Oer-Hollands landschap

Gezamenlijk themanummer over de veenweiden van de tijschriften van de stichtingen Het Noordhollands Landschap en Het Zuidhollands Landschap. Te bestellen door ƒ 7,50 over te maken op giro 299215 ten name van het Noordhollands Landschap te Castricum.

Woonde ik maar in Jisp in zo'n scheefgezakt huisje aan het water. Dat is de allesoverheersende gedachte die zich opdringt zodra je de nieuwe Veenweiden-special van het Noord- en Zuidhollands Landschap in handen krijgt. De tijdschriftredacties van beide stichtingen hebben hun krachten gebundeld in een themanummer.

Vermoedelijk onder het neuriën van oude liedjes (""Holland, ze zeggen, je grond is zo dras...'') hebben ze de mooiste foto's, gedichten en verhalen aangesleept. Men schetst de moeizame ontginning van het metershoge middeleeuwse hoogveen, al ploeterend op schuivende akkers en vechtend tegen de waterwolf. Er wordt gegraven in sponzige moskussens met een Amsterdamse paleo-ecoloog en er worden, zomaar in de weilanden, soms merkwaardige brakwaterplanten ontdekt als schorrezoutgras, zilte rus en lepelblad, relicten uit het afgesloten Zuiderzeetijdperk. Zo nu en dan vliegt er een "hemelgeit' voorbij (de watersnip met zijn vreemde staartgeluid, blijkbaar) of krijgt de lezer een mistige illusie van baltsende kemphanen voorgeschoteld.

Ook de boer komt in beeld want die is, naar eigen zeggen, zo langzamerhand de zeldzaamste vogel van allemaal. Jan van Heusden, 38 jaar, getrouwd, drie kinderen, heeft een kleine vijftig koeien plus een kudde schapen op "vaarland' over het water, in Ilperveld. Hij draait werkweken van 90 uur, zeven dagen van de week, en als zijn 82-jarige vader niet meehielp had hij het vast nog veel drukker. Hij heeft 65 hectare land in gebruik. ""Het moet allemaal groter hè, dat hoort nu eenmaal bij deze tijd'', zegt Jan van Heusden. ""Boeren anno 1992 is topsport geworden, neem dat maar van mij aan.''

In de afgelopen dertig jaar, toen de veehouder agrarisch ondernemer werd en de koe een grootvee-eenheid, is er dan ook veel veranderd in het veenweidenlandschap. De grond is hier drassiger en de percelen vaak kleiner en meer versnipperd dan elders, maar toch heeft ook hier de intensivering toegeslagen: de gemiddelde bedrijfsgrootte steeg in Noord- en Zuid-Holland van 15 naar 25 hectare, het aantal koeien van 20 naar 40, de melkgift per koe van 4200 naar ruim 7000 kilo. Van hooi werd overgeschakeld op gras en de helft van alle koeien heeft nu een luxe ligboxenstal. Melkbussen zijn door koeltanks vervangen. Sinds in 1984 het melkquotum werd ingevoerd hebben de boeren gemiddeld 20 procent van hun melkproduktiecapaciteit moeten inleveren en sinds 1986 is ook de mestproduktie per hectare aan banden gelegd.

Andere bedreigingen van de natuur zijn de toenemende wegenaanleg en bebouwing, bebossong van open gebieden en verdroging van natte terreinen.

Een flink deel van het themanummer is gericht op de vraag hoe het nu verder moet met de veenweiden. In het kader van de Relatienota kunnen boeren al sinds 1975 voor hun land of een deel daarvan een beheersovereenkomst sluiten, waarbij zij een financiële vergoeding krijgen voor opgelegde beperkingen omwille van de natuur, zoals later maaien, minder mest uitrijden, minder spuiten. Eind 1991 waren in Noord-Holland voor zo'n 4000 hectare en in Zuid-Holland voor 450 hectare dergelijke beheersovereenkomsten afgesloten, in de eerste helft van dit jaar schijnt de animo sterk te zijn toegenomen.

Naast de beheersgebieden zijn er ook echte reservaatsgebieden waar de boeren meer beperkingen krijgen opgelegd en de natuur zich veel uitbundiger ontwikkelt. Maar vooral in deze reservaatsgebieden is het voor boeren hoe langer hoe moeilijker om nog boer te blijven. Velen stoppen ermee, ze zoeken hun toevlucht elders of scheiden er helemaal mee uit. De natuurbeschermers hebben het nakijken. Wil men de weidevogels houden, dan zal er een of andere vorm van weidebeheer moeten zijn, hetgeen voor de organisaties zeer hoge beheerslasten meebrengt als de boeren niet meer meedoen.

Er gaan dan ook steeds meer stemmen op om het oude cultuurbeheer maar helemaal te staken. Dan ontwikkelt zich in de meeste gevallen vanzelf een moerasbos, wat ook best leuk kan zijn en veel goedkoper bovendien. In het Structuurschema Groene Ruimte, een nieuwe beleidsnota van LNV, worden moerasbossen dan ook van harte aangemoedigd. In Waterland bijvoorbeeld, in de Vechtstreek en in de Krimpenerwaard, waar maar een minderheid van de huidige boeren nog een bedrijfsopvolger heeft.

Toch bepleiten de Stichtingen Noord- en Zuidhollands Landschap om zoveel mogelijk vast te houden aan het oude agrarische beheer. Het scheppen van nieuwe natuur, zo wordt in de veenweidenspecial toegelicht, valt toe te juichen maar liever niet in waardevolle oude natuurgebieden. Eigenlijk, zo luidt de visie, zouden we het huidige veenweidenlandschap, waar Middeleeuwse ontginningspatronen soms nog helemaal intact zijn, met zijn allen in stand moeten houden als één groot cultuurmonument, net als het Rijksmuseum en het Concertgebouw. Handen af van Jisp.