Commissie prijst Nijmeegs Centrum Vrouwenstudies

ROTTERDAM, 11 SEPT. Een succesverhaal! Die indruk laat de onderzoekscommissie achter die het Centrum voor Vrouwenstudies aan de Nijmeegse Universiteit tegen het licht heeft gehouden. Uit haar rapport blijkt dat het centrum na zeven jaar zijn bestaansrecht royaal heeft verworven. Goed onderzoek en veel gevraagd, behoorlijk onderwijs vormen daarvoor de basis.

Voor het Centrum voor Vrouwenstudies in Nijmegen is daarmee een experimentele fase afgesloten. Het bestuur van de universiteit heeft inmiddels besloten het centrum als interfacultaire werkgroep te laten voortbestaan. Het voordeel van een zware centrale kern, met een documentatiecentrum waarin veel literatuur op het gebied van vrouwenstudies en emancipatie-onderzoek, wordt zo gecombineerd met een directe beïnvloeding van het onderwijs in de deelnemende faculteiten.

De negen medewerksters van het Centrum zijn inmiddels gepromoveerd of doen dat binnenkort, het onderwijs is van een goed niveau en trekt veel studenten en andere belangstellenden, het onderzoek kan de toets der wetenschappelijkheid royaal doorstaan, zo constateerde de commissie.

Aan een eigen definitie van wat vrouwenstudies nu precies zijn heeft de commissie zich niet gewaagd. Zij gebruikt daarom de formulering van het Centrum in zijn zelfstudie: “Onderzoek naar uiteenlopende constructies van 'vrouwelijkheid' en 'mannelijkheid' (gender), de verschillen in culturele waardering van beide concepten en de maatschappelijke gevolgen hiervan”. Het Nijmeegse Centrum houdt zich voornamelijk bezig met “fundamenteel-strategisch onderzoek naar ontstaan, functioneren en reproduktie van (machts)verschillen tussen vrouwen en mannen en naar de mogelijkheden daarin verandering te brengen”.

Een zelfstandig vakgebied, een afzonderlijke discipline, is vrouwenstudies in de ogen van de commissie wel. Zij komt tot de conclusie dat vrouwenstudies aan alle kenmerken van een wetenschappelijke discipline voldoet, zoals het bestaan van (inter)nationale fora voor wetenschappelijke discussie en van eigen onderzoeksobjecten. Daarmee steunt de commissie vrouwenstudies in de al enkele jaren lopende discussie over de vraag of vrouwenstudies een vak is en als het een vakgebied is of het aan de universiteit thuishoort.

“Een integere commissie die fair werk heeft afgeleverd”, concludeert de waarnemend voorzitter van het Centrum, prof. dr. W. Jansen met enige opluchting. Zij is tevreden over de erkenning die uit het rapport spreekt. “Vrouwenstudies blijkt wel degelijk op een behoorlijk academisch niveau te kunnen worden beoefend.”

De Nijmeegse Universiteit is een van de zeven universiteiten (Amsterdam (2x), Groningen, Leiden, Tilburg en Utrecht) waar vrouwenstudies kan worden gestudeerd. De wijze waarop de discipline is georganiseerd verschilt per universiteit. Maar ook de waardering van vrouwenstudies loopt sterk uiteen. Aan de Universiteit van Amsterdam is het bijvoorbeeld veel minder goed gesteld met vrouwenstudies, zo bleek eerder dit jaar. Een onderzoekscommissie kwam tot zeer negatieve conclusies over de organisatie en het niveau. Wetenschappelijke publikaties waren zeer schaars, het onderwijs was versnipperd en trok maar weinig studenten en bovendien bleek van enige samenwerking tussen de medewerkers geen sprake.

Bij zijn oprichting kreeg het Nijmeegse Centrum, toen een samenwerkingsverband van de faculteiten der letteren, sociale wetenschappen, theologie en wijsbegeerte, een dubbele taak. Het moest een eigen onderzoekprogramma ontwikkelen en er daarnaast voor zorgen dat vrouwenstudies werd geïntegreerd in de bestaande curricula.

In het tweede deel van zijn taak is het centrum wat minder succesvol geweest, ofschoon de faculteiten der rechtsgeleerdheid en der beleidswetenschappen nu ook in het centrum gaan participeren. Daar staat tegenover dat de benoeming van twee medewerksters vrouwenstudies in de faculteit der geneeskunde en die der natuurwetenschappen wegens gebrek aan succes is beëindigd. Volgens Jansen is dat een gevolg van de versnipperde aanpak. “Het ging om tijdelijke aanstellingen en bovendien in deeltijd. Daar komen natuurlijk vooral onervaren onderzoeksters op af. Van hen kun en mag je niet verwachten dat zij in staat zijn tot goed tegenspel in faculteiten met sterke gevestigde belangen en met mensen die niet of nauwelijks genteresseerd zijn in vrouwenstudies.” De medische faculteit heeft inmiddels laten weten vrouwenstudies alsnog belangrijk te vinden: zij is bereid er zelf een personeelsplaats voor te financieren.

Ook op een ander punt zit het het Centrum nog niet niet mee. Over de verplichte opname in het curriculum bij alle studierichtingen van het vak vrouwenstudies doet de commissie geen uitspraak, zij laat dat over aan de faculteit. Op dit moment is vrouwenstudies een verplicht onderdeel in vijf studierichtingen, waaronder psychologie en geschiedenis. “Maar eigenlijk zou het net zo vanzelfsprekend moeten zijn als bijvoorbeeld vakken als methoden en technieken of wetenschapsfilosofie”, zegt historica M. Grever, medewerkster vrouwenstudies in de faculteit der letteren. “Vrouwenstudies hoort in elke faculteit een verplicht onderdeel van het curriculum te zijn, opdat elke academicus zich bewust wordt van de betekenis en de rol van de sekseverschillen in de maatschappij en in de wetenschap.”