Chaos op valutamarkt door nalatig economisch beleid

DEN HAAG, 10 SEPT. 1992 had het Europese jaar van de vergezichten op economische voorspoed moeten worden, maar het biedt uitzicht op een slagveld. Europa is in de greep van een crisis op de valutamarkten met een hevigheid zoals in geen twintig jaar is meegemaakt. Een opeenstapeling van nationale problemen, historische omwentelingen, een breed gevoel van stuurloosheid en de schaduwen van de Economische en Monetaire Unie veroorzaken spanningen bij de wisselkoersen en dwingen overheden tot ingrijpende maatregelen.

Zo kondigde de Italiaanse premier, Giuliano Amato, gisteren aan dat hij volmachten wil voor de economische noodtoestand om de Italiaanse economie te saneren en de crisis van de lire te bezweren. In het hoge noorden was Finland deze week gedwongen om de koers van zijn munt, de mark, te laten zweven. Ter verdediging van de Zweedse kroon heeft de centrale bank in Stockholm de daggeldrente gisteren verhoogd tot 75 procent. Het was een meesterzet om speculanten die gokten op een devaluatie van de kroon, af te straffen.

Elders in Europa is het even rustig, maar dat is een adempauze. De crisis om het Britse pond is niet bezworen nadat de Britse regering vorige week 10 miljard ecu (23 miljard gulden) heeft geleend ter verdediging van het pond. Groot-Brittannië heeft nu alle instrumenten benut om de koers van het pond binnen de marges van het Europese Monetaire Stelsel (EMS) te houden, met uitzondering van een renteverhoging. Vroegtijdige inzet van het rente-instrument had, zoals blijkt uit de klap die in Zweden is uitgedeeld, veel ellende in Engeland kunnen voorkomen.

Vrijwel alle Europese landen volgen nu een monetair beleid dat is gericht op handhaving van stabiele wisselkoersen. Het monetaire anker moet houvast bieden voor het economische aanpassingsproces dat zich intussen afspeelt. Door de bereidheid om de koers van de munt in Europees verband te verdedigen, is de invloed van de Bundesbank, de Duitse centrale bank, tot in de uithoeken van Europa voelbaar.

De druk op de Europese valuta's is het gevolg van een combinatie van internationale ontwikkelingen, met als tegenpolen de Duitse mark en de Amerikaanse dollar. De kosten van de Duitse eenwording dwingen de Bundesbank tot een hoge rentepolitiek. Het renteverschil met de VS is de afgelopen maanden toegenomen omdat de Federal Reserve, de Amerikaanse tegenhanger van de Bundesbank, de bloedarmoede van de Amerikaanse economie bestrijdt met steeds lagere korte rente.

Pag.18: Italië en Zweden betalen voor nalatigheid

Het transatlantische renteverschil heeft de dollar naar een na-oorlogs dieptepunt ten opzichte van de D-mark gedreven. De D-mark is het anker waaraan de Europese valuta in het EMS hangen en die komen onder druk te staan. Het EMS staat namelijk slechts beperkte koersafwijkingen toe ten opzichte van de sterkste munt. Als een munt de uiterste grens in het EMS bereikt, moeten steunmaatregelen worden genomen of - in het uiterste geval - een herschikking waarbij de koersen onderling worden aangepast.

De EMS-koersen zijn voor het laatst herzien in januari 1987. Terwijl de veranderingen in de onderliggende economische verhoudingen sindsdien niet zijn vertaald in een herschikking van de koersen, dwingt de Economische en Monetaire Unie (EMU) die de EG-landen nastreven, tot drastische binnenlandse aanpassingen om de inflatie, de omvang van de staatsschuld of het financieringstekort van de overheid terug te dringen. Handhaving van de wisselkoers is een belangrijk instrument om de geloofwaardigheid van die hervormingen af te dwingen. De kosten in de vorm van renteverhogingen en groeivertraging worden daarbij geaccepteerd als de onvermijdelijke prijs.

De valutacrises weerspiegelen onderliggende economische problemen, maar die zijn van land tot land verschillend. In Groot-Brittannië heeft tien jaar sanering van de arbeidsmarkt ten tijde van premier Thatcher de lange golf van neergang van de Britse economie niet omgebogen. Twee jaar recessie en de trage vertering van de onroerend goed-euforie van de jaren tachtig ondermijnen de koers waarop het pond in 1990 eindelijk is gaan deelnemen in het wisselkoerssysteem van het EMS. De ervaring van de oorspronkelijke EMS-landen (Duitsland, Benelux, Denemarken, Ierland, Frankrijk, Italië, recentelijk aangevuld met Spanje en Portugal) met de verwerking van monetaire spanningen binnen een stelsel gericht op zo stabiel mogelijke koersen, moeten de Britten nog opdoen.

In Zweden gaat het om een wankelende financiële sector, waardoor het vertrouwen in de kroon is ondermijnd. Daarnaast is Zweden gewikkeld in een ingrijpende aanpassing van de overleefde verzorgingsstaat omdat het "Zweedse model' de aansluiting bij de hoofdstroom van de Europese Gemeenschap in de weg stond.

Voor Italië is het een kwestie van zijn of niet-zijn als over enkele jaren de beslissing valt welke landen mogen deelnemen aan de slotfase van de Economische en Monetaire Unie (EMU), het plan voor één Europese munt. Italië voldoet aan geen enkel criterium dat in Maastricht is opgesteld voor de EMU en zelfs met drastische economische aanpassingen is het de vraag of Italië zich zal kwalificeren. De nieuwe regering van prof. Amato, die deze zomer aantrad, probeert met de dreigende uitsluiting van de EMU als stok achter de deur, de hervorming van de Italiaanse economie door te zetten die christen-democratische en sociaal-democratische regeringen veertig jaar voor zich uit hebben geschoven.