Als de Fransen op 20 september "nee' zeggen

Wat voor gevolgen heeft een eventuele afwijzing van het Verdrag van Maastricht voor de Europese Gemeenschap en voor een lidstaat, bijvoorbeeld Spanje?

In Denemarken deden de leidende politici het en in Frankrijk doen ze het weer: dreigen met de chaos na een afwijzing van het Verdrag van Maastricht. Als Frankrijk "non' zegt volgende week zondag, betekent dat dan alleen het einde van "Maastricht' of ook het einde van Europa?

Het verdrag voor de monetaire en politieke unie zelf is na een Franse afwijzing in elk geval "dood', zoals de Britse premier Major dat deze week uitdrukte. "Maastricht' is voor een belangrijk deel een wijziging van de bestaande EG-verdragen en moet daarom door alle twaalf EG-landen worden goedgekeurd. Na het Deense nej, op 2 juni, verklaarden de elf anderen desondanks met de ratificatie door te gaan. Maar Denemarken is klein. Frankrijk is, door zijn grootte, ligging en door zijn geschiedenis, essentieel voor de Europese integratie. Voor- en tegenstanders van het verdrag zijn het erover eens: zonder Franse instemming is Maastricht weer alleen de hoofdstad van Limburg.

Politici die gereserveerd staan tegenover het verdrag menen wel dat na een "nee' de belangrijke onderwerpen van "Maastricht' opnieuw in beraad kunnen worden genomen. In Nederland is die gedachte verwoord door VVD-Kamerlid Weisglas, die heeft gezegd dat na een eventueel "nee' op 20 september snel moet worden doorgegaan met de monetaire unie. De bestaande tekst over de stappen naar een Europese munt hoeft volgens Weisglas nauwelijks te worden gewijzigd. De bepalingen over justitie, sociaal beleid en buitenlands politiek wil hij als ballast over boord zetten. En desnoods wordt alleen met een groepje gelijkgestemde landen verder gegaan.

Maar de vraag is met wie, zeggen de verdedigers van "Maastricht', nu het niet een kleine dwarsligger is die de integratie dreigt te blokkeren, maar Frankrijk. De vraag is ook waarover, want de bezwaren tegen het verdrag lopen zeer uiteen: voor de één telt het verlies van de eigen munt, voor de ander het verlies van het nationale visum. Het is moeilijk een oplossing te vinden als je niet weet waar je moet zoeken.

Met welke indirecte gevolgen van het "nee' schermen voor- en tegenstanders? Gevolgen voor de toetreding van nieuwe leden. Omdat de EG-landen hebben afgesproken dat de uitbreiding pas kan beginnen als de EG zichzelf met "Maastricht' heeft versterkt, kan worden aangenomen dat de uitbreiding zal worden vertraagd. Dat concludeerde de Oostenrijkse minister van buitenlandse zaken Alois Mock vorige week. Maar de huidige voorzitter van de Raad van ministers van de EG, Groot-Brittannie, is een warm voorstander van een snelle uitbreiding. En het is niet uitgesloten dat de regering-Major een post-non crisis zal willen bezweren met de toetreding van nieuwe leden.

De Noorse minister van buitenlandse zaken Thorvald Stoltenberg heeft voorspeld dat in zijn land, dat nu nog aarzelt, juist sneller zal toetreden wanneer de monetaire en politieke unie niet doorgaat. En een diplomaat die namens Zwitserland met de EG onderhandelt, Franz Blankart, heeft gezegd dat de afwijzing van "Maastricht' “de weg vrijmaakt naar een meer pragmatisch ingestelde Gemeenschap, die beter aansluit bij onze manier van denken over bepaalde onderwerpen”. Daarbij valt te denken aan de neutraliteitspolitiek. Gevolgen voor het EG-optreden in de wereld. Met het wegvallen van "Maastricht' zal de verdragsbasis onder het streven naar een gemeenschappelijk buitenlands beleid wegvallen. De geloofwaardigheid van de EG, die door het optreden in Joegoslavië al niet optimaal is, zal verder worden aangetast, zo waarschuwen de voorstanders van ratificatie. Ach, de bepalingen over buitenlandse politiek zouden de huidige situatie toch nauwelijks verbeteren, werpen de tegenstanders tegen. Alle belangrijke besluiten moeten eenstemmig worden genomen, dus ook met "Maastricht' kan een Griekenland de erkenning van Macedonië nog blokkeren.

Een "nee' op 20 september komt een voorspoedige afronding van de Gatt-onderhandelingen over liberalisatie van de wereldhandel waarschijnlijk niet ten goede. Om deze onderhandelingen te doen slagen moeten de deelnemende partijen gevoelige concessies doen, zoals de aanpassing van landbouwsubsidies. Het is de vraag of politici als Helmut Kohl, François Mitterrand en Felipe Gonzalez, die veel politieke geloofwaardigheid in Maastricht hebben geinvesteerd, zulke harde beslissingen nog aandurven na een Maastricht-fiasco.

*Gevolgen voor de interne markt. Het "Europa 1992', waar zonder belemmeringen aan de grenzen mag worden gehandeld en gereisd, gaat gewoon door, zeggen de tegenstanders, want de intere markt staat los van het nieuwe verdrag. Het EEG-verdrag en de Europese Akte (waarin de weg naar 1992 staat uitgestippeld) blijven onverminderd geldig. Negentig procent van de richtlijnen die nodig zijn om nationale handelsbelemmeringen weg te nemen, is bovendien al aangenomen.

Dat is de theorie, waarschuwt het "Maastricht'-kamp. In de praktijk kan het Franse "nee' de interne markt toch in gevaar brengen. Onder de richtlijnen die nog moet worden aangenomen zitten enkele essentiële, zoals die over telecommunicatie. En van de richtlijnen die zijn aangenomen moet een deel door verschillende lidstaten nog in de nationale wetgeving worden verwerkt. Beide processen kunnen vertraging oplopen als Europa door een "nee' in verwarring raakt. Het EEG-verdrag, de Europese Akte, ze blijven wel bestaan maar de volgende stappen voorwaarts die volgens die teksten moeten worden genomen, blijven zonder "Maastricht' achterwege.

Daar komt bij dat de autoriteit van de Europese Commissie en het Hof van Justitie wordt aangetast, en zij dragen zorg voor de naleving van richtlijnen. Volgens de huidige regels kunnen lidstaten die hun verplichtingen niet nakomen worden aangeklaagd bij het Hof. Maar tegen staten hebben de Europese rechters geen sanctiemiddel. Nu de regels met de voltooiing van de interne markt voelbaar worden, komt het vaker voor dat het Hof een lidstaat meer dan eens moet berispen. In het Verdrag van Maastricht is daarom een mogelijkheid geschapen staten dwangsommen op te leggen. Die mogelijkheid vervalt bij een "nee'. Bovendien verbleekt een andere reden om zich aan de regels te houden: het perspectief op verdere integratie (in het Spaans en Grieks vertaald betekent dat onder meer: subsidie). En tenslotte, als "Maastricht' niet doorgaat ligt er nog steeds het probleem waarmee het allemaal is begonnen: die ene markt ontbeert die ene munt.

Leidt uit bovenstaande argumenten in elk geval af dat de gevolgen van een Nee niet zijn te berekenen: de belangrijkste klap zal psychologisch zijn.