Dekking door steriele beer vergroot het aantal biggen na KI

Kunstmatige inseminatie (KI) heeft niet hetzelfde resultaat als natuurlijke bevruchting, hoewel dat altijd wel wordt gedacht.

Vrouwtjesvarkens (zeugen) die alleen met KI worden bevrucht werpen gemiddeld minder biggen dan zeugen die kort na inseminatie ook nog zijn gedekt door een gesteriliseerd mannetjesvarken (beer). Dat heeft ir. N. Soede van de Wageningse Landbouwuniversiteit in haar promotie-onderzoek aangetoond. Zij promoveert volgende week op het proefschrift "Influence of insemination conditions on early pregnancy in pigs, with emphasis on embryonic diversity'.

Soede vond dat dekken door een steriele beer na KI, in vaktermen beerprikkeling genoemd, ervoor zorgt dat de embryo's in hetzelfde ontwikkelingsstadium groeien. Na de elfde dag van de dracht gaan de verst ontwikkelde embryo's hormonen produceren die tot de dood van minder ontwikkelde embryo's leiden. Bevruchting met alleen KI leidt tot grotere embryovariatie zodat vroeg in de zwangerschap embryo's verloren gaan. Een natuurlijke dekking synchroniseert de ontwikkeling kennelijk.

KI heeft wel andere voordelen. Het zaad van beren die goed nageslacht leveren kan makkelijk over de hele wereld worden verkocht. En als goede fokberen niet steeds lijfelijk in contact komen met zeugen blijft het risico op besmettelijke ziekten beperkt.

Soede weet nog niet precies hoe beerprikkeling tot grotere worpen leidt, maar ze denkt dat er na KI een langere bevruchtingsduur is. Het ruiken, zien en voelen van de beer en de inwendige stimulatie spelen voor de zeug kennelijk zo'n rol dat het spermatransport versnelt en de eicellen binnen kortere tijd worden bevrucht.

Het bezoek van de beer, ontdekte Soede, heeft alleen zin als de zeug prettig is gehuisvest en bijvoorbeeld met meerdere zeugen in een hok woont. Een alleenstaande zeug in een kale box werpt juist minder biggen na beerprikkeling. Soede denkt dat stress een rol speelt en dat sociaal-arme huisvesting leidt tot afwijkende omgang tussen beer en zeug.