Kerk verandert alleen als de bisschoppen iets doen

Het is een algemene gedragsregel in de katholieke kerk dat bisschoppen elkaar in het openbaar niet de les lezen. Het is immers zo, dat iedere bisschop in zijn eigen ambtsgebied een "niet over te dragen eigen verantwoordelijkheid' heeft. Publiek corrigeren van collega's is not done. Daarbij is een bijzondere positie toebedeeld aan de bisschop van Rome.

Hij is het centrum en de behoeder van de eenheid onder de plaatselijke, kerkelijke leiders in een pluriforme wereldkerk, die regelmatig op springen lijkt te staan. Het onder kritiek stellen van pauselijke richtlijnen gebeurt onder het huidige pontificaat zelden. Van zijn kant krijgt de paus zelf regelmatig de gelegenheid om zijn collega's te kapittelen, wanneer een nationale bisschoppenconferentie of een selectie daaruit binnen een deelgebied haar opwachting in Rome komt maken. Ze worden dan uitgenodigd voor een bezoek ad limina of worden, gewoon gezegd, op het matje geroepen om de klokken gelijk te zetten.

Organisatorisch gezien is dit geen slecht model. Leden van een kabinet zullen het wel uit hun hoofd laten om openlijk de minister-president te kritiseren en het komt zelden voor dat publiek commentaar wordt geleverd op uitspraken of gedragingen van collega-bestuurders. Omdat ons bestuurssysteem is ingebed in een constitutionele monarchie kan een parlement een heel kabinet naar huis sturen. In een pontificale monarchie, waar zelfs geen ruimte is gereserveerd om in het openbaar beleidsregels onder kritiek te stellen, kan dat niet. Laat staan, dat hoge ambtenaren van de curie worden gedwongen af te treden. Bisschoppen treden bij zeldzaam voorkomende escapades, zoals onlangs bij een geliefde Ierse bisschop, meestal zelf af en verdwijnen dan eenvoudig van het politieke toneel.

De Amerikaanse godsdienstsocioloog P. Harrison vermeldt dat een aantal jaren geleden het "American Institute of Management' de katholieke kerk onderzocht. Gezien tegen de achtergrond van de moderne zakenwereld waren de bestuurlijke praktijken van godsdienstige instellingen in het algemeen archaïsch. De katholieke kerk vormde een uitzondering. Zij kwam in de A-groep van efficiënte administratie. “Haar numerieke kwalificatie was 88, maar aangezien 75 als uitstekend werd beschouwd en de Standard Oil Company of New Yersey met negentig plus aan de top van de ranglijst stond, was de kerk in de categorie "uitmuntend' hoog genoteerd”, schreef Harrison. Later werden vooral Amerikanen aangetrokken om de financiële administratie in het Vaticaan weer efficiënt te maken. De Amerikaanse priester Paul Marcinkus werd in 1952 naar het Vaticaan gehaald, maakte promotie door Paus Paulus VI op zijn wereldreizen als "gorilla' te beschermen en kreeg in 1969 de bank van het Vaticaan onder zijn beheer. Hij werd betrokken bij de schandalen over de Banco Ambrosiano en verdween plotseling weer naar de Verenigde Staten.

Wanneer momenteel een breed en onafhankelijk onderzoek zou worden gedaan naar het functioneren van de katholieke kerk zou er waarschijnlijk geen hoog rapportcijfer uit komen. Een kerkgemeenschap is geen bedrijf, want zo'n non-profit organisatie moet voor alles vermijden dat de gemeenschapszin wordt aangetast en de creativiteit en de vrijwillige inzet voor taken aan de basis verlammen. Vooral de toevoer van goed geschoold en getraind kerkelijk personeel dreigt steeds verder te stagneren. In ons land is dat probleem nog niet zo urgent als in Frankrijk en in sommige delen van Noord- en Zuid-Amerika, maar ook hier komen de theologische faculteiten in moeilijkheden door dalende studentenaantallen, omdat het pastoraat nieuwe stijl weinig toekomst biedt.

Een recent onderzoek van de KRO laat zien, dat zesenzestig procent van de katholieken vindt dat ook vrouwen priester moeten kunnen worden. Vierentachtig procent vindt dat er ruimte moet zijn voor gehuwde priesters en vijfenvijftig procent vindt dat ook (ongewijde) pastorale werk(st)ers mogen voorgaan in de eucharistie. Wensen, die lijnrecht ingaan tegen de kerkpolitiek van het Vaticaan. In Amerika, waar de kerkelijke orthodoxie beter staat aangeschreven en het kerkbezoek relatief veel hoger ligt, brengt een recent Gallup-onderzoek soortgelijke cijfers: 67 procent kiest voor de priesterwijding van vrouwen (29 procent in 1974), 75 procent is voor gehuwde priesters en 70 procent vindt, dat priesters die gaan huwen gewoon hun werk moeten kunnen voortzetten.

Er werd nog veel meer onderzocht. Een vraag, die hier al niet meer gesteld wordt, of bisschoppen door hun priesters en gelovigen moeten worden gekozen werd door 72 procent positief beantwoord (N. Cath. Reporter, 3 juli).

Als u vraagt of er iets gaat veranderen dan luidt het antwoord: dat hangt ervan af of bisschoppen publiek van elkaar afwijkende standpunten gaan innemen en het Vaticaans beleid openlijk gaan kritiseren. Het gebeurt al. Heel voorzichtig. De publieke opinie kan worden beïnvloed, maar uiteindelijk helpt het in de katholieke kerkorganisatie niets als Leonardo Boff zijn habijt en zijn priesterambt neerlegt. Het helpt ook weinig als de dissident Eugen Drewermann vlakbij de katholiekendag in Karlsruhe en op 2 augustus in Salzburg stampvolle zalen trekt en daarbij uitroept: “Heute muss die Reformation eine Revolte sein"'. Bisschoppen moeten het doen.

In een opwindend interview met Der Spiegel zegt Karl Lehmann, voorzitter van de Duitse bisschoppenconferentie, dat de paus bisschoppen, ook in persoonlijke gesprekken, regelmatig naar hun bevindingen vraagt. Hij kan de uitdrukking “voor honderd procent achter de paus staan' niet accepteren. “Dat riekt naar absolutisme en totalitarisme: een dergelijke gehoorzaamheid ben ik alleen aan God verschuldigd, er kan geen sprake zijn van een op alle gebieden totale identificatie.” En over de paus: "Hij leert er iedere dag iets bij”. In zijn beslissingen over bisschopsbenoemingen kan de paus zich ook vergissen, zegt Lehmann. “Ik ben niet gelukkig met alle bisschopbenoemingen die buiten ons land gedaan zijn.” Op grond van zijn persoonlijke ervaring is hij niet zo somber als de paus over het decadente Westen. Hij legt andere accenten dan de paus: “bijvoorbeeld als het gaat om de verscheidenheid aan waarden en samenlevingsvormen.”

Kardinaal Franz König, eertijds aartsbisschop van Wenen, constateert, dat de paus aan veel te veel adviescolleges is gebonden. In een zogenaamd "twistgesprek' met kardinaal Ratzinger in Die Zeit (november 1991), zegt hij dat daaruit allerlei conflicten voortkomen van personeelspolitiek tot moraal.

“Bijvoorbeeld omstreden bisschopsbenoemingen in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. De laatste tijd wordt met de wens van de plaatselijke kerk en van hun herders niet meer voldoende rekening gehouden. Er zijn menselijke tekortkomingen, intriges zelfs, die, zo wordt gezegd, bij de paus door de achterdeur binnendringen. Ik verbaas mij er menigmaal over, dat de kerk dit allemaal uithoudt.” Wie niet?