PRUIMENTAART

Het is een goed pruimenjaar. Dat merk je aan de zorgelijke gezichten van pruimeboombezitters, die zich geen raad weten met de pruimenpracht. Want hoeveel potjes jam, chutney en zoetzuur kun je aan met zo'n gigantische oogst? Zelf wentel ik mij in de zorgeloze genoegens van het nu en dan in ontvangst mogen nemen van een mandje onbespoten pruimen. Daarvan beland een gedeelte op een taartbodem van gezoet boterdeeg met een flanvulling.

Voor 1 taartvorm van 25 centimeter doorsnede:

Voor het deeg:

250 gram bloem

80 gram suiker

snufje zout

100 gram koude boter, in blokjes

1 ei

1 eetlepel koud water

Voor de vulling:

25 gram bloem

35 gram suiker

1 ei

1 deciliter volle melk, gekookt en afgekoeld

1 eetlepel pruimenbrandewijn

500 gram wijnpruimen (of reine claudes)

Meng de bloem met de suiker en het zout in een ruime kom. Kneed er snel en luchtig de boter door, dan het ei en voeg het deegkruim snel bijeen tot een deegbal met behulp van een eetlepel koud water. Laat het deeg, in folie verpakt, 2 uur rusten in de ijskast. Meng intussen voor de vulling de bloem met de suiker in een kom, maak een kuiltje in het bloemmengsel en breek het ei daarin. Roer het ei los met een garde en meng al roerend beetje bij beetje het bloemmengsel door het ei tot een dik en glad beslag. Leng het beslag aan met de afgekoelde melk en de pruimenbrandewijn en laat het rusten tot gebruik. Halveer de pruimen overlangs, verwijder de pit en halveer de helften overlangs, zodat iedere pruim in kwarten is verdeeld. Leg de deegbal op een werkvlak, neem een klein gedeelte van het deeg eraf en druk dat onder de muis van de hand met een glijdende beweging in één keer uit zodat de deegbestanddelen beter vermengd worden met elkaar zonder dat het deeg elastisch wordt. Fraiser la pâte heet dat in Franse patisserie-termen. Verwerk op die manier de hele deegbal, voeg al het deeg weer samen tot een gladde bal en rol het, op een licht met bloem bestoven werkvlak, uit tot een ronde lap van ruim 30 cm doorsnede en 4 mm dikte. Bekleed hiermee een ingevette, metalen taartvorm (liefst met losse bodem) en druk het deeg rondom zachtjes tegen de opstaande rand met de zijkant van de wijsvinger. Haal de deegroller over de taartvorm heen waardoor het overtollige deeg wordt afgesneden. Druk eventuele scheurtjes in het deeg voorzichtig dicht zonder het deeg dunner te maken. Vorm van de pruimen langs de rand een buitenste cirkel, leg de pruimen op hun zij en vrij dicht tegen elkaar. Halveer nu de resterende pruimkwarten overlangs en leg daarmee op dezelfde manier de binnenste rij en vorm tot slot het hart van de taart. Roer het beslag goed door en lepel het voorzichtig over de pruimen. Bak de taart 45 minuten in het midden van een voorverwarmde oven (200 graden celsius). Controleer met een metalen spiesje of de flanvulling gaar is (er mag geen beslag meer aankleven). Draai de oven uit, zet de grill op de hoogste stand en gratineer de pruimen 5 minuten waardoor het vrijgekomen pruimesap bovenop de taart licht karamelliseert en de smaak van de pruimen wordt verdiept. Laat de taart afkoelen in de vorm zodat de flanvulling ongestoord iets kan opstijven.