Foto

Vijftien jaar geleden was ik hier ook, maar toen scheen de zon zo'n verblindend licht over de Shannon dat er zwarte gaatjes op je netvlies werden gebrand. Nu gaat er een orkaan over de rivier, die de zware wolken doet voortsnellen als vrachtwagens op een snelweg. Schuimkoppen krullen de toppen van de golven en als wij het stampende bootje willen aanleggen, worden wij bijna tegen de steiger geworpen. Eenmaal aangemeerd knopen wij de capuchon van onze oliejassen vaster onder de kin en kijken naar het opgezwollen lichaam van een dode koe dat voorbij drijft.

Dit is Ierland in zijn volle glorie. Een immense vlakte van ondergelopen weilanden en uiterwaarden, waar afgebroken telefoonpalen als een baken in het water staan.

Waarom ben ik hier? Ik denk dat het mij meer te doen is om de herkenning dan om de herinnering. Wie terugkeert op een plek waar hij lang geleden is geweest, zoekt in de eerste plaats naar de dingen die hij wil herkennen: een huis, een uithangbord, een bushalte, een kleine vrolijke pub waar hij verkleumd en verregend toevallig binnenstapte. Vijftien jaar geleden voeren de Duitse watertoeristen hier rond in grote kruisers. Aan dek hadden zij een waslijn gespannen, waaraan zij de afgesneden koppen van buitgemaakte snoeken hadden opgehangen. Waarom juist Duitsers? Nu zie je overal borden in het water staan, waarop de hengelaar wordt gemaand de snoeken terug te zetten. De schitterende roofvissen zijn schaars geworden op de Shannon. Zo gaat het. In de Ierse kranten staat dat het goed gaat met het milieu, maar slecht met de natuur.

Aan het einde van de steiger ligt als een kleine terp de heuvel van Clonmacnois. Volgens de annalen zouden de eerste zendelingen onder leiding Ciaran in 548 na Christus de heuvel hebben beklommen. Zij bouwden een paar huizen, een uitkijktoren en een tempel. Vele eeuwen is er op deze plaats gevochten. Vikingen, Denen en Engelsen hebben om beurten de nederzetting verwoest, maar telkens werd zij weer opgebouwd. Monniken, astrologen en waarzegsters hebben op deze plaats koningen ontvangen. In dit Delphi staan nu ook nog slechts enkele ruïnes: het fundament van een kerk, drie Ierse kruisen en de toren van Rourke, waarin gevangenen levend werden verbrand.

Vijftien jaar geleden vond ik hier in het gras van het kerkhof een grote, zwarte steen, waar alleen dit woord op stond: Flanagan. Verder niets. Geen jaartal, zelfs niet RIP. Voor een vriend die een boek had geschreven waarin de hoofdpersoon Flanagan heette, maakte ik indertijd een foto van de steen, maar thuisgekomen bleek er niets op het rolletje te staan.

De teleurstelling over die mislukte foto's is mij altijd blijven achtervolgen, misschien wel omdat zij mij het gevoel gaf dat die tocht van vijftien jaar geleden nooit werkelijk had plaatsgevonden. Wie met een fototoestel reist, kijkt anders, zorgelozer. In zekere zin kijkt het fototoestel voor hem, het neemt de taak van het geheugen over. Alles wat gefotografeerd is, kan rustig vergeten worden, want het is al vastgelegd. Straks als je thuiskomt kan alles bij oproep weer zichtbaar worden gemaakt.

In de loop der jaren is de spijt over mislukte of kwijtgeraakte foto's alleen maar groter geworden. Het is met een foto als met een oude ansichtkaart van de straat waarin je woont. Je wilt onmiddellijk weten wat er veranderd is en wat hetzelfde is gebleven, maar het komt niet bij je op om met je toestel naar buiten te rennen en de straat vast te leggen zoals je hem nu ziet.

Er zijn mensen die een foto verscheuren, omdat zij vinden dat zij er niet op hun voordeligst op staan. Het is een verschijnsel dat bij vrouwen wat meer voorkomt dan bij mannen. Doe dat nooit! Het is een ijzeren wet dat foto's in de loop der jaren alleen maar mooier worden. Wie een foto van zichzelf lelijk vindt, kijkt er twintig jaar later vertederd naar.

Door een striemende regen beklim ik de heuvel van Clonmacnois. Beneden slingert de Shannon zich naar de horizon van het Ierse landschap. Urenlang dwaal ik langs de graven om de zwarte steen te zoeken, maar ik kan hem niet vinden. “We moeten gaan”, zegt mijn reisgenoot. In de wind drijven wij verder over de stroom van de Shannon. Alles gaat voorbij. Na een uur varen passeren wij de dode koe.