Eerlijk kersenhout

Werk van Menno Wieringa is t/m 24 sept bij Galerie Intermezzo te zien. Voorstraat 178, Dordrecht. Di t/m vr 11-17u30, do 19-21u, za 11-17u.

Over de uiteinden van stoel- en tafelpoten kan meubelontwerper Menno Wieringa (1956) lang nadenken: moeten die rank aflopen of juist heel stevig zijn? Bij Wieringa's meest recente driepotige leunstoelen met tuigleren zitting zijn enkele van die speciale uiteinden te bewonderen. De rondingen van de uiteinden van armleuningen komen als uitsparingen terug aan het eind van de twee voorpoten, alsof de uiteinden van de armleuning zijn gemaakt uit hetzelfde stuk kersenhout dat is gebruikt voor de poten. De ene achterpoot van de stoel vertakt zich aan het einde. De poot rust op een half cirkelsegment, een soort maantje. Deze oplossing geeft de stoel niet alleen extra stabiliteit, maar is ook harmonieus. De rugleuning loopt nu horizontaal door in de armleuning en verbindt de drie poten aan de bovenkant met elkaar.

Deze maand zijn Wieringa's ontwerpen samen met enkele rechte stoelen en een tweetal tafels in Galerie Intermezzo in Dordrecht te zien. De keukentafel is robuust, terwijl de eettafel elegant is met fraai gebogen poten. Wieringa gebruikt meestal fruitbomenhout. Een zekere strengheid in combinatie met sierlijke bogen en welvingen kenmerken zijn meubelstukken. Als inspiratiebronnen noemt hij de Jugendstil en meubelontwerpers als Henry van de Velde en Charles Mackintosh die rond de eeuwwisseling furore maakten.

Op de afdeling 3D-design van de Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem vormde Wieringa tijdens zijn afstudeerjaar 1987 samen met Bob Verheyden en Wilma Sommers de groep Oktober. Een jaar later sloot ontwerper Jan Siebers zich bij hen aan. Oktober trad als groep naar buiten en de leden deelden een atelierruimte.

“Na ruim twee jaar konden we niet meer achter elkaars werk staan,” zegt Wieringa. De Oktober-ontwerpers gingen ieder een eigen richting in. Verheyden, die onlangs hoofddocent aan de Kunstacademie in Arnhem werd, wilde meubelen ontwerpen die in grote series geproduceerd konden worden. Sommers concentreerde zich meer en meer op beeldende kunst. Siebers is als zelfstandig vormgever doorgegaan. Wieringa ging zich naast zijn meubelen toeleggen op het ontwerpen van decors, omdat hij zo de ruimte waarin een meubelstuk staat ook kan benvloeden.

Als Oktober-lid ontwierp Wieringa hoekigere en minder sierlijke meubelen dan zijn laatste ontwerpen. Destijds probeerde hij aan de hand van een meubelstuk een idee te illustreren. Zo maakte hij een tafel met een speciale verhoging in het midden om het eten op tentoon te stellen, zodat de maaltijd de verdiende aandacht kreeg.

“Mijn werk is in de loop der tijd simpeler geworden. Je kunt nog zoveel fantastische ideeën hebben voor zowel het blad als de poten van een tafel, uiteindelijk moet je selecteren en moet er een tafel staan die een geheel vormt en niet een verzameling vondsten.”