Politieke integratie in Europa geen federalistisch ideaal maar noodzaak

Een absurdistisch droomkasteel lijkt het Verdrag van Maastricht na het Deense referendum. De Europese vlucht naar voren, zoals tegenstanders het verdrag noemen, overleeft misschien het referendum in Frankrijk niet. Nu het bergafwaarts gaat met "Maastricht', is het verleidelijk het Unieverdrag te verwerpen, maar er is weinig reden tot juichen.

Zeker in het geval van Nederland lijkt het of er zonder veel pijn en moeite afstand gedaan kan worden van "Maastricht'. Immers, veel doelstellingen die tijdens het Nederlandse EG-voorzitterschap naar voren zijn gebracht, zoals het terugdringen van het democratisch deficiet, institutionele hervormingen, één EG-Verdrag in plaats van de pijlerstructuur, zijn maar gedeeltelijk in het Unieverdrag terug te vinden.

De politieke betekenis van het Verdrag van Maastricht rechtvaardigt de ondertekening van het document, zelfs als er niet aan directe Nederlandse belangen tegemoet wordt gekomen. De Intergouvernementele Conferenties voor de Europese Politieke Unie en de Economische en Monetaire Unie, die in 1990 waren begonnen, waren het antwoord van de Europese Gemeenschap op de veranderingen in Oost-Europa en moesten meer duidelijkheid verschaffen over de richting waarin de EG zich zou moeten begeven. Bovendien was dit Frans-Duitse initiatief nodig om de Franse argwaan ten opzichte van het verenigde Duitsland te sussen.

Er is inmiddels veel vuil terechtgekomen in de Frans-Duitse motor van de Europese integratie. Een groter Frans-Duits legercorps moest het onomstotelijke bewijs worden van het onderlinge vertrouwen. Bovendien zou dit corps via het Verdrag van Maastricht de kern vormen van het gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid in de Europese Gemeenschap. De discussie in Frankrijk over "Maastricht' heeft van de Frans-Duitse vriendschap weinig heel gelaten. De Franse façade is omgevallen door het kwistig zwaaien met het Duitse gevaar als hoofdargument voor of tegen "Maastricht'.

Op het eerste gezicht lijkt dit heel gunstig voor Atlantisch-gezinde EG-lidstaten zoals Nederland, Engeland, Portugal en Denemarken. De Europese defensie-identiteit, waarvan in de Joegoslavische oorlog al weinig te merken is, zal door het wegvallen van "Maastricht' haar basis verliezen. In het geval van Joegoslavië werd dit al bevestigd doordat naast de EG de Verenigde Naties en zelfs de NAVO nodig zijn om het Servische kwaad te bestrijden. Het fiasco van "Maastricht' zal echter gecompenseerd moeten worden om de zwaar aangetaste Westeuropese eensgezindheid enigszins te redden. De al veel langer bestaande Frans-Duitse militaire samenwerking zal op bilaterale basis worden voortgezet om het elan van de vriendschap weer wat op te poetsen. Dit betekent echter dat de Europese Gemeenschap minder grip krijgt op de Frans-Duitse relatie, die weer een puur bilaterale aangelegenheid zal zijn. De toenadering tussen de Atlantische en Europese veiligheid via de Westeuropese Unie zal als mislukt moeten worden beschouwd. Ondanks eventuele Atlantische of Europese voorkeuren, de terugkeer naar het declatoire beleid van de Europese Politieke Samenwerking (EPS) is niet in het belang van West-Europa, dat juist nu slagvaardig moet zijn.

Ook op het terrein van het democratisch deficit is het afschieten van Maastricht niet in het Nederlandse voordeel. Natuurlijk hebben wij geprobeerd de rol van het Europese Parlement groter te maken dan is bereikt. Maar als de bereikte resultaten worden tenietgedaan dan zal dit zeker niet leiden tot een evenwichtiger bestuur van de Europese Gemeenschap. Het is waar dat het vergroten van het aantal beleidsterreinen waarover de Europese Commissie zeggenschap wil hebben voortvarend is geweest, maar de Commissie heeft haar lesje wel geleerd. Door het Deense referendum is de Commissie teruggefloten, het over de hoofden van de Europese burger heen uitbreiden van maatregelen en wetgeving is afgestraft. Maastricht is een bescheiden stap op weg naar een beter functioneren van de instellingen van de EG. Juist het verbeteren van de rol van het Europees Parlement is nodig om Europa naar de burgers te brengen. Inspraak en betrokkenheid is een minimale vereiste om iets van een Europese identiteit te creëren.

In het licht van de toekomstige uitbreiding van de Europese Gemeenschap is het Verdrag van Maastricht belangrijk als springplank naar een grotere gemeenschap. Zonder het Unieverdrag is de kans groot dat de EG verder vorm wordt gegeven naar Brits model. Dat betekent een grote interne markt als eindpunt van de Europese integratie. De Europese Economische Ruimte (vrijhandel tussen de Gemeenschap en de EVA-landen) dient als voorbeeld, de Oosteuropese landen kunnen later volgen als zij economisch in staat zijn te concurreren met de Westeuropese landen. Of de Europese Gemeenschap nog wel kan functioneren met zoveel lidstaten zal moeten blijken. De Intergouvernementele Conferentie die zich zal buigen over de institutionele hervormingen staat pas in 1996 op de agenda. Deze IGC kan niet verder bouwen op de verbeteringen van Maastricht, maar zal moeten teruggrijpen op de Europese Akte van 1987. Ook in Nederland zijn er veel voorstanders voor een Europese Gemeenschap die zich beperkt tot economische integratie, maar kan de Europese Gemeenschap zich dat nog wel permitteren met hevige politieke en militaire onrust in haar eigen regio?

Politieke integratie in de Europese Gemeenschap is geen federalistisch ideaal meer, maar een noodzaak. De aanvallen op asielcentra in Duitsland illustreren dat ook. Het vrije verkeer van personen in een Interne Markt dwingt de lidstaten van de EG tot een uniform toelatingsbeleid. Door dit tegen te houden, vooral Engeland en Denemarken willen geen regelingen op dit gebied, lijkt het immigratieprobleem een Duits probleem, dat het extreem-nationalisme in de kaart speelt. De toenemende immigratiedruk is echter een Europees probleem. Het uitblijven van een Europese regeling, waarvoor de derde pijler van het Unieverdrag (het justitieel en binnenlands beleid) als basis had kunnen dienen, laat het probleem op nationaal niveau voortbestaan.

Het enige dat Duitsland nog kan doen na het afwijzen van Maastricht is, naast het veranderen van de eigen wetgeving, proberen het vastgelopen Akkoord van Schengen los te trekken. Een Europese handreiking heeft Duitsland nog niet gekregen.

Als de Fransen "Maastricht' niet goedkeuren op 20 september zal de Europese Gemeenschap verder moeten op basis van het oude EEG-Verdrag en de Europese Akte. De tegenstanders van "Maastricht' zullen met het vertrek van Jacques Delors opgelucht adem halen dat de Europese vlucht naar voren is geëindigd. Maar zij zullen spoedig merken dat een grotere Europese Gemeenschap die een super interne markt vormt, met problemen zal worden geconfronteerd die een politiek antwoord vragen, waardoor de oude en nieuwe leden van de Europese Gemeenschap opnieuw Maastricht-achtige oplossingen moeten zien te bereiken, die alleen een andere naam zullen krijgen.

    • Leendert Jan Bal