Oekraïne koestert nucleaire almacht

Moskou-Kiev. Getergd reageert het lid van de Oekraïense Opperste Rada op de vraag in hoeverre prolongatie van Oekraïnes nucleaire status te rijmen valt met de internationale afspraken waaraan de jonge staat zich heeft onderworpen. Oekraïne, luidt het antwoord, is een soeverein land dat zijn verplichtingen nakomt maar dit zal doen op zijn eigen wijze.

De twee à drie jaar die aanvankelijk waren voorgenomen om de strategische nucleaire wapens op Oekraïens grondgebied, 130 intercontinentale atoomraketten van het zwaarste kaliber, explosief onderdeel van de geërfde Sovjet-have, te ontmantelen, blijken niet toereikend. De technische problemen en de ecologische risico's die zich daarbij voordoen, zijn te groot om dat tijdschema aan te houden. Vijf, zes, zeven jaar zijn nodig om het karwei te klaren, hebben deskundigen vervolgens beslist. Amerikaanse of algemeen Westerse belangen zijn er niet mee gemoeid, meent de parlementariër.

Met een zeker welbehagen schurkt de Oekraïense "body politic' zich aan dit geconstateerde technologische onvermogen. Vorig jaar nog een handvol groot is de "nucleaire fractie' in de Opperste Rada inmiddels uitgegroeid tot een omvang die de zittende en wankele regering ernstig neemt. Achter de hand wordt het van die oppositionele zijde president Kravtsjoek aangerekend dat hij de zogeheten tactische kernwapens al voor destructie naar Rusland op transport heeft gesteld.

Maar dank zij de achtergebleven zilveren reuzen die het gebied van New York tot Seattle en van Toronto tot Miami en San Diego onder schot houden, ontdekt Oekraïne de magie van "het denken over het ondenkbare'. Wat is er aantrekkelijker dan na eeuwenlange vreemde overheersing en daags na de euforie van de onverwachte onafhankelijkheid het "wij-gevoel' te kunnen versterken met de emotie van een onvoorziene almacht? En het excuus is bij de hand: wat Rusland, Amerika, China, Groot-Brittannië en Frankrijk is gegund, hoe zou dat een trotse en oude natie als de Oekraïense kunnen worden onthouden?

En zijn er niet de Russische provocaties? Komen er niet leden van Ruslands Opperste Sovjet op de Krim stoken met beweringen dat dit gebied eigenlijk bij Rusland behoort? Zijn er niet nog stuiptrekkingen van de harde confrontatie over de status van de Zwarte-Zeevloot? Waarom zou het nucleaire arsenaal in Oekraïne niet ten minste kunnen worden ingezet als ruil- dan wel drukmiddel in de onderhandelingen met Moskou over de verdeling van kosten en baten van de erfenis van de voormalige Unie? Het zijn vragen die Oekraïnse politici zichzelf, elkaar en de geïnteres- seerde gesprekspartner van elders met toenemende nadruk stellen. En die vragen hebben een zware politieke relevantie zolang de Opperste Rada het door de regering getekende START (verdrag tot vermindering van strategische wapens) nog niet heeft goedgekeurd en de ratificatie niet is afgerond.

Jim Baker heeft de Nobelprijs voor de vrede verdiend, zegt een Russische waarnemer. De bliksemreis van de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken na de ineenstorting van de Sovjet-Unie langs de republieken met kernwapens op hun grondgebied en de afspraken die hij bij die gelegenheid wist te maken hebben voorkomen dat het beheer van het nucleaire Sovjet-arsenaal in het luchtledige is komen hangen met alle risico's van dien. Jim Baker, meent een andere Russische zegsman, heeft een grote fout gemaakt door Wit-Rusland, Oekraïne en Kazachstan als volwaardige partners te betrekken bij START en ze daarmee als het ware de nucleaire status toe te kennen. De Amerikanen hadden op dat moment een geweldig overwicht. De drie republieken wilden erkenning en dollars en hadden daar alles voor over. Maar de Amerikaanse regering gaf haar positie weg zonder er iets voor terug te vragen. “Baker realiseerde zich niet dat hij met een generatie van zeer opportunistische politici van doen had”.

Rusland en Oekraïne: zij spiegelen zich aan elkaar. De kans op oorlog, op Joegoslavische toestanden wordt weliswaar aan alle kanten gebagatelliseerd, maar tegelijkertijd zijn slechts zeer weinigen gerust op de ontwikkeling van de wederzijdse betrekkingen. Enerzijds is er de algemene erkenning van de onderlinge afhankelijkheid, voor een deel een historisch en door de natuur en geografie bepaald gegeven, voor een deel afgedwongen door de tientallen jaren geldende Sovjet-structuur.

Ook wordt toegegeven dat beide staten zich de luxe van zelfs maar een politiek conflict niet kunnen veroorloven. Maar de provocerende daad van de een leidt tot wantrouwen bij de ander en tot een reactie die weer als een provocatie wordt opgevat. Het zelfbewuste "Oekraïne wil de niet-nucleaire status, maar uitsluitend wanneer alle andere landen datzelfde wensen' wordt in Rusland vertaald als: in Kiev zoekt men naar sluipwegen om aan de op grond van internationale afspraken aanvaarde verplichtingen alsnog te ontkomen.

In de uitleg van de Oekraïense generale staf klinkt het allemaal zo logisch en ontspannen. Inderdaad: er is meer tijd nodig. Alleen al de vloeibare brandstof van een deel van de raketten heeft een vergiftige potentie die gelijk staat aan de meest verwoestende chemische wapens. Ongelukken bij verwijdering, opslag en vernietiging van de brandstof kunnen een ecologische ramp veroorzaken. De raketten zijn in Oekraïne gemaakt, de kennis en middelen om ze weer te ontmantelen zijn daar aanwezig. Maar de nucleaire koppen komen uit fabrieken in Rusland. Die koppen gaan dan ook evenals de raketten terug naar de plaats van aanmaak om er te worden gedemonteerd. Het nucleaire materiaal is ingevolge de afspraken die zijn gemaakt eigendom van Rusland.

En: Oekraïne is niet in staat de wapens te lanceren, wordt verzekerd. Volgt een verhaal over dubbele sleutels in handen van de presidenten Jeltsin en Kravtsjoek, een verhaal overigens dat niet gelijk loopt met de versie van het oppercommando van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten volgens welke er een sleutel in handen is van maarschalk E.I. Sjaposjnikov, laatste minister van defensie van de Sovjet-Unie en thans opperbevelhebber van de gezamenlijke strijdkrachten van het GOS. Met die versie geconfronteerd concludeert de Oekraïnse militaire top dat niemand zich dus ongerust hoeft te maken. Er blijken nog militaire geheimen te zijn die worden beschermd.

Russisch gefluister dat de Oekraïeners niet te vertrouwen zijn zodra zij hun nucleaire dromen dromen, wekt vooral de indruk niet zonder bedoeling overdreven te zijn. De mannen in uniform in beide nieuwe landen, gisteren nog wapenbroeders in de Sovjet-armee, wensen de nucleaire zaken waarvan zij als geen ander de gevaren kennen, stevig in de hand te houden. En de hoogste politieke leiders in de betrokken GOS-republieken, de presidenten, handelen tot dusver naar het inzicht dat schending van de afspraken zowel hun onderlinge betrekkingen als ook de langzamerhand onmisbare relaties tot het Westen in gevaar zou brengen.

Maar er zijn in Kiev politici die menen op tijd te kunnen spelen. Wie zal zich over zes of zeven jaar nog veel aantrekken van de afspraken van Alma Ata of van het protocol van Lissabon? Of zelfs van een ratificatie van START? Er is daarom alle reden voor de internationale gemeenschap de komende zeven jaar zeer attent te blijven en de aangekondigde rapportages over het verloop van de denuclearisatie van Oekraïne met aandacht te bestuderen. Opdat de verleiding niet al te sterk wordt.