Instellingen verenigen zich om eigen Deltaplan op te stellen; Kunsten '92: eerst de kunst en daarna het publiek werven

De discussie over het kunstbeleid moet niet alleen gaan over publieksparticipatie, vindt Frans de Ruiter, initiatiefnemer van Kunsten '92. “Het aanbod moet in vrijheid tot stand komen.”

DEN HAAG, 10 SEPT. In Amsterdam wordt zaterdag de Vereniging Kunsten '92 opgericht, het officiële en blijvende vervolg van wat dit voorjaar begon als de beweging Kunsten '92. Die was een protest van inmiddels 150 kunstinstellingen tegen het Kunstenplan van minister d'Ancona (WVC) en de kortingen op de subsidies. Zaterdag wil Kunsten '92 in een besloten vergadering statuten opstellen en een bestuur kiezen. Op een nog niet vastgestelde datum in oktober zal dan een grote openbare en demonstratieve bijeenkomst worden gehouden in Amsterdam. Daarvoor zullen onder anderen minister d'Ancona en de cultuurspecialisten uit de Tweede Kamer worden uitgenodigd.

Frans de Ruiter, die naast zijn werk als directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag vele functies heeft in in de kunstwereld en een van de initiatiefnemers is van Kunsten '92, wil een eind maken aan de eenzijdige nadruk op publieksparticipatie, die minister d'Ancona aanbrengt in het kunstbeleid. “De discussie moet weer gaan over kunst, cultuur en cultuurbehoud zelf, over waaraan Nederland behoefte heeft en hoe het aanbod kan worden gestimuleerd. Kunstenaars moeten natuurlijk een zo groot mogelijk publiek bereiken, dat willen ze zelf ook. Maar voorop dient te staan dat het aanbod in vrijheid tot stand komt.”

De Ruiter ziet, naarmate Kunsten '92 groeit, het risico van belangentegenstellingen tussen de leden en wil vermijden dat er dissidenten komen. “Uitgangspunt is dat we het komende jaar de situatie voor de kunst in Nederland aanzienlijk gaan verbeteren. We maken een "Deltaplan voor kunst en cultuur', zo goed, sterk, bevlogen en fantasierijk dat het volgende Kunstenplan dat er over vier jaar moet komen, daarop kan worden geënt. Het Kunstenplan van minister d'Ancona voor de jaren 1993-'96 is niet meer dan een verdelingsplan, nu er te weinig geld is.

“Ik denk dat we nog heel veel medestanders moeten winnen - dat wil ik wel toegeven - in de publieke opinie, maar vooral ook bij de circuits waaruit dit plan is voortgekomen: het ministerie van WVC en de politici, die niet verder zijn gekomen dan dit verdelingsplan. Kamerleden van de grote partijen hebben dit voorjaar wel toegezegd dat er in de toekomst veertig miljoen extra voor kunst zal komen, maar dat is een minimaal bedrag, dat vind ik niet genoeg. Zelfs als het benodigde bedrag twee keer zo groot zou zijn, is dat op het geheel van de rijksbegroting zo weinig, dat ik me niet kan voorstellen dat het een probleem zou zijn bij een volgende kabinetsformatie. Op het ogenblik zit het inderdaad niet in de WVC-begroting en op volksgezondheid en welzijn is al genoeg bezuinigd.”

De oprichtingsvergadering van Kunsten '92 wordt zaterdag ook bijgewoond door Jan Knopper, directeur van de VCSD, de Vereniging van Schouwburg- en Concertgebouwdirecties die dit voorjaar de acties van Kunsten '92 ondersteunde. De VSCD-voorzitter Pim van Klink nam het echter in een stuk op de opiniepagina van deze krant op 29 augustus op voor minister d'Ancona en keerde zich tegen Kunsten '92. Hij vond niet helder wat Kunsten '92 nu wil. Van Klink vroeg zich af of de kunstinstellingen na de besluitvorming in de Tweede Kamer terecht zullen komen in een “schimmig circuit van slimmigheidjes en boekhoudkundige trucs” of toch het primaat van de politiek zullen erkennen. De voortekenen daarvoor achtte hij echter niet gunstig en hij beval de minister aan een najaarsoffensief in te zetten om de door haar bepleite mentaliteitsverandering in de kunstwereld ingang te doen vinden.

De Ruiter: “Dat zouden wij de minister met kracht willen ontraden, want dan wordt het een heel heet najaar. Ik zou graag de minister tot bondgenoot maken van de kunstwereld. Ik denk dat Van Klink, ex-ambtenaar van WVC en de architect van dit soort ideeën, nu wellicht op verzoek van de meerderheid van de kunst-ambtenaren van WVC dit stuk heeft geschreven. Ik vrees dat dit hun antwoord is op de acties van Kunsten '92. Als dat zo is, dan hebben we ook met die ambtenaren een hartig woordje te spreken.

“De opmerkingen van Van Klink over mogelijke fraude en trucs zijn vuige insinuaties. Een gesubsidieerde instelling moet elk jaar een jaarrekening opstellen en laten goedkeuren door een externe accountant. Van Klink weet dat er een strikte controle is en er is geen enkele aanleiding voor zijn veronderstellingen dat de kunst zal vervallen in burgerlijke ongehoorzaamheid.

“De kunstwereld erkent uiteraard het primaat van de politiek, daarover is geen discussie. Maar Van Klink stelt het verkeerd voor als hij vaststelt dat de Tweede Kamer niet principieel heeft ingegrepen in het beleid van de minister. Haar inconsistente voorstel voor een korting van 12,5 procent op de eigen inkomsten is wel degelijk afgewezen. Wij hoeven ons beleid niet bij te stellen, wij gaan nu de politiek overtuigen van de juiste volgorde in het kunstbeleid. Die is: eerst de kunst en daarna het publiek daarvoor werven. Als dat niet gebeurt heerst er een fundamenteel verschil van mening - ik wil het woord oorlog niet in de mond nemen - maar gaan we door tot we die volgorde goed hebben vastgesteld.”

De Ruiter prijst PvdA-voorzitter Felix Rottenberg, die in een interview in deze krant enige afstand nam van het beleid van minister d'Ancona. “Het is heel goed als een partijvoorzitter bewindslieden van die partij waarschuwt voor berichten uit de samenleving, voor signalen dat er een kloof ontstaat tussen een minister en een sector waar die voor staat. Wij gaan ook door met door hem bepleite contacten met de minister: dat moet ook, want binnenkort komt de door haar voorgestelde forse korting op de omroeporkesten weer aan de orde.

“Er is wel sprake van een kloof, maar die zijn niet onoverbrugbaar. We moeten de discussie voeren over de juiste dingen, in de juiste volgorde en met de juiste nuances. We doen allemaal vergaande uitspraken in het heetst van de strijd. We hebben ons aan bepaalde uitspraken van de minister ernstig gestoord, die waren onrechtvaardig. Misschien zijn wij ook wat hard van stapel gelopen. Dat was onvermijdelijk omdat we vonden dat ze te ver ging. Maar er zijn geen ongeneeslijke wonden, we willen graag met de minister praten.”