Breuk tussen bonden en werkgevers over CAO's

DEN HAAG, 11 SEPT. De organisaties van werkgevers en werknemers vormen niet langer één front als het gaat om het algemeen verbindend verklaren van collectieve arbeidsovereenkomsten (CAO's). De grote werkgeversorganisaties NCW en VNO onderzoeken de mogelijkheid om CAO's niet langer verplicht op te leggen aan alle werknemers in een bedrijfstak.

Dit bleek gisteren tijdens een discussie in het kader van de Sociaal-economische raad (SER). Volgens een wet uit 1937 kan de minister van sociale zaken CAO's voor de gehele bedrijfstak algemeen-verbindend verklaren. Die mogelijkheid is inmiddels uitgegroeid tot een automatisme: in 1990 viel slechts 2 procent van alle werknemers onder een bedrijfstak-CAO die niet algemeen-verbindend was verklaard.

In de zomer van 1990 vroeg minister De Vries (sociale zaken) de SER op dit punt om advies. Het kroonlid prof.drs. G. Zalm, directeur van het Centraal Planbureau, trok vervolgens de kar van de critici. Het algemeen-verbindend verklaren van CAO's zou het loonpeil opdrijven en de concurrentie, met name de komst van nieuwe bedrijven, belemmeren. De minister zou er alleen toe mogen overgaan als het niet in strijd is met het kabinetsbeleid.

Gisteren bleek dat de grote werkgevers de algemeen-verbindendverklaring de komende jaren weliswaar wèl, maar niet langer principieel en tot in lengte van dagen willen steunen. De kleine werkgeversorganisaties KNOV en NCOV en de vakbeweging geven die steun wel. CAO's moeten in hun visie algemeen-verbindend worden verklaard tenzij sprake is van “extreme externe schokken”.