Forse banengroei in kleinere bedrijven

DEN HAAG, 10 SEPT. In het begin van dit jaar rekende het midden- en kleinbedrijf (353.000 bedrijven met gemiddeld 5,2 personeelsleden per bedrijf) nog op een werkgelegenheidsgroei in 1992 van 55.000 banen. Inmiddels is die raming op basis van een NIPO-enquête van juli aanzienlijk opgetrokken tot 80.000 extra banen of zelfs iets meer.

Voorzitter J. Kamminga van het Koninklijk Nederlands Ondernemers Verbond (KNOV) maakte gisteren op een persconferentie melding van verwachtingen bij de diverse branches die opgeteld een banengroei van 107.000 te zien geven. Het kunnen er in plaats van 80.000 net zo goed 90.000 worden, zo verwacht de KNOV-voorzitter.

Daarmee zou het resultaat aanzienlijk beter uitvallen dan in 1991 (plus 68.000 banen) en ongeveer op gelijk niveau zijn als in het topjaar 1990 (plus 88.000).

Met uitzondering van de toeleveringsbedrijven en de bouw gaat het het hele midden- en kleinbedrijf goed. Het aantal bedrijven dat denkt te investeren is met 45 procent op gelijk niveau met vorig jaar. De ervaring leert dat dit percentage achteraf hoger uitvalt, op 60 tot 65 procent, zo verwacht Kamminga.

Eenderde van de bedrijven zegt te zullen investeren in machines en 12 procent in gebouwen. Kamminga noemde dat “belangrijke cijfers”. Alleen bij investeringen in tekstverwerkers, computers en telecommunicatie is een groeistilstand opgetreden. “Teleurstellend” is het exportpatroon dat zich (nog) niet heeft gewijzigd ten gunste van Oost-Europa, aldus Kamminga.

Kamminga oefende kritiek op de arbeidsbureaus die er nog steeds niet in slagen om ondernemers die aankloppen met moeilijk vervulbare vacatures (langer dan drie maanden open) aan geschikt personeel te helpen. Uit een vacature-onderzoek van het KNOV blijkt dat het aantal bedrijven in het midden- en kleinbedrijf met vacatures in de periode van juli 1990 tot en met juni 1992 vergeleken met de twee daaraan voorgaande jaren is afgenomen van 34 tot 29 procent. Het aantal moeilijk vervulbare vacatures daalde heel krachtig van 125.000 in 1990 tot 51.000 dit jaar. Die daling trad vooral op in de industrie, de bouw en de groothandel.