Pinters pamflettoneel: flinterdun idee

Voorstelling: Party Time/ De Nieuwe Wereldorde/ Bergtaal van Harold Pinter door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Titus Muizelaar. Decor: Paul Gallis. Spel: Fred Goessens, Ann Hasekamp, Hein van der Heijden, e.v.a. Gezien: 9/9, Bellevue, Amsterdam. Nog te zien: aldaar en elders t/m 17/10.

Ze zijn oud geworden deze zomer, de jongens en meisjes van Toneelgroep Amsterdam. Grimeur Erik Sluys heeft hun ogen stuk voor stuk voorzien van wallen, waar zij als vanzelf uitgeblust over heen kijken. Het volk op het feestje van Gavin (Kees Hulst) in Harold Pinters Party Time, geschreven naar aanleiding van de Golfoorlog, is overduidelijk zat van welvaart. Ann Hasekamp als Melissa staat zeer underdressed in een transparante Issy Myake-rok glazig uit een raam te staren, Chris Nietvelt als Charlotte zit zich op het voortoneel anorex vol te proppen met salade en achter haar klinkt het bla-bla op de cadans van haar malende kaken.

De bilateraaltjes die Harold Pinter schreef voor dit negenkoppige gezelschapje gaan nadrukkelijk over niks. De nieuwe fitness-club, de vakantiebestemming, de kleding van de feestgangers en het feestje zelf: dat is de uitputtende opsomming van gespreksonderwerpen. Alleen Dusty (Lineke Rijxman) brengt bij herhaling ene Jimmy ter sprake, maar de kennelijk pijnlijke conversatie over hem wordt door haar man telkens in de kiem gesmoord.

Toch - en dat is de pijl op Pinters boog - hangt Jimmy's lot als een donkere wolk boven het buffet dat ontwerper Paul Gallis in het midden van een cilindervormig decor op een rond altaartje situeert. Aan het slot stelt Jimmy zich buiten die cocon der rijken op en stamelt in het licht van een volgspot enige onheilsformules. In combinatie met de decadente feestgangers vormt hij Harold Pinters kritiek op het Westen dat achteloos uit bombarderen ging in Irak.

Dat de vorm waarin Pinter zijn kritiek giet op een flinterdun ideetje berust, kan de enscenering van Titus Muizelaar niet verhullen. Om begrijpelijke redenen negeert Muizelaar Pinters aanwijzing om de sprekende personages steeds apart te belichten - het zou een al te belegen theatertruc zijn - maar het alternatief is evenmin fraai. De zwijgende spelers staan nu overduidelijk hun beurt af te wachten, de tijd dodend met onbestemd, stil spel.

Lichtchangementen markeren wel de overgang naar de beide andere korte Pinter-schetsen De Nieuwe Wereldorde en Bergtaal. De inhoud van beide stukken komt neer op de formule bewaker-vernedert-gevangene. De mise-en-scène is statisch, beweeglijkheid is er alleen in de sarcastische toon van de overheersers. In De Nieuwe Wereldorde haalt Muizelaar de angel uit dat sarcasme door de ene bewaker (Fred Goessens) serieus de les te laten lezen door de andere (Mark Rietman), terwijl Pinters dialoog veeleer bedoeld is om als schertsvertoning te worden opgevoerd ter intimidatie van de gevangene. De wreedheid is nu zoek.

Bij elkaar duren de drie mini-voorstellingen waarmee Toneelgroep Amsterdam het seizoen opent nog geen uur. Kort dus, maar krachtig zijn ze niet. Het geheel laat een looiige, trage indruk achter. De overtuiging waarmee dit soort pamflettoneel gebracht moet worden, lijkt te ontbreken. Dat is misschien wel zo sympathiek, maar een geslaagde voorstelling zit er dan niet in.