Stanley Menzo was steeds de redder in het doel van Oranje

EINDHOVEN, 10 SEPT. In het begin van de wedstrijd had hij zich niet erg op zijn gemak gevoeld. Ofschoon hij toch al drie keer het doel van het Nederlands elftal verdedigde. Maar nog nooit als opvolger van Hans van Breukelen. Die uitverkiezing moest hij nu waarmaken. En Stanley Menzo greep zijn kans. Ondanks de bittere nasmaak van de 3-2-nederlaag, waaraan hij eigenlijk weinig of geen schuld had.

De Amsterdammer zag gisteravond eindelijk een droom in vervulling gaan: één van de elf van Oranje zijn. In zijn fraaie zwarte tricot werd hij al snel op de proef gesteld. De defensie van Nederland haperde verschillende keren en de doorgebroken Italianen, die op hem afstormden, moest hij in z'n eentje afstoppen. Zoals Lentini een keer oog in oog met hem stond, Baggio van dichtbij hard inschoot en Bergkamp bijna in eigen doel trapte. Menzo was steeds de redder van Oranje. Bijna had hij ook nog een strafschop gestopt. Van Hans van Breukelen wist hij dat Baggio bij de aanloop wacht met schieten en dan in de linkerhoek mikt. Menzo zat er dichtbij, maar de bal was te hard om hem te keren.

Bondscoach Dick Advocaat prees Menzo achteraf en zal hem ook opstellen tegen Noorwegen. Dan is de Ajacied misschien helemaal bevrijd van zijn plankenkoorts. “Bij de eerste twee ballen, leek het wel of ik voor het eerst keepte”, keek hij op "zijn' avond in Eindhoven terug. “Aan bepaalde dingen in het Nederlands elftal moet ik nog wennen. Bijvoorbeeld dat je niet moet uitlopen als Berry van Aerle (PSV, red) een tegenstander achtervolgt. Die jongen is zo snel, op gegeven moment maakte hij op Baggio een achterstand van twintig meter goed. Ik kan gelukkig in het Nederlands elftal net zo luidruchtig aanwijzingen geven als bij Ajax. Ze weten hoe ik kan reageren.”

Op de tribune volgden twee voormalige doelmannen van Oranje, Hans van Breukelen en Joop Hiele, broederlijk naast elkaar de verrichtingen van Stanley Menzo met meer dan normale belangstelling. Ze werden samen met Adri van Tiggelen voor en na de wedstrijd uitgebreid gehuldigd en bedankt voor bewezen diensten. Uit handen van sectievoorzitter Martin van Rooijen ontvingen ze een certificaat, een zilveren schaal en een uitnodiging om op kosten van de KNVB een interland van Oranje in het buitenland te bezoeken.

Van Breukelen kon zich er in vinden dat Menzo door bondscoach Dick Advocaat is aangewezen om voorlopig in zijn voetsporen te treden. “Want Stanley is meegeweest naar het EK en Ed de Goey niet. De Goey kan in drie maanden nooit zoveel beter zijn geworden dat hij nu een basisplaats verdient in het Nederlands elftal.”

Van Breukelen vond Menzo “rust uitstralen” in het doel van Oranje. “Dat kon je merken in de één-tegen-één-situaties.” Zijn opvolger was volgens hem goed op de been gebleven, “terwijl het Nederlands elftal toch niet bepaald uitblonk in verdedigen”. Volgens Van Breukelen treedt er nu een heel andere tijd aan voor Menzo. “Hij zal zowel bij Ajax als in het Nederlands elftal meer op zijn tellen moeten passen en vaker onder druk komen te staan. Want als het even minder gaat, klinkt onmiddellijk de roep om De Goey. Dat weet ik uit ervaring, toen ik de hete adem in mijn nek voelde van Joop Hiele.”