Het succes van "Dutch Mint' in de USA

's Rijks Munt in Utrecht is een van de weinige muntmakers in de wereld die munten verkoopt buiten de eigen markt. Zo heeft het bedrijf bijvoorbeeld een Amerikaans kantoor in Clifton, New Jersey. Op het visitekaartje van de Amerikaanse vertegenwoordiger staat groot "Dutch Mint', en daaronder A.L. Friedberg, "Managing Director North America'.

De beweegredenen van een numismaticus.

Arthur Friedberg (42) runt samen met zijn broer Ira een onafhankelijk bedrijf, de Coin and Currency Institute. Het agentschap voor 's Rijks Munt (Dutch Mint) neemt eenderde van zijn tijd in beslag maar hij vindt de uitdrukking part time agent te geringschattend klinken. Het lijkt een onderwaardering van het belang dat hij aan zijn werk hecht en het plezier dat hij erin heeft.

Wat doet een Amerikaan met onze munt? Friedberg richt zich op Amerikaanse verzamelaars die internationaal georiënteerd zijn. Volgens Friedberg zijn er in de Verenigde Staten tussen de drie en tien miljoen muntenverzamelaars, van wie ongeveer 95 procent zich op Amerikaanse munten richt. “De resterende vijf procent is voor ons”, aldus Friedberg.

Zijn klanten zijn niet alleen de fanatieke collectioneurs maar ook de nazaten van immigranten die zich nog verwant voelen met Nederland. Concentraties van hen bevinden zich volgens Friedbergs direct-mail-systeem in Washington State, Michigan en over de grens in British Columbia (Canada).

Muntkenners over de hele wereld zijn enthousiast over de Nederlandse munt, de Amerikanen misschien nog wel het meest van iedereen. Het blad World Coin News zegt er het volgende over: “Anders dan veel andere landen weerspiegelt het Nederlandse muntwezen nog steeds de culturele dynamiek van 's lands bewoners. Voor veel landen zijn munten een minderwaardige last waar aan gedacht moet worden tussen de ene monetaire omwenteling en de volgende. Voor andere landen zijn munten de overblijfselen van een voorbij tijdperk.” Maar kennelijk niet voor Nederland, zo lezen we: “Voor Nederland zijn munten nog altijd het levende linnen waarop de penseelstreken van de tijd worden aangebracht.”

Het enthousiasme van de schrijver van deze liefdesverklaring gold de vijftig-gulden-munt van 1990, waarop vier vorstinnen zijn afgebeeld op de keerzijde. Voorop prijkt een door de computer ontworpen lijnopname van koningin Beatrix en profil. Op het oog zijn er alleen lijnen te zien, maar wie de munt van iets verder bekijkt ontdekt een gezicht met duidelijke trekken. Een bijzonder kunstig procédé, bedacht en ontwikkeld door ontwerper Peter Struycken.

Ook Friedberg is laaiend enthousiast over de 1990-munt. “Het was een mijlpaal. Wij hebben de munt onder de aandacht gebracht door hem te presenteren als de eerste ter wereld die door een computer is ontworpen.”

Friedberg, die het Nederlands redelijk beheerst, verkoopt ongeveer duizend Nederlandse munten per jaar. Hij gaat beurzen af, adverteert in vakbladen en verkoopt de munten per postorder. Sinds hij in 1984 is aangesteld heeft hij naar zijn zeggen in de VS duidelijk meer belangstelling voor de Nederlandse munt kunnen wekken.

De vader van Arthur Friedberg, Robert, was kleermaker in de haven van New Jersey. Zeelui kwamen bij hem om hun kleding te laten repareren en hij vroeg altijd of ze vreemde munten bij zich hadden. Hij verkocht ze aan handelaren in New York. In 1931 maakte hij zijn eerste catalogus. Later zette hij muntenverkooppunten in grote warenhuizen op. Toen Robert Friedberg in 1963 overleed besloot de familie het bedrijf voort te zetten. Dat duurde tot 1979, toen Friedberg & Friedberg veertig verkooppunten hadden. Arthur Friedberg: “De grote warenhuizen, zoals de VS die kende, verdwenen. De openingstijden werden ook langer, dus dat konden we niet meer bolwerken. Daarom gingen wij over op verkoop per postorder.”

Robert Friedberg was ook de auteur van een standaardwerk over de gouden munt. De zonen hebben begin dit jaar een bijgewerkte, verbeterde editie van het kolossale boek uitgegeven: Gold Coins Of The World. Zelf is Friedberg nooit echt een verzamelaar geweest. Hij ging wel altijd met zijn vader op stap en leerde zo de wereld van verkopers en verzamelaars kennen. Voor hem was het geen sport meer om naar zeldzame munten te speuren. Zijn vader had alles al. Wel was hij van jongsaf aan geïnteresseerd in munten. En dan vooral de munten van over de grens. Friedberg: “Amerikaanse munten zijn erg saai.” Hij praat naar eigen zeggen graag over munten en hij verkoopt ze vooral graag.

De vraag aan Friedberg is natuurlijk wat hij zo bijzonder vindt aan de dubbeltjes, kwartjes en guldens met het lijnenspel van blokjes, ruitjes en diagonalen. “Ze zijn uniek”, aldus Friedberg. “Toen ze in 1982 uitkwamen stond de numismatische wereld perplex. En ze vertellen, net als alle goede munten, een verhaal. De meeste Amerikanen denken bij Nederland aan klompen, tulpen en klederdracht. Maar dat is niet meer het Nederland van nu. De Nederlanders zijn goed georganiseerd en wonen in een modern land. Met hun moderne muntontwerpen zijn de Nederlanders internationaal normgevend.”

Volgens Friedberg zijn er twee soorten mensen: verzamelaars en anderen. “Je bent het of je bent het niet. Verzamelaars houden van de jacht. Ze willen graag iets vinden, bezitten en tonen. Echte verzamelaars verkopen ook niet. Ze leggen een verzameling aan en geven die door aan bijvoorbeeld hun kinderen.” Er is overigens een groot verschil tussen Amerikaanse en Europese verzamelaars. Friedberg: “Amerikanen zijn meestal kopers en verkopen op hun beurt weer door. Europeanen zijn verzamelaars in de ware zin van het woord.”

Voor Friedberg, die geschiedenis studeerde, zijn munten de tastbare overblijfselen van het verleden. Als je een denarius in je hand houdt, weet je dat dat het dagloon van een romeinse soldaat is. Dat maakt munten interessant en dat verklaart zijn enthousiasme.

“Munten zijn altijd gebruikt voor twee doeleinden”, vertelt Friedberg. “Ten eerste hadden ze de functie als ruil- of betaalmiddel, als ze gerelateerd waren aan een bepaalde standaard. Daarnaast is de munt een van de simpelste vormen van nationale propaganda. Het benadrukt de eigen identiteit van een natie en het vertelt iets over de geschiedenis. Met goede munten is dat nog steeds zo.”

Friedberg vind de vorming van een Europese eenheidsmunt dan ook een schrikbeeld. Het lijkt hem vreselijk als de diversiteit verloren gaat en wordt opgeofferd aan een eenheidsmunt. “Europa heeft heel veel zeer uiteenlopende volken op een betrekkelijk klein oppervlak. Dat zien we terug in de munten. Dat moet zo blijven. De Britten willen Elizabeth niet van hun munt af en de Nederlanders willen Beatrix niet kwijt”, zegt Friedberg stellig.

Om praktische redenen lijkt het hem ook onmogelijk om een dergelijk doel te verwezenlijken. Volgens schattingen zouden er voor het EG-grondgebied vijftig à zeventig miljard munten nodig zijn. Het duurt alleen al vijf tot tien jaar om die te slaan en te introduceren. Een beter idee zou volgens Friedberg zijn om, als het dan toch moet, munten te slaan met één nationale en één Europese zijde.

“Het is ook niet nieuw, dat idee voor een eenheidsmunt”, zegt hij met een wegwerpgebaar. “Napoleon heeft het ook al geprobeerd. En natuurlijk de Nederlanden. De echte Ecu was de gouden dukaat, die naast de plaatselijke geldstukken als betaalmiddel overal in Europa werd erkend en gebruikt.”

Over de dukaat kan Friedberg lyrisch worden. Het spreekt tot de verbeelding om een munt te hebben die al meer dan vierhonderd jaar bestaat. Niet alleen de gouden maar ook de zilveren dukaat is nog altijd een officieel uitgegeven Nederlandse munt, hoewel het geen erkend wettig betaalmiddel is.

Het vijfje vindt Friedberg een geslaagde betaalmunt. Het geldstuk voorziet in een behoefte en het onderscheid met de stuiver is duidelijk, wat bewijst dat de munt doordacht is. De Nederlanders hebben duidelijk goed opgelet en de fouten van de Amerikaanse dollarmunt vermeden. Die munt is, hoewel nog steeds een gangbaar betaalmiddel, een fiasco geworden omdat hij te veel lijkt op de quarter.

“De Nederlandse munten hebben een goede waarde, ze zijn mooi en er zit een verhaal achter”, zegt 's Rijks Munts agent voor de VS en Canada. “Als ik een wens zou mogen doen voor een Nederlandse munt, zeg ik: ik wil een 10-gulden munt. Dat zou een prachtige serie jaarlijkse herdenkingsmunten kunnen worden, gewijd aan belangrijke personen en gebeurtenissen. Of een 10-guldenmunt als betaalmiddel nodig is kan ik niet beoordelen. Ik houd me alleen bezig met munten die ik kan verkopen, ermee betalen is bijzaak.”