Soldaten voelen zich schietschijf; Aanwezigheid VN-macht in Sarajevo ter discussie

BELGRADO, 10 SEPT. Met de overval, naar alle waarschijnlijkheid door moslim-eenheden, van een militair konvooi van de Verenigde Naties en de dood van twee Franse VN-militairen daarbij is het functioneren van de ongeveer 1.500 VN-militairen in Sarajevo duidelijk ter discussie komen te staan, menen waarnemers.

Het neerschieten van een Italiaans vliegtuig met hulpgoederen vorige week, en de dood van de vier Italiaanse bemanningsleden daarbij, hadden de begin juli na een dramatisch bezoek van de Franse president François Mitterrand ingestelde humanitaire luchtbrug naar Sarajevo tot staan gebracht. Een al langer onder de VN-troepen bestaande onvrede over hun veiligheidspositie en hun toenemende desorganisatie onder steeds woedender, directe aanvallen op hun transporten, personeel, kazernes en hoofdkwartier leiden nu tot steeds grotere discussie over hun aanwezigheid.

Dat juist moslim-eenheden de aanval hebben uitgevoerd op het wekelijkse transport uit Belgrado, dat geen hulpgoederen, maar voorraden voor de ongeveer 1500 man VN-troepen zelf aanvoert, is zeker geen verrassing voor de VN-militairen ter plaatse. Al maanden is er sprake van een zich steeds verder verscherpend conflict tussen de VN-macht en de regering van Alija Izetbegovic in Sarajevo en de daaronder ressorterende gewapende eenheden, die voornamelijk uit vrijwilligers, soms uit de plaatselijke onderwereld, bestaan. De VN wordt er daarbij, tegen alle schijn in, van beschuldigd in de gewapende strijd de kant van de Serviërs te hebben gekozen.

Van de zijde van de regering in Sarajevo en de professionele officieren die in theorie aan het hoofd staan van het "leger van Bosnië-Herzegovina' maakt men er geen geheim van, de humanitaire onpartijdigheid van de VN te beschouwen als een onwelkom uitstel van een gewapende VN-interventie, die men als de enige uitweg uit het gewapende conflict ziet. Een oplossing door onderhandelingen wijst de regering in Sarajevo, tot op heden principieel af, daar dit een “pact met de Servische agressors” zou beduiden.

Zolang de VN-troepen in Sarajevo gecommandeerd werden door de Canadese generaal Lewis MacKenzie, bleef het conflict in essentie beperkt tot verdachtmakingen op radio en televisie in Sarajevo en enkele militaire incidenten, zoals een poging de radarapparatuur kapot te schieten, waarmee de VN de herkomst van inkomende granaten kon bepalen.

Vorige maand vertrok MacKenzie echter, na een persconferentie in de stad waarop hij als eerste onthulde dat de moslim-eenheden op de bewoners van de binnenstad van Sarajevo hadden geschoten, in de hoop dat schokkende televisiebeelden de wereldopinie tot militaire interventie zouden doen neigen. Sindsdien, en in het bijzonder in de week voor de conferentie van Londen, is het steeds vaker tot gerichte aanvallen tegen de VN in Sarajevo gekomen, die samenvielen met een mislukte poging van moslim-eenheden de Servische omsingeling van de stad te doorbreken of terug te dringen.

Zowel het vliegveld, de kazernes waar zich het Oekraiense bataljon bevond, het hoofdkwartier van de VN in een voormalig kantoor van de PTT alsook voertuigen en individuele VN-militairen kwamen onder gericht vuur. Ofschoon de herkomst van het vuur niet in alle gevallen vaststond, maakten VN-militairen in besloten kring geen geheim van hun persoonlijke overtuiging, dat vooral moslim-eenheden hen als de vijand beschouwden en daarnaar handelden.

De VN-macht in Sarajevo beschikt niet over de uitrusting, een dergelijk offensief te weerstaan. De hulpgoederen werden van het vliegveld naar de stad overgebracht in weliswaar witgeschilderde, maar niet gepantserde, zogenaamde soft skin-voertuigen. De pantserwagens met mitrailleurs die de transporten begeleidden waren bedoeld als afweer tegen de sluipschutters, die aanvankelijk de grootste zorg van de VN waren. Tegen mortieren of nog zwaardere artillerie vormen ze geen antwoord. Slechts rondom het vliegveld, waar tanks staan ingegraven, beschikt de VN zelf over zware artillerie, die echter - voor zover bekend - nog niet is ingezet.

Een van de gevaarlijkste punten voor iedereen die langs het vliegveld de stad wil bereiken is het traject over de startbaan, waar het konvooi uit Belgrado eergisteren werd overvallen. Dat het lichtbewapende konvooi deze route nam, terwijl rondom het vliegveld al drie dagen werd gevochten, is niet zo verwonderlijk, omdat in deze kontreien bijna voortdurend fel wordt gevochten. Met name de dagelijkse mortierduels tussen moslims en Serviërs in de naast het vliegveld gelegen wijk Dobrinja vormden voor de gehele duur van de luchtbrug bijna onafgebroken achtergrondgedruis. Bij het traject over de startbaan, dat in het zicht van beide strijdende partijen ligt, was het echter ook de afgelopen weken al tot een zekere escalatie gekomen. Tenminste één jeep van de VN was daarbij gericht beschoten, niet alleen met automatische wapens, maar ook met mortieren.

Het zijn ook deze kleinere, niet met publiciteit omgeven incidenten die de VN-militairen de overtuiging hebben gegeven als schietschijf voor met name de moslims te fungeren, waarbij overigens duister blijft of deze acties geschieden in opdracht of met toestemming van de regering of legerleiding in de stad, of het eigen initiatief zijn van de strijders te velde.

Aan deze noodlottige ontwikkeling is echter, evenmin als aan het steeds frequenter schieten op dalende en stijgende vliegtuigen van de luchtbrug, door de commandanten van de United Nations Prtection Force ("Unprofor') nog geen beleidswijziging verbonden. Het is nog onduidelijk overigens op welke wijze Unprofor in Sarajevo de eigen veiligheid beter zou kunnen garanderen, zoals de Veiligheidsraad nu heeft aanbevolen. Preventieve of tegenaanvallen door Unprofor op mortierstellingen bijvoorbeeld zouden een duidelijke escalatie van de strijd in Sarajevo betekenen, en daarmee de vervulling van de wensen van degenen die de VN thans beschieten. Bovendien bevindt zich op en tussen de diverse frontlijnen nog veel burgerbevolking, die de VN met zijn humanitaire missie juist poogt te helpen.

Het is opvallend dat, terwijl de militair georganiseerde luchtbrug tot staan is gekomen, nog vrijwel dagelijks over de weg vanuit Split hulpkonvooien van de vluchtelingenorganisatie van de VN (UNHCR) de stad kunnen binnenkomen. Deze konvooien, die in het geheel geen wapens met zich meevoeren, komen niet via het vliegveld de stad binnen, maar aan de noordwest-zijde van de stad, op een punt waar Serviërs en Kroaten, die elkaar elders op leven en dood bevechten, onderlinge overeenstemming hebben bereikt over hun grens en een min of meer geregeld grensverkeer plaatsvindt.

Deze konvooien rijden ook niet de stad helemaal in, maar houden halt in de wijk Stup, een Kroatische sector binnen de stad, waar ook de zwarte markt van Sarajevo voor voedsel, brandstof en vluchtwegen naar de buitenwereld is gevestigd. De laatste tijd zijn er steeds meer geruchten over rivaliteit en incidenten tussen de Kroatische militairen in deze sector en de moslim-onderwereldkoning Yusuf Prazin, bijgenaamd "Joeka', die in Sarajevo over enkele duizenden strijders beschikt. Dit conflict, naar verluidt deels over de baten van de zwarte markt, zou een eind kunnen maken aan de bufferzone van de Kroaten in Stup, nu zo'n beetje de enige plaats binnen Sarajevo waar moslims en Serviërs niet in direct gevecht gaan. Voorshands zijn de konvooien van de UNHCR naar deze plaats echter een argument voor diegenen onder de internationale hulpverleners, waaronder naar verluidt het Internationale Rode Kruis, die vanaf het begin militaire begeleiding van hulp hebben afgewezen, omdat de aanwezigheid van VN-militairen alleen maar vuur zou aantrekken.

Het stokken van de luchtbrug is voorshands een zware slag voor de bevolking van Sarajevo, die volgens waarnemers de onpartijdigheid van de VN-militairen laakt, maar anderszijds nu zonder de voorraden voedsel en brandstof de in deze vallei strenge winter dreigt in te gaan. In de meeste wijken van de stad is bovendien al wekenlang van elektriciteit of water geen sprake meer. Toen het vorige week tijdens een onweer plotseling hard ging waaien, zijn bovendien veel van de nog deels in de sponningen zittende ramen stukgewaaid. Naar schatting bevinden zich in Sarajevo nog ongeveer 300.000 mensen.