VN willen geen vermindering aantal mariniers

PHUM NIMIT, 10 SEPT. De commandant van de VN-troepen in Cambodja, generaal John Sanderson, wil niet dat Nederland straks bij de aflossing van de mariniers het aantal militairen terugbrengt. Minister Ter Beek (defensie) zal tijdens een gesprek met generaal Sanderson zaterdag in Phnom Pen duidelijkheid eisen over de taken van de Nederlandse mariniers. In militaire plannen van de Verenigde Naties is voorzien dat met name infanterie-eenheden de komende maanden zullen worden teruggebracht, ook al omdat de VN minder geld voor de operatie in Cambodja van zijn leden hebben gekregen.

Een van de opties van Nederland is om geleidelijk het aantal mariniers terug te brengen. Twee van de vier compagnies komen niet toe aan hun eerste taak, het ontwapenen van alle guerrillagroeperingen. De Rode Khmer blijft zich verzetten tegen het bijeenbrengen van hun troepen in legerplaatsen en het innemen van de wapens.

Op den duur zal het voor Nederland steeds moeilijker worden om voldoende mariniers beschikbaar te hebben voor de aflossing van bijna negenhonderd man in Cambodja. Het korps telt in totaal 2.800 militairen, maar heeft ook taken op de Nederlandse Antillen, in Noorwegen en Schotland en heeft speciale bijstandseenheden in Nederland voor bijzondere operaties zoals gijzelingen, gevangenisopstanden en het tegengaan van sabotage.

Bovendien begint binnen het korps hier in Cambodja verzet te rijzen tegen het feit dat Nederland voor operaties in het kader van de VN bijna uitsluitend op de mariniers lijkt aangewezen. Onder de mariniers bestaat de vrees dat zij na zes maanden dienst in Cambodja ook nog naar Joegoslavië moeten om voedselkonvooien te beschermen, omdat de landmacht die klus niet kan klaren.

Minister Ter Beek staat voor een moeilijke afweging. Hij wil vermijden dat door een vermindering van het aantal mariniers de Rode Khmer een verkeerd teken zou krijgen en zijn acties zou kunnen uitleggen als het afzwakken van eisen. Daarnaast wil hij dat de mariniers optimaal worden ingezet. Nu al worden kleine marinierseenheden van het bataljon hier getraind om zich in twaalf uur te verplaatsen om elders in Cambodja opdrachten uit te voeren. Maar bij de bataljonsleiding bestaan twijfels over die inzet elders.

Hoe kunnen mariniers die hier opvallen door hun geduchte training en uitstekend materieel, functioneren samen met Pakistani en Maleisiërs die een andere taakopvatting in Cambodja uitdragen? Hoe kan worden voorkomen dat de dunne scheidslijn tussen het handhaven van vrede en het opleggen van vrede met geweld wordt overschreven zonder expliciet mandaat van de Veiligheidsraad? Als de Rode Khmer zich buiten het vredesproces blijft houden, neemt de eerste taak van de Nederlandse mariniers in zone 1 aan de grens van Thailand af.

“Het Nederlandse bataljon is inderdaad toegewezen aan UNTAC, (de voorlopige VN-autoriteit in Cambodja), maar dat betekent niet dat je ons met een bureaucratische proppeschieter overal zomaar naartoe kunt schieten. Den Haag en het VN-commando in Phnom Penh moeten zich dat goed realiseren”, aldus een van de officieren bij de voorbereiding voor plaatsing elders in Cambodja betrokken. “Meer te verduren krijgen alleen maar omdat wij het hier goed voor elkaar hebben, lijkt ons niet de juiste weg.”