Marterkunde

Wat meteen opvalt: de steenmarter blijft op afstand, terwijl de boommarter vlak voor je neus aan het gaas komt hangen om te kijken hoe je eruitziet, te ruiken hoe je ruikt.

Met geld van de auto-industrie heeft Karl Kügelschafter in Gieszen een martercentrum gesticht. De dieren leven in kooien waarin ze behoorlijk tot hun recht komen. Steen- en boommarters naast elkaar.

Ze verschillen van snuit, oren en bef. Het ene lijf is bruin met dito staart, het andere eerder leverkleurig met zwarte staart. Ze schijnen ook anders te lopen, maar mij trof vooral dat ze lopen alsof ze te grote sokken aanhebben, en dat was bij allebei zo.

Verschillende voedselstrategieën, zei Karl, waardoor de één heel anders in het leven staat dan de ander. Boommarter een jager, steenmarter een verzamelaar. Boommarter spontaan, onbekommerd, vertrouwend op eigen kunnen, steenmarter bedachtzaam, systematisch, zich bewust van zijn afhankelijkheid van zijn omgeving. Zodoende reageert de boommarter, hoewel bosbewoner, toeschietelijker op mensen dan de steenmarter, hoewel stadsbewoner.

Dat je in het wild zo weinig boommarters ziet, kan dus niet aan schuwheid worden geweten. Het moet hun zeldzaamheid zijn. Of misschien hebben zij óns altijd zo snel in de gaten, dat ze op hun dooie gemak kunnen toekijken hoe ze over het hoofd worden gezien.