Lineaire folkloristische handelingen in Veere

Tentoonstelling: ”Het schoone raam', t/m 3 okt. in de Grote Kerk, Veere, ma. t/m za. 10-17u, zo 14-17u.; ”Maurice, Ada en Sarika Góth', t/m 20 sept. in het Zeeuws Museum, Abdij 3, Middelburg, di. t/m vr. 10-17u, za. t/m ma. 13.30-17u. Veiling: Schilderijencollectie Maurice en Sarika Góth, di. 15 september 10.30 u, Glerum, Westeinde 12, Den Haag. Kijkdagen 10 t/m 13 sept. 10 -16u. Publikatie: Francisca van Vloten, ”En het leven droom: de kunstenaarsfamilie Góth', uitg. Zeeuwse Bibliotheek, ƒ 15.

De grote kerk van Veere heeft iets onverzettelijks. Stomp en dik bepaalt hij naast het veel kleinere en slanke laatgotische stadhuistorentje het silhouet van een stadje dat sinds 1961 verpest heet te zijn. Wie ongeveer veertig is, leerde het op de lagere school: het Veerse Gat ging dicht. De vissers van Veere werden verdreven door de onvermijdelijke caissons van ”die van Waterstaat', zoals de schrijfster Gertie Evenhuis het in die tijd in een spannende jeugdroman omschreef.

Sinds het eind van de vorige eeuw stond het piepkleine, gave Zeeuwse stadje, niet zo ver van het toen zo mondaine en geliefde Domburg, bekend als ontmoetingsplaats voor kunstenaars als Wim Vaarzon Morel, de kunstcriticus Albert Plasschaert en zijn schilderende vrouw Lucie van Dam van Isselt en de graficus Dirk van Gelder. In 1892 vestigde de jonge ingenieur en beginnend kunstenaar Albert August Plasschaert (neef van de bovengenoemde criticus) zich op de markt in Veere. Hij ontmoette er de Duitse schilder Franz Melchers, vriend en leerling van Jan Toorop.

Melchers was en is vooral bekend door zijn lineaire, wat naïeve ”kalenderplaatjes' van in stijve Zeeuwse klederdracht gestoken figuren. Zij verrichten folkloristisch verantwoorde handelingen zoals het legen van een ton, het melken van een koe of het vervoeren van eieren in eenmandje. Melchers' strakke, samenvattende stijl kwam hem goed van pas bij de werkzaamheden in het glasfabriekje dat hij met de Brusselaar Charles Doudelet in Veere had opgericht. In 1896 nam Plasschaert dit bedrijf over, samen met de uitbater van het pension in de historische Campveerse Toren. In de grote kerk van Veere is nu een aardige, kleine tentoonstelling ingericht met gebrandschilderde ramen en raampjes die werden geproduceerd door deze firma Plasschaert, De Nood en Co.

In de levensloop van Plasschaert, die zijn carrière al in 1899 voortzette bij de veel grotere glasfabriek van Bouvy in Dordrecht, lijkt de Veerse onderneming een jeugdzonde en bij voorbaat tot mislukking gedoemd; langer dan drie jaar bestond de firma niet. Zo te zien is dat jammer. Vooral de bijna abstracte, tot de kern gereduceerde glas-in-lood-beelden van karakteristieke Hollandse en Zeeuwse elementen zijn verfrissend en origineel. De naar het abstracte neigende vormen van een hoekige boerderij omgeven door enkele in art-nouveau-stijl gewelfde wolken, van drie zeilbootjes met hun schaduw, van een molen met lichte wieken tegen de hemel, passen in de toegepaste kunst van hun tijd. De gedurfde kleuren - heldere groenen, turkois en paars - tillen ze daar echter boven uit. Het is een mooi begin voor een kunstenaar die in zijn latere werk nog wel eens onevenwichtig overkomt.

Aan dezelfde markt waar Plasschaert heeft gewoond, betrok in 1928 de Hongaarse kunstenaarsfamilie Góth het huis De Goutsbloeme. In april stierf de laatste van hen, dochter Sarika, er op 92-jarige leeftijd.

Een gedeelte van de schilderijen uit haar bezit wordt op 15 september bij Glerum geveild: kloeke expressionistische schetsen van vader Maurice, de beste van de drie, een enkel doekje van moeder Ada en zeer wisselend werk van Sarika zelf, die evenals haar vader altijd figuratief werkte maar wier schilderijen veel gedateerder overkomen. Een selectie van dit werk hangt nog tot na de veiling in het Zeeuws Museum te Middelburg. De werken van de familie Góth blijken toch vooral in documentaire zin interessant is. De familie maakte deel uit van een heterogene groep van kunstenaars; Maurice exposeerde in 1917 en 1919 bijvoorbeeld mee in het Domburgse Badpaviljoen, Sarika richtte met onder andere J.C. van Schagen in 1955 de Zeeuwse Kunstenaarsvereniging op. Aardig om te lezen, maar het voegt weinig toe aan hun werk.