HBG rekent op terugval in bouw

RIJSWIJK, 10 SEPT. Het grootste bouw- en baggerconcern van Nederland, Hollandsche Beton Groep (HBG), heeft de halfjaarwinst met 6 procent vergroot van 32 miljoen tot 34 miljoen gulden. Voor geheel 1992 handhaaft HBG de eerder uitgesproken verwachting dat “een met 1991 vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt”, dat vorig jaar 70,7 miljoen gulden bedroeg.

Bij de presentatie van de halfjaarcijfers gisteren in Rijswijk zei HBG rekening te houden met tegenwind. De bouwmarkt in Nederland en de rest van West-Europa ontwikkelt zich niet goed en volgens sommige deskundigen zelfs dramatisch slecht. “Het kan niet zo blijven, er moet een terugval komen”, zei voorzitter van de raad van bestuur N. de Ronde Bresser over de gestage winstontwikkeling van HBG.

Het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening nam met 13 procent toe tot 52 miljoen en viel daarmee aanzienlijk hoger uit dan de netto winst. Het verschil wordt grotendeels veroorzaakt door de stijging van de belastingdruk in Groot-Brittannië, waar de fiscaal compensabele verliezen langzamerhand verbruikt raken. Daarnaast heeft HBG een aanzienlijke strop op de bouw en installatie van het kortgeleden geplaatste F3-platform in de Noordzee.

In opdracht van de NAM heeft HBG samen met Volker Stevin de betonnen onderbouw van het booreiland gebouwd voor een aanneemsom van 110 miljoen gulden. De budgetoverschrijding is daarbij aanzienlijk, maar HBG wil niet zeggen hoe groot zolang de onderhandelingen met NAM nog lopen. “We hebben daarvoor een flinke voorziening getroffen”, zei De Ronde Bresser.

De omzet nam met 9 procent toe tot 2,48 miljard gulden, zodat de magische grens van 5 miljard gulden in 1992 waarschijnlijk wordt overschreden. De omzetgroei komt door de overneming van het Duitse familiebedrijf Raulf in Göttingen dit jaar en door de uitbreiding van de baggeractiviteiten. De resultaten van het in juli overgenomen Schotse bedrijf GA verschijnen pas in de boeken over de tweede jaarhelft.

Ondanks de zeer slechte gang van zaken in de branche in Groot-Brittannië droegen de twee HBG-dochters Kyle Stewart en Nuttall nog bij aan het resultaat. Wel nam de omzet bij beide af. Maar de kosten laten zich daar makkelijker beteugelen door een eenvoudiger ontslagregeling. Bij Kyle Stewart werd het aantal personeelsleden met een kwart verminderd.