De premier i.o. spreekt

PREMIER BRINKMAN is klaar. Benoemd was hij al, zijn programma voor de jaren na 1994 is inmiddels gereed.

Nu nog even de verkiezingen en dan kan hij beginnen. "Tussen Texel en de verkiezingen van 1994' heet zijn bijdrage in het gisteren verschenen eerste jaarboek van het CDA. De titel is een geruststelling voor de coalitiepartner. Die meende begin februari, toen de CDA-fractievoorzitter de oversteek naar Texel maakte om vandaar Den Haag tot meer spoed te manen, toch vooral dat een signaal voor het aanstaande einde van het kabinet Lubbers/Kok was afgegeven. Maar het kabinet mag doorgaan van Brinkman. Aan de orde voor zijn partij is nu “zowel de afronding van de lopende kabinetsperiode als de voorbereidingen voor de overgang naar een volgende eeuw”, aldus de eerste zin van zijn bijdrage aan het CDA-jaarboek.

Weinig blijft ongenoemd. In die zin kan worden gesproken van een compleet programma. Tegelijkertijd overheerst, zoals vaak bij de bijdragen van de aanstaande CDA-leider, opnieuw de vaagheid. Ongetwijfeld een bewuste keuze want niet voor niets spreekt Brinkman over een “beperkte opsomming van huiswerk” voor het komend jaar. Zijn verhaal staat boordevol vraagtekens, terwijl ook heel veel “doordacht” moet worden. Van een aanstaande leider mag meer worden verwacht. Niet alleen vraagtekens, ook eens een keer het begin van een antwoord.

TERECHT WIJST Brinkman op de tijd van onzekerheid en afstandelijkheid ten opzichte van overheid en politici. Vervolgens stelt hij dat het CDA deze onzekerheid en afstandelijkheid tegemoet wil treden met concrete ideeën over beleid, procedures en opvattingen. Jammer dat de aanzet voor discussie van zijn kant dan vervolgens uitblijft, waardoor zijn verhaal meer en meer het karakter krijgt van een werkprogramma van de partijsecretaris.

Er moet volgens Brinkman worden nagedacht over het complex van regels. “Aan een bepaalde stroomlijning valt niet te ontkomen.” Niemand zal hem dit punt betwisten (was het trouwens minister Brinkman niet die twee kabinetsperiodes geleden voor iets dergelijks pleitte?), maar kan het nu dan ook eindelijk eens worden geconcretiseerd?

Opnieuw spreekt Brinkman over het kritisch kijken naar het stelsel van inkomensoverdrachten en subsidies. Een uitkering waarvan de hoogte afhankelijk is van leeftijd en arbeidservaring. Het is al zo vaak geopperd in CDA-verband. Brinkman zelf komt helaas niet verder dan de oproep: “Studeren dus maar”. Het minimumloon is zo'n ander onderwerp waarover het afgelopen decennium alle in Nederland aanwezige onderzoeksinstituten en belangengroepen hun opvatting hebben gegeven. Nu komt het aan op keuzes maken, hoewel niets doen in dit verband ook al een keuze is. Ook hier blijft Brinkman bij de constatering dat het nog altijd “zo'n studiethema” is.

BRINKMANS IDEEËN over de hoogte van het financieringstekort en de collectieve lastendruk na 1994 lijken iets meer gespecificeerd. Hij heeft het immers over een verdere reductie van het tekort tot twee procent van het nationale inkomen, terwijl de collectieve lastendruk jaarlijks met een half procent terug zou moeten. Maar ook dit verhaal valt of staat bij het antwoord op de vraag hoe het dan zou moeten. Het is nog geen half jaar geleden dat premier Lubbers namens zijn hele kabinet, dus inclusief de CDA-ministers, zei dat men tot de slotsom was gekomen dat er niet verder kon worden bezuinigd. Het bedrag dat Brinkman nu voorstelt komt overeen met wat het huidige kabinet sinds de Tussenbalans met de grootste moeite bijeen heeft weten te schrapen en te sprokkelen.

HET IS nauwelijks verwonderlijk dat het buitenlands beleid er helemaal bekaaid af komt. Nederland moet zijn vensters op de wereld openhouden, dat wel. Elders wordt het debat gevoerd over Europa; juist van christen-democratische zijde zou een visie mogen worden verwacht op dat in het Europa-debat zo veel besproken begrip subsidiariteit. Helaas, we moeten het doen met de vraag hoe Nederland voorloper kan worden “in een positief geformuleerde verdere uitbouw van Europese samenwerking waarin desalniettemin ongecontroleerde Brusselse regelzucht en rondpompers van subsidies concreet worden teruggedrongen”.

Vragen, vragen, vragen. Brinkman zou toch moeten weten dat eindeloos vragen blijven stellen ook een vorm van stroperigheid is. Stroperigheid die door hem altijd zo verfoeid is.