Oostenrijk wordt steeds zenuwachtiger over EG; Overheidscampagne is "wasmiddelreclame zonder diepgang'

WENEN, 10 SEPT. Oostenrijk begint begin volgend jaar onderhandelingen over toetreding tot de EG, maar de stemming in Weense regeringskringen wordt steeds zenuwachtiger wat Europa betreft.

Na de onderhandelingen moet het volk in een referendum beslissen of men de EG binnen wil of niet. En opiniepeilingen geven aan dat het aantal uitgesproken tegenstanders toeneemt. Ook in de pers, vooral in de massabladen, neemt de vijandigheid tegen de Gemeenschap toe. Het nieuwe boulevardblad "täglich Alles' maakt in een kleurenfolder van acht pagina's, die huis aan huis in de brievenbus werd gestopt, zelfs lawaaiige reclame door te stellen dat men in die krant precies kan lezen hoe het echt zit met de EG en hoezeer de regering met belastinggeld de burger trakteert op halfwaarheden, weglatingen, mooipraterij, betaalde prognoses en zelfs leugens.

Gaat er iets mis dan slaat men de boodschapper. Dat deed vroeger de ontvanger van slecht nieuws, in ons communicatietijdperk krijgen de communicatoren vaak de klappen als een boodschap maar geen enthousiasme wil wekken. In Wenen kreeg het reclamebureau Demner & Merlicek er van langs, want dat probeert met een budget van jaarlijks zes miljoen gulden overheidsgeld in opdracht van de regering de Oostenrijker EG-rijp te maken. Zijn campagne is nu als "wasmiddelreclame met te weinig diepgang' gekritiseerd.

Parlementsvoorzitter Fischer, sociaal-democratische partijgenoot van bondskanselier Vranitzky, distantieerde zich zelfs van de hele reclame-aanpak. Hij bleek van het woord "campagne' in dit verband al te gruwen. Het gaat om overheidsvoorlichting, vindt hij, en die heeft haar vorm nog niet gevonden.

Dat mag zo zijn, stil zit de regering niet. Vranitzky en een aantal ministers hebben al op speciale uren aan de telefoon gezeten om verwarde burgers persoonlijk voor te lichten. Uit de vragen die aan de politici worden gesteld, blijkt dan steeds weer dat veel Oostenrijkers er bang voor zijn overstroomd te zullen worden door buitenlandse produkten, buitenlandse werknemers, buitenlandse misdaad, enz., enz. En dat men zich afvraagt of de bijdrage die Oostenrijk zal moeten gaan betalen aan Brussel (rond 200 miljoen gulden) niet de prijs wordt van een miskoop. Een typisch Oostenrijkse zorg kwam naar voren in de telefonische vragenuren van minister van onderwijs Scholten, namelijk of straks Oostenrijkse academische titels wel in de EG zullen worden erkend. (Het antwoord is ja - red.)

Dat die zorgen een steeds sterker leven gaan leiden komt misschien omdat de regering de hete brij van de nadelen, die Oostenrijks toetreding ook met zich mee gaan brengen, niet heeft opgediend. Dat er in de industrie en de banken structurele aanpassingen nodig zijn, dat er aanvankelijk een stijging van de werkloosheid wordt verwacht, dat de boeren het nog moeilijker zullen krijgen, dat op de lange duur het EG-verkeer ongehinderd over Oostenrijks straten zal denderen, dat de neutraliteit oude stijl zal moeten worden opgegeven, daarover is de voorlichting opmerkelijk zwijgzaam geweest.

Hier komt nog bij dat de EG de laatste tijd een onduidelijk figuur slaat met "Maastricht'. Stapt Oostenrijk straks op een rijdende trein die op weg is naar politieke eenwording en één veiligheidssysteem? Of staat de trein stil, wat zou kunnen betekenen dat die langzaam maar zeker achteruit begint te sukkelen, vragen velen zich af. Hiernaast heeft de onmacht van de EG om iets te doen tegen de moord en doodslag in Oostenrijks buurland: het voormalige Joegoslavië, het imago van de Europese Gemeenschap weinig goedgedaan.

Wie kennelijk denkt dat er een blijvende koude wind tegen de EG is opgestoken is de populistische leider van de Freiheitsliche Partei Österreich, Jörg Haider. Terwijl zijn FPÖ jaren lang tot de grote voorstanders van toetreding tot de EG behoorde en vaak zelfs kritiek op de coalitieregering van sociaal-democraten en Volkspartei had omdat zij niet opschoot, is Haider nu in de richting van een anti-EG-standpunt gezwenkt.

De Europese economische ruimte wijzen hij en zijn partij zonder meer af. Tot de EG moet Oostenrijk alleen toetreden als bij de onderhandelingen aan Oostenrijks milieucriteria wordt vastgehouden en een Europees verkeersconcept wordt vastgelegd en als de regering het boerenfamiliebedrijf heeft veilig gesteld en een belastinghervorming heeft doorgevoerd, waardoor het kleinbedrijf wordt geholpen. Merkwaardig genoeg wil de FPÖ wel de neutraliteitspolitiek opgeven en bepleit zij toetreding tot de NAVO en de WEU.

Van vele kanten is met Haider de vloer aangeveegd sinds hij dit standpunt is gaan innemen en zijn fractie heeft gedwongen daarin mee te gaan. Natuurlijk heeft de zittende regering herinnerd aan zijn vroegere uitspraken dat Oostenrijk “een bedelaarsrepubliek zou worden als het buiten de EG bleef”. En natuurlijk heeft men gewezen op de merkwaardige aspecten van Haiders vlucht naar voren in het veiligheidsbeleid richting NAVO en WEU. (In laatstgenoemde organisatie zitten geen niet-EG-leden). Ook in zijn eigen FPÖ kreeg Haider kritiek van de ex-economische woordvoerder in het parlement Mautner Markhof en de oud-partijvoorzitter Friedrich Peter, die de FPÖ nu zelfs heeft verlaten. Maar opiniepeilingen hebben aangetoond dat in FPÖ-kring het percentage aanhangers van toetreding sinds 1988 is teruggelopen van 58 naar 46, zodat Haider kan zeggen dat hij geheel in overeenstemming met de meerderheid van de partij de koers heeft bijgesteld.

Voor de regering is het allemaal niet comfortabel. Zij wordt er nu mee geconfronteerd dat beide oppositiepartijen in het parlement: FPÖ en de Groenen toetreding tot de EG onder de huidige omstandigheden afwijzen. De Groenen principieel, omdat zij de EG zien als een instrument van het grote bedrijfsleven en een vijand van het milieu. De FPÖ is er principieel niet tegen, maar roept nu dat de regering eerst haar huiswerk (bij de komende onderhandelingen en in het binnenlands beleid) moet doen voor een toetreding verantwoord is.

Hiermee blaast vooral de FPÖ hinderlijk in Vranitky's nek, want over de onderhandelingsruimte heeft de regering tot nu toe een veel te optimistische voorstelling van zaken gegeven en wat binnenlands beleid betreft, in de landbouw en bij de belastinghervorming, loopt zij achter bij haar toezeggingen.

    • André Spoor