Leiden; Vandalen dansen op graven van monumentaal kerkhof

Twee tegengestelde cultuuropvattingen botsen op begraafplaats De Groenesteeg in Leiden, die van de vernielers en die van de bewaarders. En beide lijken even vastberaden hun eigen stempel op het monumentale kerkhof te drukken.

LEIDEN, 10 SEPT. “Potverdikkie”, zegt J. Klijnstra, ambtenaar van de directie Groen van de gemeente Leiden. Hij kijkt beteuterd in een keldergraf. Een dag eerder was het nog gaaf, nu is de deksteen kapot en kan hij in het gat sporen van brand zien. Er zijn dus toch weer vandalen over het hek geklommen.

Op begraafplaats De Groenesteeg, in 1827 ontworpen door stadsbouwmeester Salomon van der Paauw van Leiden, is in 1975 de laatste dode begraven. Sindsdien, achttien jaar rust en verwaarlozing lang, heeft de natuur haar gang kunnen gaan en is onnavolgbaar door sierhek en grafzerk gewoekerd.

De gemeente neemt binnenkort een beslissing over de restauratie van het monumentale kerkhof. Dubbel monumentaal zelfs, want zowel de aula en sommige zerken als het groen maken aanspraak op die titel. De restauratie is urgent, vindt wethouder H. de la Mar (sociale zaken en milieu), want als de natuur het kerkhof niet vergruist, dan doet het vandalisme het wel.

Klijnstra, boomdeskundige bij de directie Groen, en het hoofd van zijn afdeling, C. Jochemsen, moeten als de eerste de beste vandalen over het hek klimmen, omdat de sleutel even zoek is. De gemeente heeft het kerkhof bij wijze van parkje een tijd lang opengesteld, “in de hoop dat dat zou kunnen. Maar het kan dus niet”, aldus Jochemsen. De "groene' ambtenaren lopen te genieten van de weelderige boom- en plantengroei. Een reusachtige rode beuk strekt zijn takken over wat de "kerkvloer' wordt genoemd. Een dubbele rij iepen koestert een laantje. Grafhekjes zijn hier en daar versjouwd, sommige helemaal gedemonteerd of zelfs gestolen. “Misschien worden ze gebruikt als barbecueroosters.”

De stenen engel op het graf van Hendrik Kuneman (1875-1887) waakt over een heuveltje met zandgraven. “Vastgelijmd”, laat Jochemsen zien. “Wij waren veel te bang dat 'ie anders op een studentenkamer zou belanden.” Ook de grafsteen van de moeder van Vincent van Gogh ("Hier rust A.C. van Gogh-Carbentus geboren 10 september 1819 - overleden 29 april 1907') zou een geliefd object van souvenirjagers kunnen zijn. De gemeente heeft op die plaats een dummy neergelegd.

Restauratie is het enige wapen tegen deze handlangers van de tand des tijds. “Dan lopen er weer meer mensen”, zegt Jochemsen. De plannen voor de restauratie die architect H. Braaksma die avond presenteert op het stadhuis, zijn conservatief: “Als u over een paar jaar op het kerkhof komt en zegt "maar hier is toch niks aan gedaan', dan zijn wij dik tevreden.” Alleen in het groene monument zal worden gesnoeid. Tuinarchitectuur-bureau Copijn uit Utrecht stelt voor een treurwilg te kappen, omdat die te dicht bij de monumentale beuk groeit. En een rij Italiaanse populieren zal het niet overleven, die zijn “te dynamisch” voor een begraafplaats, legt de tuinarchitecte uit. Wethouder De la Mar (van Groen Links) bezegelt hun lot: “Dit is het enige plan waarbij ik blij ben dat er bomen gekapt worden.”

Met zijn dia-show laat Braaksma zien hoeveel er gedaan moet worden om de tijd stil te zetten. Hij schildert de raadsleden een werkwijze voor als bij een Egyptisch koningsgraf. Zerken die dreigen te vergruizen of te verzakken, zal hij oplichten met zuignappen (de "grafmobiel') waarna er een licht betonnen plaatje onder wordt gelegd en de grafsteen opnieuw wordt geplaatst - in exact dezelfde stand als waarin hij gevonden werd. Om het authentieke karakter van het kerkhof niet aan te tasten. Gaten in de stenen kunnen worden aangevuld met mortel van eenzelfde mineraal, “omdat anders de waterhuishouding van zo'n steen in de war raakt”.

Ook de verwering van de stenen wordt intact gelaten en zelfs “de mossengroei wordt gehandhaafd”. Alleen oneigenlijke oneffenheden zullen “met stoomwerk of met de borstel” worden verwijderd. Steen voor steen.

De Leidse politici zijn unaniem verrukt over de aanpak van Braaksma. Een enkeling maakt zich nog enige zorgen: wordt de 1,3 miljoen die de gemeente in de restauratie wil steken niet aan flarden gereden door jongeren die met brommertjes over de herstelde begraafplaats crossen? Maar, zegt De la Mar: “Als je hem dichtdoet, heeft niemand er wat aan” - en daar kan niemand iets tegen inbrengen.

“Potverdikkie”, zegt Klijnstra nog een keer. Ook een graf even verderop in deze "kerkvloer' is ingeslagen. Zo'n meter dieper liggen brokken van de deksteen. Je kunt aan de breuklijn zien waar ze er op hebben staan dansen.