Kamer achter BTW-verlaging

DEN HAAG, 10 SEPT. De regeringspartijen CDA en PvdA en de oppositiepartij VVD hebben vanmiddag ingestemd met het kabinetsvoorstel om het hoge BTW-tarief met ingang van 1 oktober te verlagen van 18,5 naar 17,5 procent. D66-woordvoerder Ybema vond dat het kabinet het geld beter had kunnen gebruiken om het verschil tussen de bruto loonkosten en netto loon (de zogenoemd wig) te verminderen.

G. Terpstra en A. Melkert, financieel-woordvoerders van respectievelijk CDA en PvdA, vinden een BTW-verlaging gewenst om de inflatie te beteugelen en om het verschil met Duitsland te verkleinen. Wanneer Duitsland op 1 januari 1993 het BTW-tarief verhoogd van 14 tot 15 procent - een maatregel die wordt genomen om financiële tegenvallers in de voormalige DDR op te vangen - bedraagt het veschil 2,5 procentpunt. “De gewenste marge van twee procentpunt komt in zicht”, meent J. van Rey, financieel woordvoerder van de VVD. “Ik voorspel dat binnen één jaar het kabinet de BTW verder verlaagd naar 17 procent.”

Melkert wil dat het kabinet met werkgevers en werknemers een zogenoemd werkgelegenheids-akkoord gaat sluiten; waarbij een verkleining van de wig zou moeten samen gaan met afspraken over verbetering van de werkgelegenheid. Met de BTW-verlaging van 1 oktober heeft het kabinet een stap in de goede richting gezet, aldus de PvdA'er. Hij hield verder een pleidooi om de BTW optoegangskaartjes van toneel, opera, en musea onder het lage BTW-tarief (6 procent) onder te brengen. Hetzelfde zou moeten gebeuren met de heffing van omzetbelasting in de schoenmakers-branche.

Het ministerie van financiën derft door de BTW-verlaging van één procentpunt dit jaar ongeveer 300 miljoen gulden aan inkomsten, voor volgend jaar gaat het om een bedrag van 1,8 miljard gulden.