Mathilde Wibaut draait zich om in haar graf

Het verbazingwekkendste aan de advertentie die de PvdA-vrouwenorganisatie maandagochtend in Trouw en de Volkskrant heeft laten verschijnen was niet zozeer de tekst "Rooie vrouwen bedreigd in haar voortbestaan' maar het feit dat de dames überhaupt nog in leven bleken te zijn.

Waren de Rooie Vrouwen niet allang een zachte dood gestorven? Sinds de Partij van de Arbeid in de regering zit, hebben ze niets meer van zich laten horen. In juni 1989 hadden ze nog een keer de krant gehaald: met een verslag van een openbaar debat over de vraag of de Rooie Vrouwen nog recht hadden van bestaan. De meerderheid vond van wel: er mag dan veel bereikt zijn, zo luidde de conclusie, het is nog te vroeg om onszelf op te heffen.

Is dat tijdstip nu wèl bereikt? Zaterdag mag de hele achterban van de Rooie Vrouwen, gemobiliseerd door de alarmerende advertentie, zich daarover uitspreken op een bijeenkomst in Bennekom. Daarop vooruitlopend verklaarde voorzitster Ineke van Dijk in Trouw: “Mocht zaterdag blijken dat er geen breed draagvlak bestaat voor onze doelstellingen, dan vind ik dat we onszelf in november feestelijk moeten opheffen”. Feestelijk! Alsof de bijna 85-jarige sociaaldemocratische vrouwenorganisatie haar doelstellingen bereikt heeft en tevreden op haar lauweren kan gaan rusten.

De treurige waarheid is dat de aanleiding voor het spoedberaad over het voortbestaan een bezuinigingsmaatregel van de PvdA-voorzitters Rottenberg en Vreeman is. Nadat de commissie-Van Kemenade vorig jaar al concludeerde dat de Rooie Vrouwen zichzelf hadden overleefd en moesten verdwijnen, hebben de beide heren nu besloten dat het budget van de vrouwenclub, dat zes ton per jaar bedroeg, sterk zal worden verminderd. Het aantal betaalde functies moet terug van vijf naar één. Als er toch niets van de Rooie Vrouwen met hun bezoldigde functies vernomen wordt, is dat natuurlijk een begrijpelijke maatregel. Maar de vrouwenorganisatie in de PvdA is terug bij af.

Nadat de Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs in 1908 door onder anderen Mathilde Wibaut werd opgericht, duurde het dertien jaar voordat de SDAP bereid was tot bezoldiging van de "secretaresse' van de vrouwenorganisatie over te gaan. En nadat in 1968 de toenmalige bezoldigde secretaresse met pensioen ging, moest de vrouwenclub van de PvdA het weer met vrijwilligsters doen. De latere PvdA-voorzitster Ien van den Heuvel bijvoorbeeld was jarenlang onbezoldigd voorzitster van de PvdA-vrouwen. Als internationaal bekende socialiste en voorvechtster van economische zelfstandigheid van vrouwen, verrichtte zij zelf onbetaalde arbeid en leefde van het geld van haar man. Op de golven van het feminisme in de jaren zeventig radicaliseerden de vrouwelijke PvdA-leden en doopten zij zich om tot Rooie Vrouwen. Met succes bestormden ze in 1975 een vergadering van het partijbestuur en bereikten dat hun voorzitster op de loonlijst van de Partij kwam te staan.

Dat de PvdA, in financiële problemen door massaal ledenverlies, wil bezuinigen op de vrouwenorganisatie is minder opmerkelijk dan dat de getroffenen het accepteren, wie weet zelfs op feestelijke wijze.

Natuurlijk heeft het feit dat de Rooie Vrouwen op sterven na dood zijn een fundamentelere oorzaak dan geldgebrek. Kennelijk speelt een oud dilemma de PvdA-vrouwen parten. Wanneer hun partij in de regering zat (of daar in verkiezingscampagnes of formatiebesprekingen op aanstuurde) waren de Rooie Vrouwen gedurende de laatste 25 jaar gedwongen te kiezen tussen vasthouden aan hun emancipatoire eisen en hun loyaliteit aan hun partij. Dat gebeurde begin jaren '80 met de abortuskwestie en het gebeurt nu met de eis die zo'n beetje de bestaansreden van de Rooie Vrouwen is: economische zelfstandigheid van vrouwen.

Sinds twee jaar is een PvdA-vrouw staatssecretaris van sociale zaken. Elske ter Veld was lange tijd de kampioen-voorvechtster van het idee dat uitkeringsrechten geïndividualiseerd moeten worden en de vrouwenbeweging had dan ook grote verwachtingen van haar. Maar er is zelden zo aan die uitkeringsrechten getornd als de afgelopen twee jaar. Dezelfde dag dat de Rooie Vrouwen met hun doodstrijd adverteerden stond het bericht in de krant dat staatssecretaris Ter Veld de AOW wil verlagen van mensen met een jongere partner die nog werkt. Het waren niet de Rooie vrouwen die protesteerden tegen deze ont-individualisering van een uitkering, maar de Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen. De ANBO kon er fijntjes op wijzen dat deze maatregel in strijd is met het emancipatiebeleid van het kabinet, omdat het werken van jongere partners, in de meeste gevallen vrouwen, erdoor wordt ontmoedigd.

Bij alle de laatste tijd getroffen anti-emancipatoire maatregelen, van de sollicitatieplicht voor bijstandsmoeders (zonder bijbehorende mogelijkheden tot kinderopvang) tot en met het verhalen van de bijstand op ex-echtgenoten en nu dan het aanpakken van de AOW, hebben de PvdA-vrouwen gezwegen als het graf. Joke Smit zei al in 1972 over vrouwenorganisaties binnen politieke partijen dat ze weliswaar nuttig kunnen zijn, maar dat er altijd een probleem is: “ze zijn niet opgezet om de belangen van vrouwen een kans te geven via de politiek, maar om de politiek een kans te geven via de vrouw”.

Als de Rooie Vrouwen niet bij machte zijn de PvdA onder druk te zetten, kunnen ze zich inderdaad maar beter opheffen. Maar dat zou wel ontzettend jammer zijn gezien de historie van de sociaaldemocratische vrouwenbeweging, die per slot van rekening haar sporen verdiend heeft. De gedachten gaan terug naar de strijd om het vrouwenkiesrecht. Die episode heeft laten zien dat de vrouwen binnen een politieke partij er wel degelijk in kunnen slagen het beleid van hun mannelijke partijgenoten principieel te beïnvloeden. De SDAP-voorman Troelstra was tegen het vrouwenkiesrecht zolang het algemeen kiesrecht voor mannen niet was verwerkelijkt, omdat de vrouwen uit de hogere klassen anders de politieke positie van de arbeiders maar zouden verzwakken. "Liever geef ik de eerste de beste baliekluiver het kiesrecht, dan op te komen voor het dameskiesrecht', riep Troelstra in de Tweede Kamer uit. Maar de vrouwen in zijn eigen partij lieten toen de grote Troelstra een toontje lager zingen. Uit die kiesrechtstrijd is indertijd de Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs, in rechte lijn de oermoeder van de Rooie Vrouwen, voortgekomen, omdat was gebleken dat binnen de politieke partij een organisatorische vorm van behartiging van belangen van vrouwen vereist was.

Als de Rooie Vrouwen het opgeven, is er maar één conclusie mogelijk: ze hebben zich laten inpakken. Mathilde Wibaut draait zich om in haar graf.