenmaal niet los kunnen worden gezien van het proces van humanisering van ons gevangenissysteem. Dit impliceert dat, aangezien niemand meer aan die humanisering wil tornen, de recente spectaculaire ontsnapping uit de gevangenis te Hoogeveen (een gedetineerde liet zich vanaf de binnenplaats eenvoudigweg met een vorkheftruck over de gevangenismuur zetten) beslist niet de laatste zal zijn.

De illusie die wij armer zijn geworden is dat een humaan gevangenisregime geen rem blijkt te zijn op de drang naar vrijheid. Ook voor gevangenen blijkt te gelden: They don't want their chains comfortable - they want them removed.