De dood is een geboren Wener; Musical over Elisabeth van Oostenrijk, een geplaagde keizerin

Een ongezeglijke vrouw die aanvankelijk niet voor de hofetiquette wil buigen en later haar verplichtingen haat, de ondergang van de monarchie ziet aankomen en steeds meer verlangt naar de dood. In Wenen ging vorige week Elisabeth in première, een groots opgezette musical die een historisch zuiverder beeld wil geven van de keizerin die zichzelf Sisi noemde. De makers noemen het verhaal actueel: blijven de meeste mensen niet net als Elisabeth gevangen in hun eigen verslaving aan narcistische luxe en comfort zonder iets te doen om de komende Kladderadatsch te voorkomen?

Elisabeth in Theater an der Wien, Linke Wienzeile 6, 1060 Wenen. Kaarten zijn te bestellen via tel.nr. 09-43.222.587.98.43 en tel.nr. 09-43.1.599.77.19. (creditcards).

Op 10 september 1898 stortte een hysterische Italiaanse anarchist zich op een broodmagere in het zwart geklede vrouw, die haar gezicht zoveel mogelijk achter een waaier verborgen hield. Met een scherpe vijl stak hij haar in de hartstreek. Plaats van handeling: een aanlegsteiger aan het meer van Genève, vlakbij Hotel Beau Rivage. De aangevallene wankelde, herstelde zich, ging zelfs aan boord van het schip dat op het punt stond van wal te steken voor een pleziervaart. Maar kort daarna viel zij flauw. Bij aankomst in Beau Rivage, waarheen een hofdame en een koetsier haar droegen, was zij dood.

Zo eindigde het leven van keizerin Elisabeth van Oostenrijk, de vrouw van keizer Franz Josef die bijna zeventig jaar lang nauwgezet de sluipende ondergang van zijn imperium administreerde. Haar dood was een toeval. De anarchist Luigi Lucheni had de hertog van Orléans willen vermoorden, maar toen die niet kwam opdagen stootte hij zijn vijl in een ander vorstelijk hart dat op die dag in Genève aanwezig was.

Elisabeth, of "Sisi' zoals zij zichzelf noemde, had een ongelukkig leven achter de rug. In 1853, toen zij vijftien jaar oud was, werd haar neef Franz Josef, de 23-jarige keizer van Oostenrijk op haar verliefd. Het jaar daarop trouwden zij. Van Possenhofen in Beieren, waar zij betrekkelijk vrijgevochten was opgegroeid als dochter van een hertog Wittelsbach, moest zij verhuizen naar het stijve, door Spaanse etiquette geplaagde hof in Wenen. Haar tante en schoonmoeder Sophie maakte er de dienst uit. Franz Josef, een goeiige aanpasser, deed wat Mama wilde. Sissi rolde er van het ene conflict in het andere.

Wel kreeg ze tenslotte van de haar aanbiddende keizer gedaan dat zij haar eigen kinderen mocht opvoeden en mocht gaan en staan waar ze wilde, maar gelukkiger werd ze er niet van. Extreem narcistisch, half uitgehongerd door haar ambitie niet meer dan 46 kilo te wegen en een taille van 45 centimeter te hebben, met knetterende hoofdpijn als gevolg van het dagelijks een uur lang laten borstelen en vlechten van haar haren, die nooit geknipt werden, zwierf ze jarenlang incognito door de wereld.

Met een waaier bedekte ze later in het openbaar haar eens wondermooie gezicht. In spiritistische seances probeerde ze in contact te komen met de geest van de door haar hevig bewonderde dichter Heinrich Heine. Zelf schreef ze ook gedichten die pas zestig jaar na haar dood mochten worden uitgegeven. Voor haar kinderen had ze weinig tijd, maar de zelfmoord van haar zoon Rudolf, de kroonprins, in Mayerling greep haar erg aan. Daarna vermeed zij Oostenrijk nog meer dan ervoor.

Koningskinderen

Een leven als een melodrama. En zo is het dan ook al tientallen keren op de planken en in de film vertoond. In 1932 brachten de gebroeders Marischka een zangspel op het toneel met muziek van Fritz Kreisler. Later maakte Ernst Marischka drie "Sissi'-films met Romy Schneider in de hoofdrol (1955-56) die het romantische cliché van de liefde tussen twee koningskinderen, bedreigd door onmenselijk protocol en staatsraison, tot superkitsch verhieven. Maar ook werd in de dertiger jaren al een poging gedaan het leven van keizerin Elisabeth een andere betekenis te ontlokken. In Georg Rendis toneelstuk uit die tijd is Elisabeth een moderne vrouw, die geëmancipeerd wil leven. Een geestelijke zuster van Ibsens "Nora' of "Hedda Gabler'.

Vorige week vrijdag is in Wenen de musical Elisabeth in première gegaan die een nieuw, historisch zuiverder beeld van de veel geplaagde keizerin poogt te geven en tegelijkertijd Wenen definitief als een stad met een eigen musical-traditie wil afficheren.

Peter Weck, de producent, die met deze musical afscheid neemt van de Vereinigte Bühnen Wien, produceerde ook Weense versies van Cats, A Chorus Line, The Phantom of the Opera en Les Misérables. Vorig jaar regisseerde hij Wenens eerste musical van eigen bodem Freudiana, een stuk over een andere in zijn tijd in Oostenrijk miskende figuur: het genie uit de Berggasse Sigmund Freud.

Samen met zijn librettist Michael Kunze, jurist, pop-producent en televisieschrijver (en vertaler van de teksten van bovengenoemde musicals) presenteert Weck nu een grotendeels nieuwe "Sisi', gebaseerd op nieuwe gegevens die in de laaste tien jaar bekend zijn geworden: het in 1984 gepubliceerde Das Poetische Tagebuch, de in 1983 uitgekomen dagboekaantekeningen van Elisabeths Griekse leraar en begeleider Constantin Christomanos en de biografie van Brigitte Hamann.

Aan deze bronnen heeft Kunze een libretto en songteksten ontleend die Sisi eerst wel als een ongezeglijk jong ding dat niet wil buigen voor de Weense hofetiquette tonen, maar daarna een tragische keizerin schetsen die haar verplichtingen haat, haar eigen weg wil gaan, de ondergang van de monarchie ziet aankomen (zij bracht haar vermogen in de Zwitserse republiek in veiligheid) en steeds meer verlangt naar de dood en het rijk der doden, waar het grootste deel van haar naaste familie al vertoeft en waarmee zij als spiritiste in nauw contact staat.

Vooral de herinneringen van Christomanos hebben Kunze geïnspireerd. Tegen Sigrid Löffler van het weekblad Profil vertelde hij daarin alle ingrediënten van de poëtische legende van Elisabeth te hebben gevonden; "de flirt met de dood als romantisch cliché, het wegvluchten en verachten van de wereld, de neiging tot esthetisering van het leven, de manisch-depressieve aanleg en, als een gist der zelfontwrichting: de overspannen melancholie, die Cioran als een mengsel van gratie en onheil, van bevalligheid en troosteloosheid beschrijft'.

Cioran, de in Roemenië geboren en getogen, in Frankrijk wonende en schrijvende essayist, komt hier niet zo maar uit de lucht vallen. Zijn artikel "Sissi ou la vulnérabilité' in de catalogus van de tentoonstelling in het Centre Pompidou "Vienne 1880-1938, L'apocalypse joyeuse', die in 1986 te zien was, lijkt bij Kunze te zijn aangeslagen. In zijn tekst voor de musical is, net als in de visie van Cioran, Elisabeth het symbool van een ten ondergang gedoemde wereld, fascinerend omdat historische neergang dat nu eenmaal is, maar verder ongezond, door narcisme en decadentie verlamd, ten dode opgeschreven.

Maar zij was niet alleen symbool, de historische Sisi zag de tekenen aan de wand, zij hoorde de wurmen aan haar wereld knagen, zij begreep dat de explosie van nationalistische gevoelens (zoals in Hongarije, waarvoor zij overigens veel begrip toonde) de ondergang van de oude orde teweeg zou brengen, aldus Kunze in een interview in het blad Basta. Zijn musical acht hij zeer actueel. Exploderen aan het eind van deze eeuw niet opnieuw de atavistische nationalismen en blijven de meeste mensen niet net als keizerin Elisabeth gevangen in hun verslaving aan narcistische luxe en comfort zonder iets te doen om de komende Kladderadatsch te voorkomen?

Pretenties

Het zal na al het bovenstaande duidelijk zijn: Weck en Kunze beoogden niet een niemendalletje voor een beperkt uitgaand Weens publiek te leveren. Hun musical heeft historische en artistieke pretenties van belang. Het heeft zelfs een dieptepsychologische dimensie: Elisabeths grote tegenspeler in het stuk is niet haar duffe keizer, maar "De Dood', die als een blond gelokte hermafrodiet steeds weer haar pad kruist, haar met klem vraagt "de laatste dans' met hem te dansen en te bekennen dat zij alleen hem liefheeft. Keizerinnen-doodsdrift in de stad van Sigmund Freud!

Nu kan niemand ontkennen dat de Dood, die volgens de lokale wijsheid een geboren en getogen Wener moet zijn, in het werkelijke leven van Elisabeth een overgrote rol speelde. Haar oudste dochtertje Sophie overleed toen ze twee was; haar enige zoon Rudolf maakte een einde aan zijn leven; haar zwager Maximiliaan werd in Mexico doodgeschoten; haar zuster Sophie en haar nicht Mathilde verbrandden; haar lievelingsneef koning Ludwig II van Beieren verdronk zichzelf in de Starnburger See na zijn dokter te hebben vermoord. Het is dan ook niet te verwonderen dat zij soms zelf naar de dood verlangde en dichtte:

Mit dem Schlag der zwölften Stunde

Komm zu mir, ich harr' schon lange,

Dass ich endlich dich umfange

Leben küsst du mir vom Munde.

ew,2 De Dood als eeuwige geliefde en macabere danspartner is dan ook minder een met de haren erbij gesleept personage in de musical dan men op het eerste gezicht zou denken. Het steeds weer opduiken van de stralende blonde hermafrodiet, afstotend en aantrekkelijk tegelijk, vormt een leidmotief dat in de loop van het stuk aan overtuigingskracht wint. Dat de moordaanslag aan het einde van Elisabeths leven met minimale gewelddadigheid wordt gepresenteerd past in dit beeld. Het slachtoffer is al weer gauw op de been en danst in de armen van degene aan wie zij eigenlijk steeds heeft toebehoord: de blonde Dood.

Het is een joyeuze apocalyps na een vorstelijk bestaan vol teleurstellingen, beperkingen, ijdelheden en egoïsmen, luciditeit en apathie. Christomanos beschrijft de keizerin in haar nadagen als heen en weer geslingerd tussen sceptische droefheid en ironisch cynisme. In de musical wordt gesuggereerd dat haar ondergang een symbolische voorafspiegeling was van een in catastrofes wegzinkend tijdperk. In een van de laatste grote spectaculaire scènes breekt het Oostenrijkse schip van staat, keizer Franz Josef niets begrijpend aan het roer, in stukken en verdwijnt in de diepte terwijl de muziek als bij de Titanic doorspeelt. "Apocalypse joyeuse', ook op historisch niveau.

Danse Macabre

Men zou kunnen denken dat de hoogst toevallige moordenaar van Elisabeth, Luigi Lucheni, geen rol toebedeeld kan krijgen in een verhaal waarin hij niet meer is dan een onbelangrijk werktuig om de alles afsluitende Danse Macabre tot stand te brengen. Zo is het niet. Kunze heeft Lucheni een hoofdrol gegeven. Hij is commentator, conferencier en presentator van het levensverhaal van Sisi. Schuldig aan haar dood voelt hij zich niet. De steek met de vijl gaf haar wat zij zelf wilde, is zijn verdediging. Om zijn argumenten kracht bij te zetten "vertoont' hij in de musical hoe de Dood van het begin af aan Elisabeths leven beheerste, hoe deze de klokken luidde bij de bruiloft, de keizer tot oorlog dreef en de kroonprins in de zelfmoord.

Kortom: aan diepe bedoelingen en interessante gedachten heerst geen gebrek in de opzet van de musical Elisabeth. Maar is er ook een overtuigend stuk uit de bus gerold? blijft de kernvraag. Het premièrepubliek beantwoordde die met donderend applaus en bravogeroep. De Oostenrijkse pers met schamper afwijzende kritieken, waar het nieuwe beeld van "Sissi' even kitscherig wordt genoemd als dat van Marischka/Romy Schneider en de tekst en de muziek (van de pop- en filmmuziekcomponist Sylvester Levay) banaal worden gevonden. Ook voor de uitvoerenden heeft men weinig goede woorden over.

Daarmee reageerden publiek en pers beide overtrokken. Elisabeth is zeker beter dan Freudiana zonder dat dit nu betekent dat de musical een toekomst tegemoet gaat als My Fair Lady of Chorus Line. De Nederlandse Pia Douwes in de hoofdrol heeft een heel aantal goede momenten en zij zingt en speelt "Sisi' met overtuiging. Een paar scènes zijn geestig met als hoogtepunt die waarin de hofclique te paard op met lichtstralen geprojecteerde velden van een schaakbord samenzweert tegen het keizerlijke paar.

Maar er zijn ook uitgesproken missers. Het koffiehuis, van waaruit de Weense literaten zonder enige aanvechting tot dadendrang de ondergang van de wereld tegemoet zien, wordt gedynamiseerd door botsautootjes de plaats in te laten nemen van tafeltjes. Het koffiehuis wordt zo tot gekkenhuis. Een andere uitglijder: de aanhangers van de antisemitische Georg van Schönerer marcheren en demonstreren wat al te futuristisch. Hun strijdkreet ruim honderd jaar geleden: "Sieg Heil'.

Geld noch moeite werden gespaard om deze afscheidsmusical van Peter Weck (ooit speelde hij een kleine rol in de eerste Sissifilms) tot een succes te maken. Het meeste konden daarvan de costumier Reinhard Heinrich en de decorontwerper Hans Schavernoch profiteren. Rijk en fantastisch dosten zij de musical uit. Schavernoch, die in Freudiana het decor op zo'n verbluffende manier liet tuimelen en kantelen dat dat de belangrijkste reden werd om het stuk te gaan zien, is ook in Elisabeth niet karig met zijn middelen omgesprongen. Boven het toneel beweegt een vijlvormige loopstrip op en neer. Schilderijlijsten roteren, bodems vallen weg, het vlezige aanbod in een bordeel draait rond als in een taartjeswinkel. Maar zo indrukwekkend als in Freudiana is het toneelbeeld niet, zelfs niet bij het al genoemde verzinken van keizer Franz Josefs kaiserliche und königliche-imperium.

Mensenhaat

Heinrich en Schavernoch kwamen naar het Theater an der Wien in het kielzog van de regisseur met wie ze al lang samenwerken: Harry Kupfer. Voor de operaregisseur Kupfer (al sinds jaar en dag chefregisseur aan de Komische Oper in Berlijn en in 1988 de schepper van een nieuwe Ring der Nibelungen in Bayreuth) is Elisabeth de eerste regie van een musical. Verleid tot deze uitdaging werd hij door de tekst van Kunze en de tragiek van een modern voelende vrouw in een vastgeroest tijdperk, die vergeefse pogingen doet zich te emanciperen en dan het punt bereikt, “waarop de emancipatie in mensenhaat omslaat”. De smaak heeft hij nu te pakken. Kunze heeft hij voorgesteld samen een nieuwe musical te maken over de familie Wagner. Maar of dat doorgaat staat nog niet vast. Kunze wordt in de Süddeutsche Zeitung geciteerd met de woorden: "ik vind die Cosima zo vreselijk'.

Als musicalregisseur heeft trouwens Kupfer zijn meesterproef nog niet afgelegd. Elisabeth met zijn banale tekst en vaak zwakke muziek, die meer dan eens klonk alsof zij van Bernstein of Lloyd Webber geleend was, werd door Kupfer, misschien wel als reactie op deze feilen, "overgeregisseerd'. Er is een permanent spektakel op het podium aan de gang, dat het publiek eerder van de behandeling afleidt dan het helpt zich erop te concentreren. Daardoor wordt het beeld van "Sisi', dat zeker historisch juister is dan het suikerwerk van Marischka, toch weer onduidelijker dan nodig.

Kupfers overdaad schaadt. Van de 4,5 miljoen gulden die de produktie gekost heeft had beter een deel in kas kunnen blijven. Dan was de mening die een Amerikaanse componist in de pauze ten beste gaf misschien ook anders uitgevallen: “Er zitten aardige dingen in "Elisabeth', maar het is jammer dat ze er niet eerst twee maanden lang in de provincie aan hebben geschaafd zoals altijd bij Amerikaanse musicals gebeurt. En de regisseur: die zouden ze onmiddellijk moeten doodschieten!”