Ivan Lendl laat bijna het onmogelijke zien; "Ik doe liever iets fysieks dan dat ik een museum bezoek'

NEW YORK, 11 SEPT. Tot twee keer toe maakte de regen gisteravond op Flushing Meadow een einde aan de kwartfinale tussen Ivan Lendl en Stefan Edberg. De Zweed leidde na drie uur en zes minuten met 6-3, 6-3, 3-6, 5-7, 2-1, voordat de wedstrijd definitief werd afgebroken. Dat de organisatie beide spelers na een onderbreking van één uur en tien minuten tegen middernacht alsnog voor zestien minuten de baan opstuurde voordat het opnieuw begon te regenen, had alles te maken met het overladen programma voor zaterdag. Dan worden twee halve finales van de mannen gespeeld en de vrouwenfinale.

Hierdoor is het mogelijk dat Edberg of Lendl drie dagen achter elkaar in actie moet komen. Want zondag is de finale. Het is een situatie die op geen enkel Grand-Slamtoernooi door de spelers zou worden geaccepteerd. Maar in de Verenigde Staten, waar de verdiensten hoger liggen dan waar ook, wordt de regie bepaald door CBS, de televisiemaatschappij die de US Open grotendeels financiert en in het weekeinde de meeste reclameinkomsten kan genereren. McEnroe noemde het voor de camera's van dezelfde maatschappij echter een schande dat de referee na het beëindigen van de vierde set de wedstrijd niet had afgeblazen. Want Lendl begint vandaag psychologisch met een belangrijke achterstand.

Lendl presteerde gisteravond bijna het onmogelijke. Hij overleefde in de vierde set tegen Edberg zelfs vier matchpoints op 4-5, behield vervolgens zijn eigen service, daarna brak hij de Zweed op 5-5 voordat de wedstrijd op 3-6, 6-3, 3-6, 6-5 in het voordeel van Lendl voor de eerste keer werd afgebroken. Het was karakteristiek voor de veerkracht van de veteraan Lendl, die sinds 1980 ononderbroken jaarlijks één of meerdere toernooien heeft gewonnen maar in 1992 nog steeds op de eerste overwinning wacht. Maar Lendl, die de US Open van '85 tot en met '87 drie jaar op rij heeft gewonnen, toonde in de vorige ronde tegen Becker al dat zijn spel nog steeds wordt gekenmerkt door even onvoorspelbare als virtuoze momenten.

Zelfs in zijn nadagen blijkt Lendl daardoor in staat op de US Open een kwartfinale uit te vechten die recht doet aan zijn reputatie van de meest complete tennisser uit de jaren tachtig. Wie er bovendien tijdens de koude oorlog in geslaagd is een grauwe Oosteuropese industriestad als Ostrava te verruilen voor een luxueuze miljonairstatus in Connecticut moet wel over bijzondere capaciteiten beschikken. Maar de tijd tikt door voor de 32-jarige Lendl. Toch is het onredelijk de in juli tot Amerikaan genaturalisserde speler af te schilderen als de Robocop van het tennis. Een koude, onverbiddelijke, menselijke machine die in vijftien jaar 91 toernooizeges behaalde - alleen Wimbledon ontbreekt aan de palmares - en aan officieel prijzengeld alleen al ruim 19 miljoen dollar binnensloeg.

Nog steeds wordt zijn instelling als atleet door de concurrentie hoog ingeschat. Edberg kreeg er gisteravond nog eens een voorproefje van. Lendls' Spartaanse dieet (“het liefst zou ik iedere dag een injectie krijgen voor de nodige calorieën”), zijn fanatieke fitnessprogramma (“ik doe liever iets fysieks dan dat ik een museum bezoek”) en zijn reputatie als workoholic (“ik kan me niet herinneren wanneer ik twee weken achter elkaar vrij heb genomen”) vormen in het profcircuit nog regelmatig onderwerp van discussie en dwingen zowel de lachlust als respect af.

Maar Lendl hanteert tegenwoordig ook andere teksten. Zijn sociale leven - vrouw en drie dochters - het fokken van honden en zijn presidentschap van de ijshockeyvereniging Hartford Whalers verdringen meer en meer het bestaan van de proftennisser, die op Flushing Meadow als een soort anti-held meer dan tien jaar gestreden heeft tegen de hegemonie van de Amerikaanse kongsi Connors-McEnroe en later Becker. “De afgelopen jaren zijn de gelukkigste van mijn leven geweest”, beweert Lendl met een openhartigheid die hem bijna een menselijk gezicht geeft. “Ik ben het tennis meer en meer gaan beschouwen als een hobby. Ik heb nog steeds plezier in het spelen, maar de tijd ligt achter me dat ik nog als een gek achter mijn eigen ranking aan ga rennen.”

Michael Chang bladerde gisteren voor zijn wedstrijd tegen de Zuidafrikaan Wayne Ferreira een boekje door waarin al zijn tennisgeheimen blijken te staan. De sterke en zwakke punten van de tegenstander tegen wie hij moet aantreden, zijn eigen progressie op de baan en geheimen, zoals de 20-jarige Amerikaan mysterieus meedeelde. Het blijkt in de praktijk echter allemaal wel te werken bij Chang die gisteren na zijn overwinning in 1989 in Parijs zijn beste resultaat op een Grand-Slamtoernooi behaalde door zich te plaatsen voor de halve finale op de US Open.

Het was de tweede achtereenvolgende vijfsetter (7-5, 2-6, 6-3, 6-7, 6-1) in het toernooi van Chang, wiens snelle voeten- en loopwerk zijn tegenstander al kramp op de baan bezorgde, terwijl hijzelf zijn persconferentie na afloop staande moest houden omdat hij wegens dezelfde verschijnselen niet op een stoel kon zitten. Chang heeft ten opzichte van de grote namen uit het tennis misschien een beperkt talent, heeft wellicht niet de ideale atletische fysiek, maar haalt wel het optimale rendement uit zijn sport. Tegen Ferreira, het eerste Zuidafrikaanse talent op Flushing Meadow na Johan Kriek in de jaren tachtig, was hij zelfs enkele keren aan het net te vinden. “Ik probeer daar aan te werken. Want ik speel vrijwel altijd tegen spelers die vaker aan het net te vinden zijn dan ik.”

Voor Tom Nijssen brachten de vertragingen door een regenbui op Flushing Meadow gistermiddag al de nodige ongemakken met zich mee. De 28-jarige Limburger had zijn vlucht naar Amsterdam voor gisteravond al gereserveerd maar moest noodgedwongen een dag langer blijven om met zijn Tsjechoslowaakse partner Helena Sukova de finale in het mixed-dubbelspel af te werken tegen het als eerste geplaatste Australische duo Provis-Woodbridge. Een wedstrijd die aanvankelijk stond gepland voor het Louis Armstrong Stadium waar John McEnroe en Michael Stich in het mannendubbelspel echter de hele middag in beslag namen voor hun uitschakeling door Grabb-Reneberg. Nijssen: “Dit is toch te gek om los te lopen. Wij spelen een finale maar zo'n McEnroe gaat hier duidelijk voor. Ze weigeren domweg om hem een halve finale op de Grandstand te laten spelen.”

Nijssen, in het enkelspel inmiddels afgezakt naar een 190ste plaats op de ATP-ranking wat hem op de grote toernooien noodzaakt kwalificatie te spelen, is in het dubbelspel nog succesvol genoeg om zijn tennisloopbaan nog niet voor gezien te houden. Met de geopereerde Manon Bollegraf won hij zowel Parijs (in 1989) als vorig jaar de US Open. Met Sukova bereikte hij dit jaar zowel de halve finale van Parijs als Wimbledon. Voor Nijssen ligt met met zijn nieuwe partner Sukova bij een eventuele overwinning in de minst aansprekende en laagst gehonoreerde finale op de US Open niettemin 46.500 dollar te wachten.