Altman en Fellini tonen fantasie en durf in tv-films

VENETIË, 11 SEPT. De filmfestivals kunnen, behalve met hun hoofdprogramma waarin wordt gestreden om bekroningen, eer inleggen met hun bijprogramma's.

Daar hebben zij ruimte voor het onverwachte, het risicovolle, het onbekende, voor films waar een publiek zo snel geen kennis van zou nemen, ware het niet dat zo'n festival erin voorzag. Het 49ste Filmfestival van Venetië deed een gelukkige greep met een extra programma, dat het "Finestra sulle Immagini' noemde, "Uitzicht op de Beelden'. In die sectie wordt werk vertoond van speelfilmmakers dat buiten de gewone orde van de bioscoop valt: televisieprodukties, korte films, series, documentaires. En telkens opnieuw blijkt hoe allround speelfilmmakers eigenlijk zijn. Wat ik er ook van zag, het was telkens bijzonder.

De drie reclamespotjes bij voorbeeld die Federico Fellini maakte voor de Banco di Roma: kleine speelfilmpjes die onmiskenbaar de hand van de Meester verraden en die je bijna doen verlangen naar de opening van kantoren van die bank in Nederland - dan zouden die filmflitsjes ook in onze Ster-reclame te zien zijn.

Of (op videotape) de serie Tanner '88 van Robert Altman voor de Amerikaanse televisie. In Venetië waren maar drie afleveringen te zien, waarin wij een door Altman bedachte politicus de strijd zien aanbinden om te worden verkozen tot Democratische presidentskandidaat. Altman draaide de serie temidden van de campagnes van de echte kandidaten van destijds, die niet anders konden dan als zichzelf in deze film optreden. Hij liet zijn kandidaat zichzelf propageren op plaatsen die een echte kandidaat niet zouden misstaan en onderwerpt hem aan streken die verre van fictief zijn. Fantasie en realiteit werden vermengd en er ontstond behalve een beeld van de waanzin van zo'n campagne, een indruk van de dieptreurige manier waarop het gemiddelde Amerika moet worden overgehaald tot een gunstige stem. Uit deze serie, waar ik graag de rest van zou zien, blijkt hoe voor Altman typerende stijlkenmerken - een panorama-brede opzet, een cameraman met een roversblik, een geluidsband op meer niveaus - ook geschikt zijn voor het televisiescherm.

Ook op documentair gebied blijken speelfilmers zich origineel te kunnen weren. Zo was er de indringende documentaire te zien die Michael Apted maakte over een daad van terreur tegen de oorspronkelijke bevolking van Amerika: Incident at Oglala. Apted is feitelijk, analytisch, koel, maar voor de reconstructie van de gebeurtenissen vond hij een manier die even reëel is, als klaarblijkelijk ontsproten aan het brein van iemand die gewend is om speelfilm-vormen te bedenken.

Susan Seidelman bereikt twee doelen met haar creatief gedraaide, autobiografische documentaire Confessions of a Suburban Girl, die zij maakte voor de Schotse afdeling van de BBC. Zij geeft een even amusante als angstwekkende indruk van de manier waarop opgroeiende meisjes in de Amerikaanse slaapsteden werden opgevoed in de jaren zestig. Tegelijkertijd biedt zij royaal inzicht in de wortels van haar eigen films. Want die blijken allemaal met die jeugd samen te hangen, van Desperately seeking Susan tot en met She-Devil.

Het Venetiaanse hoofdprogramma raakte de afgelopen dagen in de versukkeling. Van de Georgische cineaste Lana Gogoberidze werd op grond van haar eerdere werk nogal wat verwacht, maar Valsi Pecoraze (Wals op de Pecoraze) vermocht niet mee te slepen. Met hoeveel zichtbaar oprechte bedoelingen Gogoberidze ook vertelt over een door het Stalin-regime gedeporteerde vrouw en haar achtergebleven dochtertje, de film ontroert slechts in de wetenschap dat het vertelde teruggaat op waargebeurde misère. Het sleept en het sloft en het ontkomt maar niet aan de dreun van een stampende pas op de plaats.

De seksklucht Jamón Jamón van de Spanjaard Juan José Bigas Luna werd zelfs uitgelachen en uitgefloten, ook op het moment dat deze komedie, over het dolgedraaide Latijnse machismo dat elke vrouw tot hoer wil promoveren en tegelijkertijd op zoek is naar een moeder, werd besloten als tragedie, met weeklagende vrouwen en een dode zoon.

Alleen Glencarry Glen Ross, het door James Foley verfilmde toneelstuk over perfide makelaars in onroerend goed van David Mamet, zou wel eens goed kunnen zijn voor een prijs. Voor een acteursprijs dan. Interpretatie en filmenscenering van het stuk zijn weinig opzienbarend vergeleken met wat de Nederlandse theaterregisseur Gerardjan Rijnders met hetzelfde stuk deed onder de titel "Vastgoed BV'. Foley maakte het degelijk en dramatisch en stelde het geheel in dienst van zijn acteurs. Die floreren dan ook, allemaal. Vooral Jack Lemmon, Al Pacino en Alec Baldwin leven zich vol brille uit op Mamets taalgeweld. Woorden zijn wapens, bewijzen zij, zinnen bajonetten en scheldformules machinegeweren - er valt geen klap, er valt geen lichaam, maar er vallen wel slachtoffers.