Jeltsin geeft Japan nu de schuld

MOSKOU, 11 SEPT. In een poging om zijn politieke en diplomatieke nederlaag te verzachten, heeft president Boris Jeltsin van Rusland vandaag de schuld voor zijn onverwacht afgezegde staatsbezoek aan Tokio in de schoenen van de Japanse regering geschoven.

Volgens Jeltsin zou Japan niet tot concessies over de betwiste Koerilen-eilanden bereid zijn geweest en zou het land zo de betrekkingen met Rusland hebben “verslechterd”. Tokio heeft tot nu toe een “te categorische houding ingenomen”, aldus Jeltsin vanmorgen in Tsjebokarsy waar hij voor een werkbezoek arriveerde. “Wij hebben daar niets te doen, behalve ons verschuilen voor picket-lines.”

Binnen vijf dagen heeft Jeltsin zichzelf aldus fundamenteel tegengesproken. Afgelopen zondag verklaarde de president nog in een interview met de Japanse televisie verschillende mogelijkheden te zien voor een oplossing van het voortdurende conflict over de toekomst van de Koerilen. Tot eergisteren leek er dan ook geen vuiltje aan de lucht. Pas toen hem woensdag duidelijk werd dat de zogenaamde "Veiligheidsraad' (een orgaan met vertegenwoordigers uit de krijgsmacht, de regering en de geheime dienst onder leiding van Jeltsins voormalige vice-premier Joeri Skokov) hem geen enkele onderhandelingsruimte wenste te geven, besloot Jeltsin van de reis naar Japan af te zien. Anders dan in zijn onderhoud met de Zuidkoreaanse president, die hij na zijn visite aan Tokio zou bezoeken, heeft Jeltsin daarvoor in een telefoongesprek met de Japanse premier woensdagavond geen excuses aangeboden.

Ook minister van buitenlandse zaken Andrej Kozyrev en diens adjunct Georgij Koenadze, die verantwoordelijk was voor de voorbereidingen van het bezoek, hebben tot nu toe geen consequenties getrokken uit hun nederlaag in de Veiligheidsraad. Kozyrev was tot het laatst een warm pleitbezorger van de reis. Sinds hij en Koenadze het onderspit hebben gedolven, hebben ze echter niets meer van zich laten horen. De eerste kritiek daarop was gisteren reeds te horen. “Op de plaats van Koenadze, zou ik geen diplomatie spelen maar onverwijld aftreden”, aldus de Russische sociaal-democratische politicus Oleg Roemjantsev, een kritische aanhanger van Jeltsin en tevens "verantwoordelijk secretaris' van de parlementscommissie die een nieuwe grondwet moet opstellen.

In het democratische kamp, dat loyaal is aan Jeltsin, is de president zelf tot nu toe ontzien. De meeste democratische kranten hebben zich gisteren en vandaag in allerlei bochten gewrongen om het besluit van Jeltsin goed te praten. Alleen de Komsomolskaja Pravda sprak vandaag openlijk van een “omwenteling in de Russische buitenlandse politiek” die niet zonder gevolgen kan blijven voor de betrekkingen met Japan. De Izvestia, die gisteren in een lang en ondoorgrondelijk artikel begrip kon opbrengen voor de beslissing van Jeltsin, preludieerde daar donderdag ook op. Volgens commentator Otto Latsis heeft de buitenlandse politiek van Kozyrev zich gediskwalificeerd met deze “mislukking en demonstratie van onze onbetrouwbaarheid als partner”.

In de nationalistische kringen, al dan niet in openlijke oppositie tot Jeltsin, is het afzeggen van het bezoek onmiddellijk als een overwinning gevierd. Volgens het communistische dagblad Pravda, dat zich tot spreekbuis van het nationalisme opwerpt, is het besluit van Jeltsin een “uitzonderlijke gebeurtenis” (een woord dat in het Russisch dicht tegen het begrip "uitzonderingstoestand' aanligt) die “schade heeft toegebracht aan het prestige van Rusland en de reputatie van zijn president”. In het voetspoor van Roemjantsev eiste deze krant vanmorgen het aftreden van Kozyrev en de andere politici die voor het politieke debâcle verantwoordelijk zijn. “Of herhalen zij zich tot de volgende uitzonderlijke gebeurtenis”, zo schreef de Pravda dreigend.