Andriessen: meer geld banken voor industrie

DEN HAAG, 11 SEPT. Minister Andriessen (economische zaken) probeert de Nederlandse banken en verzekeringsmaatschappijen zover te krijgen dat zij (meer) kapitaal steken in de industrie. Andriessen zei dit gisteren in een toespraak voor de Europese beweging in Den Haag.

De minister onderstreepte met cijfers het belang van de industrie voor de Nederlandse economie: de industrie levert een kwart van het bruto nationaal produkt, 20 procent van de werkgelegenheid en 90 procent van de technologische vernieuwingen.

Ingaand op de actuele discussie over de wenselijkheid van een ander industriebeleid zei Andriessen dat het huidige beleid niet alleen is gericht op het scheppen van een goed algemeen economisch klimaat, maar ook op het opbouwen van bedrijfseconomische netwerken. Hij noemde als voorbeeld de samenwerking tussen DAF en TNO op het gebied van de versnelde ontwikkeling van lage emissie motoren, en de samenwerking tussen TNO en Océ van der Grinten gericht op de ontwikkeling van milieu- en gebruikersvriendelijke kopieerapparaten.

Andriessen onderstreepte dat de vraag om meer geld voor industriebeleid niet mag leiden tot een nieuwe vorm van steunbeleid. Echter, vervolgde hij, kapitaal van banken en verzekeraars kan een hefboomfunctie vervullen naar andere financiers. Zo'n faciliteit zou zuinig zijn voor de overheid; de controle zou dan ook liggen bij de private financiers. Overigens beklemtoonde de minister dat het denken en praten hierover nog in een beginstadium verkeren.

Eerder deze week stipte bestuursvoorzitter mr. R. Hazelhoff van ABN Amro in een toespraak in Dordrecht aan, dat het “niet in de Nederlandse bancaire traditie past” dat banken als verschaffer van een substantiële portie eigen vermogen een rol spelen bij het beschermen van de nationale industrie, zoals wel in landen als Frankrijk en Duitsland gebeurt.