Suzanne

Er waren drie soorten toeristen: backpackers, fietsers en automobilisten.

Backpackers hebben grote rugzakken ver boven het hoofd uitstekend, meestal afgetopt met een groene rol, het matrasje dat garandeert dat de backpacker zich niet verslaapt. Backpackers reizen. Reizen is leuk, hebben zij gehoord. Maar hoe doe je dat? Moedeloos sjouwen zij rond. Echt wandelen kan niet zonder sherpa-bloed. Openbaar vervoer is er te weinig in dit buitenland, dus liften zij. Als hinderlijke vliegen zitten zij op de buitenkant van alle steden en dorpen, de plaatselijke lifters het vervoer uit de mond stotend.

Nee, dan de fietsers. Onbekommerd trappen ze voort langs de tweebaans wegen, wegen zo breed als twee slanke auto's. Met monstrueuze helmen op het hoofd waggelen zij op gehuurde, tot de ondersoort der mountain bikes behorende tweewielers. Zij weten niet dat iedere twee minuten een automobilist ijzingwekkende capriolen moet maken voor hun veiligheid. Dat zien zij niet. Gefixeerd staren ze naar het wegdek voor zich, met moeite de wankele, op willekeurige plaatsen met bagage behangen fiets in balans houdend. Sommigen verzoeken de goden: backpackers met een fiets.

De automobilisten zien alles op de weg ten behoeve van aller lijfsbehoud. De andere toeristen en meters hoge heggen maken uitzicht op het landschap onmogelijk. De automobilisten rijden twee op één: twee passagiers per auto. Het zijn oudere echtparen, die veertien dagen lang een dagje rijden. Pa rijdt en ma let op. Een dagje van A naar A, dan van A naar B, een dagje van B naar B, enzovoorts. In de rustieke stadjes A en B zijn campings, hostels, hotels en kamers met ontbijt. De backpackers en de fietsers slapen bij mooi weer op de camping en dikwijls in een hostel. De automobilisten slapen in kamers met ontbijt. De hotels zijn leeg.

We hadden een heerlijke kamer met een overheerlijk ontbijt. Suzanne was de ideale gastvrouw. Rustig, vriendelijk, opgewekt, behulpzaam, altijd aanwezig, charmant, met een oog voor detail, geen moeite teveel. Bij binnenkomst 's middags bood ze thee aan, met veel biscuitjes. De volgende ochtend overhandigde ze ontbijtmenu, nam vervolgens de bestelling op, en droeg vervolgens zonder gerucht borden heerlijkheden aan. Zorgen nam zij weg: lekker eten konden we het beste in X, daar was de telefoon, natuurlijk had ze een strijkijzer te leen.

Suzanne was een jonge, nog niet helemaal volwassen vrouw. Suzanne was dertien. Straks gaat Suzanne weer naar school. Wat moet ze er leren? Suzanne is toch al perfect? Suzanne heeft geen opvoeding meer nodig.

Ik zag in hetzelfde buitenland een groep leeftijdsgenoten van Suzanne. Ze toonden het gedrag van een bus huisvrouwen, een perron voetbalsupporters of een hok kippen. Verveeld, eenvormig, monotoon, lawaaiig, klonterig. Arme opgewekte, enerieke, vaardige Suzanne. Straks in de klas wordt ze weer kind. Dat is goed voor haar. Denken we.